Kringen in het water 21

10 mei 2015

Ellis liep in gedachten naar de deur. Toen ze die open deed stonden er twee mannen haar op te wachten. Ze sprongen in de houding. Tikte hun baret aan en zeiden; “Korporaal Jansen en Korporaal Van Veen om u te begeleiden Overste.” Ellis salueerde terug en knikte. Had ze een andere keus. Ja die had ze, maar ze wist niet of die verstandig was. Niet nu de bedreiging zo reëel was. “Dan hoop ik dat jullie nog niet gegeten hebben.” zei ze zo luchtig mogelijk. Samen liepen ze naar de kantine. Vroeger was het een eetzaal geweest, maar tegenwoordig een kantine. Bezuinigingen en regelgeving hadden alles omgetoverd van samenhorigheid naar commerciële zakelijkheid. Soms was dat goed, maar vaak was het een gemis. Het was afstandelijker en dat gaat ook wel eens ten koste van teamverband of snelheid waarmee dingen gedaan worden. Ach ja waar maakte ze zich nu nog druk om. Binnen 24 uur en dan had ze haar ontslag ingediend en verlof aangevraagd. Ze zou tot aan haar ontslagdatum verlof nemen. Misschien nog even terug komen voor de rechtszaak van de vier militairen in Arnhem als het zo ver ging komen. Ze had nog genoeg verlof staan, maar goed, vandaag moest ze er nog even aan trekken.

Ondanks de serieuze oorzaak was het een gezellig ontbijt. De beide Korporaals waren bloed fanatiek in het uitvoeren van hun taak haar te beschermen en begeleiden. In de volle kantine waren ze, na alles geïnspecteerd te hebben, een aangenaam gezelschap. Samen liepen ze na het ontbijt weer terug naar het gebouw waar Ellis haar kantoor had. Daar zat haar commandant, generaal Opper,  al te wachten. De korporaals salueerde en gingen buiten haar kantoor staan om de wacht te houden. Ellis vond het toch wel overdreven. Tot dat haar commandant vertelde wat er tijdens het ontbijt gebeurd was. Normaal sprak hij haar altijd aan met overste, maar nu niet meer. “Ellis luister. Vanmorgen hebben ze de auto gevonden van die huurmoordenaars. Snel hebben ze alles op sporen onderzocht. Ze hebben aan de hand van DNA, haren en vingerafdrukken geconstateerd dat het niet om twee maar om drie personen gaat. Ze hebben schmink gevonden in de auto en een baret. Wij vermoeden dat ze proberen op de kazerne te infiltreren.” Ellis schrok van dit bericht. Het werd nu echt serieus.

“Ellis we fouilleren iedereen die de kazerne opkomt. Iedereen op de kazerne krijgt de foto’s van de mannen die wij zoeken. Ellis we gaan ze vinden. Echt! Ik heb al contact gehad met Commandant Wijnen. Ook zij zijn op de hoogte en zullen alles doen om die mannen te pakken.” De maag van Ellis draaide zowat om. Ze leek het amper te kunnen bevatten. Kon iemand haar in de arm knijpen zodat ze wist dat ze niet in een nachtmerrie zat. Dit lees je toch alleen maar in boeken. Dit kan toch niet reëel zijn. Maar dat was het wel. Het was zeer serieus en gevaarlijk. De commandant was al weg en ze was nog steeds aan het mijmeren. Wat was wijsheid. Hier op de kazerne blijven of naar huis gaan. Ze maakte de omgeving thuis kleiner. Ze voelde zich veiliger in een kleine omgeving als op de grote kazerne met zoveel mensen. Ze was bang dat als ze niet oppaste ze overal gevaren zou zien. Een klopje op de deur deed haar flink schrikken. Meteen realiseerde ze zich dat er een wacht bij haar deur stond en dus riep ze “Ja, binnen!” De eerste jongen die gehoord zou worden verscheen, samen met zijn advocaat en de psychiater. Het gesprek duurde een uurtje en daarna zouden de jongen, zijn advocaat en de psychiater een gesprek hebben in de kamer naast die van haar. De tweede klopte aan en daarna de derde en de vierde. De ochtend vloog om.

Toen ze klaar was met de verhoren, was het al lunchtijd. Ze stuurde een van de korporaals om eten voor hun drieën te laten halen. Ze gaf door wat ze wilde eten en ging weer terug om haar notities uit te werken. Een kwartier later werd het eten bezorgd en gingen ze naar de koffiehoek in het gebouw. Een half uur later kwam ook de psychiater bij hun zitten. Hij had zijn eigen brood meegenomen. “Jan Jaap had ik je al de groeten gedaan van Henk en Marco?” vroeg Ellis hem. Jan Jaap lachte en schudde zijn hoofd. “Hoe ken jij die.” “Marco is mijn nieuwe buurman en Henk en Marco worden mijn nieuwe bazen.” De mond van Jan Jaap ging open maar er kwam geen geluid uit. Zijn lippen krulde in een lach. “Ik denk dat je een hele goede keuze hebt gemaakt Ellis. Heb je je ontslag al ingediend?” “Nee dat ga ik doen nadat ik het rapport heb ingediend. Ik denk dat ik daarna naar huis ga. Een kleiner oppervlak is makkelijker te verdedigen en te overzien als een groot oppervlak.” Jan Jaap knikte “Ik zal mijn bevindingen na de lunch gaan uitwerken en je dat zo snel mogelijk geven.” “Dank je Jan Jaap.” En ze aten zwijgend door. Iedereen met zijn eigen gedachten.

Na de lunch ging iedereen weer aan het werk. De korporaals werden afgelost door twee nieuwe. Jan Jaap ging zijn bevindingen uitwerken en zijn aanbevelingen geven en Ellis ging ook verder met haar rapport. Toen ze even niet verder kon maakte ze snel haar ontslagbrief en diende in PeopleSoft haar verlof in. Net toen ze daarmee klaar was klopte Jan Jaap aan. Zijn bevindingen en aanbevelingen waren klaar. Hij overhandigde ze aan Ellis. Die las ze snel door en hoefde eigenlijk geen vragen meer te stellen. “Het is helemaal duidelijk Jan Jaap. Het is eigenlijk precies wat ik verwachtte. Ik ga het meteen verwerken. Dank je wel voor je hulp.” “Deze jongens ga ik nog veel zien de komende tijd. En het kon bijna niet eerder. Het is alleen schrijnend dat zij zo aan snel hulp moesten komen. Dat zou standaard moeten wezen.” “Ik ben het helemaal met je eens Jan Jaap. Misschien dat het in de toekomst beter zal gaan.” Ellis ging weer door met haar rapport en tegen half vijf was ze klaar. Ze gaf het rapport samen met haar ontslagbrief aan een van de korporaals en zei dat ze na naar huis ging.

Het leek wel of de korporaals in de stress schoten bij die opmerking. Ze moest er eigenlijk wel om lachen. “Ik ga mijn spullen pakken, daarna pleeg ik nog één telefoontje en dan ga ik naar huis.” Iemand kwam de brieven ophalen. Ellis was haar persoonlijke spullen in twee dozen aan het inpakken toen haar commandant verscheen. Hij had een rood hoofd van het rennen. Ellis hartslag ging van zenuwen iets omhoog. Dit was niet het moment van de dag waar ze naar uit had gekeken. “Ellis ik weet niet waar ik het meeste van baal. Dat ik een goeie ondercommandant verlies of dat je nu naar huis gaat.”

“U heeft mijn rapport zeker nog niet gelezen dan?” “Ik weet dat dat een heel kritisch rapport zal zijn, maar ik weet ook van wie het afkomt. Verdomme Ellis ik kan je op de kazerne beschermen maar niet daarbuiten.” “Nee Generaal u kunt me nergens goed beschermen, ik moet mezelf beschermen.” “Heb je daarom ook ontslag genomen?” “Nee ik liep al voor de uitzending met een onbevredigend gevoel rond, maar had dat niet zo in de gaten. De afgelopen missie heeft er goed ingehakt en deze bedreiging erbij. Ik wil daar niet nog eens aan blootgesteld worden. Ik heb daarom een andere baan geaccepteerd. Eentje waarbij ik ook goed werk kan doen, maar veel kleinschaliger.” De commandant knikte.

“Ik zal je ontslag accepteren en je verlofverzoek honoreren, maar ik wil wel dat je nu nog even doet wat ik je beveel.” Ellis keek haar commandant aan. “Jij gaat in burger naar huis en niet met je eigen auto of dat huur ding waar je in rijdt. Daar stuur ik twee mannen in weg. De een kleden we een beetje zoals jou. Jij vertrekt een half uur later met een DPAU (dienstpersonenauto). En je neemt iemand mee. Zij zullen met zijn drieën jou huis bewaken tot het gevaar geweken is.”

Een gedachte over “Kringen in het water 21

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *