1. Een hondje voor een dag.

Mijn relatie van bijna 7 jaar ging kapot. We besloten uit elkaar te gaan en ik ging tijdelijk bij mijn ouders wonen. Al snel had ik een huisje op het oog en ik kocht het. Mijn moeder en ik gingen het opknappen. Nou ja flink verven, gaten stoppen, behang eraf, opnieuw een stuuklaag, een nieuwe deur je kent het wel. Maar om nou helemaal alleen te gaan wonen zag ik niet zo zitten. Ik was gewend te zorgen voor dieren. Maar mijn laatste twee huisdieren, de cavia’s Pebbles en Bam Bam, waren er niet meer. Ik werkte vlakbij en een wat ouder hondje leek me prima. Je weet wel eentje uit het asiel.

Maar zeker geen

Klein hondje of een jong hondje. Hij moest tegen alleen zijn kunnen, want ik werkte per slot van rekening. En, het moest liefde van twee kanten zijn. Ik ging niet over een nacht ijs. Nee ik ging wel twee keer kijken in het asiel. Ik liet me informeren door een medewerkster. Maar de liefde was er al. Het werd Pluisje. Een bolletje wol van nog geen half jaar. Een kruising shih tzu/maltezer leeuwtje dachten ze. Het was een vondeling en al een keer teruggebracht. Ik had zo’n medelijden en hij was zo lief. Te lief!

Ophalen

Een paar dagen later mocht ik hem ophalen. Voor wie denkt dat een hondje uit het asiel gratis is. Nou echt niet en omdat Pluisje onder de 6 maanden was betaalde ik de puppyprijs. Dit hield in een duurder hondje. Nog steeds scheelt het 35 euro (nu 185 euro een pup) toen waren het guldens. Ik had voer gehaald, een mandje, een dekentje, speeltjes, een riempje alles om mijn Pluisje te verwennen. Mijn moeder ging mee en hij zat bij mij op schoot. In mijn nieuwe huis waar we nog bezig waren met mijn nieuwe huisgenoot en vriendje Pluisje.

Nog even.

Ik moest nog even een kwast halen en zou hooguit 20 minuten weg zijn. Mijn moeder was beneden gewoon aan de gang. Ik trok de deur achter me dicht en ik hoorde Pluisje. Mijn hart verscheurde maar ik was ook verbaasd. Mijn moeder was immers thuis. Ach hij zou zo wel rustig zijn. Iets om aan te werken. Na 20 minuten kwam ik terug. Mijn moeder zei meteen: “Mous dit is niet goed. Hij is pas gestopt met krabben aan de deur, blaffen en janken toen jij je auto stilzette net.” O jee! Dacht ik meteen, dit is inderdaad niet goed. En het werd ook niet beter.

Die nacht sliep hij in de kamer. Hij had de hele nacht liggen blaffen en huilen. Had binnen gepoept en geplast. Ik overlegde met mijn ouders en nog even een belletje naar de dierenarts voor de zekerheid. Nee, dit was geen hondje voor mij. Dit kon ik Pluisje niet aandoen. Binnen de familie en kennissenkring was er niemand die hele dagen thuis was. Of iemand die de hele dag Pluisje overal mee naar toe zou nemen. Mijn hart brak, maar ik kon niet anders dan hem terugbrengen naar het asiel.

Terug bij het asiel.

Daar stond ik dan met mijn hondje. Nee ik wilde geen ander hondje. Ik wilde Pluisje, maar ik kon het Pluisje niet aandoen. Ik was gebroken. Ik had gefaald. Huilend gaf ik de spullen en zei: “Ik kom hem terugbrengen. Hij kan niet tegen alleen zijn. Hij moet bij een gezin wat er dag en nacht is. Vooral zijn baasje moet dag en nacht bij Pluisje zijn.” Wat ik toen hoorde maakte me kwaad en onzeker. “Hoe kon ik dat weten in 24 uur. Een naam had hij niet meer. Dat mocht zijn nieuwe baasje uitzoeken. En aan mijn opmerkingen hadden ze niks. Zijn spulletjes mocht ik mee terug nemen. En naar mijn geld kon ik fluiten.”

Het ging mij niet om mijn centen. Een tijd lang voelde ik me diep verdrietig. Mijn vader opperde neem een kat of een poes. Nee, voorlopig wil ik niks. Maar alleen was alleen en na aandringen van mijn ouders zei ik oké. Twee poezen dan want ik wil niet dat ze alleen zijn. En zo kwamen er twee poezen na een hondje voor een dag.

Pluisje. Ik denk nog vaak aan Pluisje, niet zonder tranen. 24 uur hebben veel indruk bij me gemaakt. Ik hoop zo dat hij bij een ouder paar terecht is gekomen. Die hem zo schromelijk verwennen. Het was echt een schatje. Ook al was hij maar een hondje voor een dag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *