Succes met communicatie

17 maart 2016

Ha ha! Net of ik een expert ben in communicatie. Nee dat ben ik zeker niet, maar ik weet er wel veel van af. En hoewel ik er veel over geleerd heb en vanaf weet, maak ook ik vaak fouten. Soms ook belangrijke fouten, waardoor er wel eens een miscommunicatie ontstaat. Ik ben dus een beetje op zoek gegaan naar hoe je beter kunt communiceren in het dagelijks leven of zelfs op je werk. Een paar makkelijke vuistregels, waardoor je meer op hetzelfde niveau zit als je gesprekspartner en dat deze zich serieus genomen voelt. Aan de hand van feitjes en voorbeelden heb ik geprobeerd een interessante en toepasbare blog te schrijven. Veel lees plezier.

Gelijkwaardig of expert

De Loi heeft als slogan “Nederland wordt steeds slimmer” en bij communicatie is het handig om die slogan in gedachten te houden. Eén van de belangrijkste vuistregels in communicatie is dat je je als gelijkwaardige gesprekspartner opstelt in een gesprek tenzij expertise wordt verwacht. Als deskundige onder elkaar mag je best met vaktaal en diploma’s gaan smijten, maar doe je dat op een feestje zullen mensen al snel weglopen. “Komt die opschepper weer aan!” Ervaring leert echter dat de woorden ‘neem maar van mij aan’ vaak ergens voor aan in de mond liggen. Vaak als geruststelling bedoeld , maar werken vaak averechts. Je bereikt er eerder mee dat de zich niet serieus genomen voelt worden. Iets waar ik mezelf ook nogal eens schuldig aan maak, maar ook zo gevoeld heb.

Luisteren en meer

Luisteren naar een ander is echt een kunst. Een samenvatting kan dan erg waardevol zijn. Doe dit meer dan één keer als het verhaal erg lang is/dreigt te worden. Vragen of de ander het begrepen heeft en of jij het goed begrepen hebt, is ook een must. Maar als je dan nalaat de ander aan te kijken en signalen zoals “dat de ander zich uit het veld geslagen voelt” mist, ben je niet helemaal goed bezig. Probeer dan ook altijd ook op de non-verbale communicatie te letten van je gesprekspartner. De non-verbale communicatie geeft vaak de doorslag. Bijvoorbeeld: iemand zegt dat hij niet boos is, maar kijkt wel erg kwaad. Of iemand die zegt dat hij niet zenuwachtig is, maar wel zweet en staat te trillen. Mensen reageren op non-verbale signalen en tekens vaak onbewust meer dan op verbale tekens, toch als je ze mist, mis je een belangrijk deel van de boodschap die de ander overbrengt. Ook als verteller kun je vragen of een ander je begrepen heeft. Het is niet erg om het zo nu en dan te “toetsen” door te vragen of ze het in eigen woorden willen uitleggen. Zo weet je dat je allebei op dezelfde ‘golflengte’ zit.

Uit een experiment in Amerika over non-verbale communicatie kwam zelfs naar voren hoe belangrijk de non-verbale bewegingen, gebaren en signalen zijn als het gaat om de algemene doeltreffendheid van onze communicatie in het doorgeven van onze boodschap naar anderen. Lichaamstaal was voor 55% het meest belangrijke tegen 38% de toon van de stem en 7% wat ze werkelijk zeggen.

Open een gesprek in gaan

Ook een inkoppertje is, dat je open een gesprek in moet gaan. Op het moment dat je graag een bepaald antwoord wil horen en het komt niet, raak je teleurgesteld. Dat hoeft dan niet aan de ander te liggen, maar ligt echt aan je eigen incasseringsvermogen en het openstaan voor een andere mening, anders als jouw eigen mening.

Een vriendin van mij vroeg of mijn dochter mocht komen logeren op tweede kerstdag. Ik vond dat zo’n rare dag om te logeren want het is immers een feestdag en dan ben je met familie. Ik vroeg aan andere vriendinnen of zij dat ook niet raar vonden en zij zeiden; “Nee, want je dochter wil logeren, zij willen je dochter als logee en.. het geeft je wat rust.” Ik was verbouwereerd en teleurgesteld. Pas toen ik op een later moment het gesprek terughaalde moest ik mijn vriendinnen gelijk geven. Op het moment dat ik de vraag stelde was ik voor ingenomen en wilde eigenlijk niets anders horen als een bevestiging. Niet eerlijk van mijzelf dus.

Beelddenker

Ik ben een ADD-er en een beelddenker. Het voordeel is dat ik me heel snel een beeld kan vormen bij hetgeen me verteld wordt. Als het ware komen de woorden in beelden op mijn netvlies en ik kan me dan ook vrij goed inleven in een situatie. Het nadeel is dat het me heel veel moeite kost om me te concentreren en dat mijn fantasie het soms met me op een loopje neemt.

“Kun jij het je voorstellen, een paard dat balanceert op het puntje van de Eiffeltoren?” “Ja dus.”

20160317_115626[1]

 

Cynisme en Sarcasme

Spelen met taal is erg leuk. Cynisme en sarcasme zijn mijn favoriet. Onder cynisme wordt een houding verstaan die vaak in taal tot uiting komt, maar die ook onuitgesproken kan blijven. Deze houding is er een van wantrouwen tegen iemands goede bedoelingen of tegen het nut van instituties of van grote ongevoeligheid voor de gevolgen van de eigen daden. Voorbeelden van cynische uitspraken zijn:

  • Hij zit alleen maar in de commissie omdat hij zo graag voorzitter ergens van wil wezen!
  • Waarom zou ik gaan stemmen? Het zijn toch allemaal zakkenvullers, die politici.
  • Als wij die dictators geen wapens leveren, dan doet een ander land het wel!
  • Of ze tevreden zijn? Och, als ik mijn geld maar krijg!

In het eerste geval geldt het wantrouwig ongeloof de bedoelingen of motieven van een zekere persoon, in het tweede geval een instelling (de staatsvorm), in het derde de gehele mensheid en in het vierde klanten (en in feite het concept “werken”).

De cynische houding kan ook lichamelijk geuit worden: een cynische blik, een cynische lach of een cynische grimas. Ook in humor kan cynisme voorkomen.

Onder sarcasme wordt bijtende spot verstaan. Deze stijlfiguur is scherp en agressief van aard: er ligt altijd een aanval in besloten op een persoon, toestand of uitlating. Weliswaar kan sarcasme daardoor als een vorm van humor worden gezien, maar tegelijkertijd vormt het een aanval. Sarcasme kan zich bedienen van de stijlvorm der ironie, maar beide begrippen zijn niet aan elkaar gelijk. Beperken we ons tot verbale ironie (er bestaan ook andere vormen, zoals situationele ironie en cosmetische ironie), dan is er altijd een contrast tussen wat wordt gezegd en wat wordt bedoeld. Uiting en bedoeling zijn elkaars tegengestelde. Deze ironie kan, mits voldoende agressief, een sarcastische vorm aannemen; omgekeerd geformuleerd: veel sarcasme bedient zich van ironie, en wordt daarmee een bijtende vorm van ironie.

Ik was dat geruzie zat over wie waar zijn bureau wilde hebben en zei sarcastisch “Weet je wat? Zet mijn bureau maar achter de deur, dan heb ik er geen last meer van.” Ik bedoelde natuurlijk dat ze moesten ophouden want ik was het zat, maar prompt begonnen ze mijn bureau te verplaatsen. Daar zat ik vijf minuten later achter mijn bureau en achter de deur. Ik was helemaal beduusd en eigenlijk nog veel bozer.

Vaak worden Cynisme en sarcasme niet opgepikt zoals bedoeld. Schat je gesprekspartner op waarde in of zeg erbij dat iets cynisch of sarcastisch bedoeld is om zo verwarring en misvatting te voorkomen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *