Dat is niet mijn been

17 December 2012

Ik lig in mijn onderbroek en slaapshirt onderaan de zoldertrap. Ik
probeer mezelf goed te ondersteunen zonder mijn been al te veel te
bewegen. Mijn kinderen van mij afhoudend. Ik kijk naar mijn been. Wat
een raar been en wat ligt ie er raar bij. Is dat echt mijn been en mijn
voet?

Een normale donderdagochtend

De kinderen waren weer veel te vroeg wakker en wilde niet meer
slapen. Ik dacht dan ga ik nog maar even twee wassen vouwen en dan heb
ik meteen schone kleren voor ze om aan te doen. Mijn oudste wilde graag
dr jurk aan en die zat in de droger. Ik ga naar boven doe een was erin
en een uit de droger. Laat de poezen vrij (die zitten s’nachts
opgesloten) en loop naar beneden met de wasmand. Ondertussen denkend aan
wat ik allemaal nog zou willen doen vandaag.

Ik dacht ik ben bij de laatste tree en terwijl ik de stap maak weet
ik t al. Ik was er nog niet en neem zo op mijn rechter enkel de laatste
twee overgebleven treden. Met mijn kont (nogal een omvang) onderrug en
bovenrug vang ik de rest op. Dan begin ik even te schreeuwen en kijk
naar een been waarvan het net lijkt of het mijn been niet is. Ik hoor de
kinderen in paniek en probeer kalmer te worden.
“Femke breng jij mijn telefoon even. Femke mijn telefoon? Femke wil je
mijn telefoon brengen. Femke kom eens hier!” Stiekem raak ik toch in
paniek, want de meiden reageren niet.

En eindelijk komt Femke (5 jaar) met een hysterische Nienke (3 jaar)
achter zich aan. In mijn kamer zit Jilke (net 1 jaar) te huilen. Rustig
blijven en nadenken. Mous nog kalmer blijven, zo vermaan ik mezelf.
“Nienke het is niet erg hoor schatje. Mama is gevallen en kan even niet
opstaan. Niet tegen mijn been aankomen he?!” Zo probeer ik Nienke rustig
te krijgen. Ik weet dat als zij hoort dat ik in paniek raak of ze weet
dat ik veel pijn heb, zij hysterisch wordt.

“Femke kun jij even mama’s telefoon brengen dan kan mama papa even bellen.”
De zin kalmte kan u redden klopt als een bus. Femke brengt de telefoon.
“Nienke kun jij even kleren pakken voor jezelf.” Ze komt aan met een
groene jurk en een bloes en ergens moet ik even lachen ondanks de pijn.
Ze kan net zo goed kleren uitzoeken als de gemiddelde man (no effence).
Ondertussen bel ik mijn man en jammer dat ie snel naar huis moet komen.
Het doet zo’n zeer en ik weet zeker dat ie gebroken is. Mijn man heeft,
voor ik ophang al vervoer geregeld en een ambulance gebeld.

“Femke breng even mijn andere telefoon!” En meteen bel ik de buuf.
Even vragen of zij de kinderen op kan vangen. Daarna mijn ouders want,
zo kan mijn vader de kinderen ophalen. Een vriendin die haar zoontje in
dezelfde klas heeft als Femke zodat die op school kan zeggen dat Femke
met mijn vader meegaat en vandaag niet komt.

Ik lig in mijn onderbroek en slaapshirt onderaan de zoldertrap.
Ondertussen probeer mezelf goed te ondersteunen zonder mijn been al te
veel te bewegen. Mijn kinderen van mij afhoudend. Ik kijk naar mijn
been. Wat een raar been en wat ligt ie er raar bij. Is dat echt mijn
been en mijn voet?

“Femke kun je even een trui voor mij pakken mama heeft het een beetje
koud?” Ze pakt de goede trui en ik doe hem aan. Mijn haren zijn een
plofbol die al gisteren gewassen hadden moeten zijn dus: “Femke kun je
mijn haarborstel pakken en elastiek.” Ik zat er nog even aan te denken
om wat molletjes of ibu in te nemen, maar vond het niet verantwoord dat
Femke te laten halen. Ze doet zo verschrikkelijk goed haar best mama te
helpen.
Even de pijn maar wegslikken. De pijn komt in golven.

Dan hoor ik mijn man aankomen. “Kids ga maar naar beneden.” En tegen mijn man; “Haal eerst Jilke maar naar beneden.”
Een collega van mijn man wacht de ambulance op. De buuf komt achterom,
maar helaas daar waren de honden die meteen dachten: Joepie vrijheid!
Mijn man (de EHBO-er die hij is) checkt me en kijkt of hij iets kan
doen. En ik denk: Gelukkig ik ben nu in goede handen.
Mijn man haalt heel de gang leeg zodat het ambulance personeel er goed
bij kan. En dan zeg ik: “Ga maar achter de honden aan anders is er
dadelijk een tweede ramp.” Gelukkig die kwamen snel terug en eigenlijk
meteen is het ambulance personeel er.

Doe mij nog maar een shotje

Ze kijken naar mijn enkel en die is in ieder geval uit de kom.
“Heb je het horen kraken of scheuren.”
“Ja ik hoorde het kraken.” Vermoedelijk dus ook een breuk.
“Jij bent slecht te prikken he?”
“Ja pak mijn prikader maar als het toch een infuus moet zijn.” En zo geschied het.
“Schaal 1 op 10 hoeveel pijn heb je?” “Nou een goede 8.”

Na nog een aantal vragen en een shotje verdoving wordt mijn been in
een opblaasbare zwachtel gelegd. Ik word al wat licht in mijn hoofd en
mag op mijn kont naar beneden de trap af. Ondertussen krijg ik nog een
beetje, beneden weer en zo hup met een stoel op de brancard de ambulance
in.
Daar nog een shotje en ik dacht zal ik gaan pitten of worden ze dan bezorgd.

In het ziekenhuis aangekomen foto’s laten maken. “Ik spreek met
jullie af dat ik mijn been beweeg in de positie die jullie willen en
mocht het niet genoeg zijn mag je iets meehelpen.”Zeg ik. De
verpleegkundige lachen om die uitspraak maar doen wat ik verzoek. Die
gezichten best verbaasd, maar het lukt me. “Zo’n shotje van jullie doet
wonderen.” zeg ik lacherig. Schaal 1 op 10 scoren is de score 4.
Twee foto’s zijn er gemaakt en dan komt er al een arts. “Uw enkel gaan
we terugzetten en dat doet zeer.” Gatverdamme! Ik haat pijn. Ik ben niet
kleinzierig, maar als ik weet dat is zeer gaat doen ben ik een
watje.”We geven je nog extra verdoving.” En heel snel zetten ze m terug.
“Nog even twee nieuwe foto’s maar ik denk dat het een operatie wordt.” zegt de arts optimistisch.
“Uw kuitbeen is gebroken maar de orthopedisch chirurg komt zo. Wanneer
heeft u voor het laatst gegeten.” “pfff gisteren avond om 7 uur.”
“U wordt vandaag nog geopereerd. En omdat chirurgie en orthopedie vol
liggen gaat u naar neurologie.” Joepie! Ik kan niet wachten denk ik
verdrietig.

En om 15.00 uur mag ik dan eindelijk naar de OK. Bij de checks die ze
doen vraagt de chirurg aan mij of ik weet wat ze gaan doen. Het
duiveltje in mij komt even los. “Ach natuurlijk! Amputeren die hap.” Als
hij iets gedronken had op dat moment was het zo over me heen gespuugd.
Thank God voor OK regels! De operatie duurt bijna drie uur en pas rond
18.30 ben ik op mijn kamer terug. Niet alleen was het een gecompliceerde
breuk, maar ook alle banden waren kapot en een vatenchirurg moest er
aan te pas komen om wat bloedvaten te herstellen die beschadigd waren.
Maar goed op mijn kamer mag ik nog goed dommelen van de narcose en
morfine.

Tja vroeger..

De volgende dag is het wachten op de gipskamer en de controle foto en
pas dan kan ik naar huis. Gelukkig is dat snel gefixt (sarcastisch) en
ga ik rond 15.00 uur pas richting gipskamer. Nog even lachen naar de
foto, nja meer schrikken van de foto. Ik mag even kijken en zie me daar
toch een pin, plaat en schroeven en wordt er niet vrolijk van. Kan ik
ooit nog normaal lopen met dat spul. De pijn is weer even hevig en met
een shotje morfine mag ik naar huis.

Om 18.30 ongeveer kom ik dan eindelijk thuis aan. In mijn herinnering
kon ik altijd heel goed met krukken lopen. Maar nu 24 jaar later, 50
kilo zwaarder en mijn goede been in het gips, bak ik er niks van en vind
ik het dood eng. Dat het maar snel 24 januari mag zijn! Nu nog snel
even alles regelen, want mijn man vrij te moeten laten nemen tot 24
januari vind ik wel erg ver gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *