Een andere kijk op

25 juni 2015

Wat een heerlijke middag. Tenminste voor de tijd van het jaar valt het tegen, maar daarentegen heb ik alle tijd van de wereld. Jilke moest naar de wc en omdat het 12 uur was en we nog niet gegeten hadden, heb ik ons getrakteerd op iets lekkers bij Smaak op het plein in Rijen. We zitten lekker bij het raam. Ik kijk even naar buiten en het valt niet tegen. Best druk buiten. Drie tafels bezet en een vrouw in de zithoek aan de andere kant van het raam. Jilke krijgt haar drinken en er zit een snoepketting om haar chocomel. Wat een verwennerij. Die gaat dadelijk amper eten. Maar ach, voor een keertje moet dat kunnen.

Ik kijk weer naar buiten en zie dat de ene man afscheid neemt van de andere. Die zal wel met de trein weg gaan. Hij pakt een paar tassen op, gooit die over zijn schouder en met een glimlach vertrekt hij. De andere man die achter blijft praat met de serveerster en pakt vervolgens zijn krant. De vrouw voor me (aan de andere kant van het glas) kijkt de hele tijd op haar horloge. Ik kan haar gezicht niet zien. Zou ze haast hebben? Ik weet het niet. De serveerster komt weer onze kant op met een deel van onze bestelling.

Op het zelfde moment buiten.

“Harrie, bedankt voor het logeren. We moeten het snel nog een keer over doen”, zegt Jaap tegen zijn goede vriend. Hij heeft het echt naar zijn zin gehad hier in Rijen. Wat is de tijd snel gegaan. De gesprekken met Harrie hebben hem veel inzicht gegeven. Hij weet wel dat hij voor Harrie geen gemakkelijke gast was. Harrie is wat teruggetrokken en hij extrovert. Jaap kijkt op zijn horloge en lacht. De trein komt er inderdaad zo aan. De trein naar weer een nieuwe week, naar nieuwe belevenissen. Kijken wat zijn volgende bestemming hem gaat brengen. Het leven lacht me tegemoet. Gelukkig geen vast adres, maar een postadres en al mijn vrienden en familie om drie jaar lang naar toe te reizen. Hier droomde ik van. Een geweldig leven.

“We doen het nog wel een keer over Jaap”, antwoord Harrie hopend dat Jaap niet in de gaten heeft dat het weekje hem veel irritatie en energie gekost heeft. Nee dat ‘nog een keer doen’ mag wat hem betreft over een paar jaar. Harrie kijkt het plein rond. Heerlijk deze omgeving waar hij is opgegroeid en ook zal overlijden. Mij krijgen ze hier niet meer weg. Jaap is erg veranderd en daar waar we altijd beste vrienden waren en we elkaar aanvulde en voelde, lijken we nu wel elkaars tegenpolen. “Je moet gaan Jaap. De trein wacht niet op je hoor.” en naar de serveerster, “Mag ik een koffie van u.” Harrie pakt zijn krant die hij nog niet heeft kunnen lezen. Ondertussen pakt Jaap zijn tassen en loopt die glimlachend weg. Rust! Eindelijk rust. denkt Harrie. Wat zit die vrouw toch de hele tijd op haar horloge te kijken. Niet dat hij op haar zat te letten, maar dit was toch al de vierde keer. En wat kijkt ze triest. Net een treurwilg. Zou iemand haar hebben laten zitten? Ah, daar komt mijn koffie aan! Wat is het leven toch goed hier.

“Elsie, wat jou is overkomen de laatste tijd, dan is het niet gek dat je een burn-out hebt. En het hoeft niets te maken te hebben met werk. Doe het een paar dagen rustig aan en laat de medicijnen zijn werk doen. Hier heb je een recept en hier een paar goede therapeuten. Goede begeleiding is in deze echt het beste.” Dat had de huisarts een klein uurtje geleden gezegd. Ze had een afspraak gemaakt op aandringen van haar leidinggevende en directe collega. Juist hun hadden haar als geen ander gesteund en nu moest ze hun gaan bellen om te zeggen dat ze voorlopig even niet meer kwam werken. Ze voelde zich zo schuldig. Nog even op haar horloge kijken om te constateren dat op dit moment lunchpauze was aangebroken. Geen goed moment om te bellen voor een afspraak en om haar collega vriendinnen te bellen. Bah wat voelde ze zich schuldig. Ze keek recht vooruit. Een man met een grote glimlach stond daar, leek wel, afscheid te nemen van een andere man. De ene vrolijk kijkend de ander een beetje sip. Zou die jaloers zijn op die ander. Nou ik wel. Nog geen half jaar geleden lachte ik de wereld ook toe en de wereld mij, maar nu. Als vanzelf keek ze weer op haar horloge. Ze zou eigenlijk ook iets moeten eten, maar ze kreeg de koffie al amper weg. Snel opdrinken maar, naar de apotheek en dan snel naar huis. Weer keek ze op haar horloge alsof ze de tijd vooruit duwde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *