Kanker poes

20 mei 2015

2 Dagen geleden, maandag 18 mei. Ik zou met Murphy (Fifi), de poes die ik het langste heb, naar de dierenarts gaan. Ik zou haar in laten slapen. Want zo kan ik haar niet door laten leven, zo waren mijn gedachten. Zaterdag had ik Fifi geaaid, iets wat ik niet zo heel vaak doe en een hele tijd niet heb gedaan. Komt omdat de katten boven leven en Fifi eigenlijk zelden beneden komt. Ikzelf ben bijna een half jaar niet boven geweest, laat staan op de zolder vanwege mijn gezondheid. Fifi is ook graag op zichzelf en lekker eigenwijs. Fifi laat zich alleen maar vangen door mij en laat zich aaien door mijn man en mij. Femke is het pas gisteren gelukt haar voor het eerst te aaien.

Maar goed Fifi even lekker in mijn armen gehad, geaaid en gekroeld. Ik zet haar neer en zie een enorme bult op haar rug in haar nek. Fifi heeft maar drie pootjes. Haar linker achterpoot heeft ze verloren door een lelijke breuk. We weten nog niet hoe dat is gekomen, maar ze moet ergens bekneld hebben gezeten. Het waar is nog altijd een groot mysterie. Toen ik die bult zag iets uit het midden, naar de linkerkant voelde ik eraan. Heel zachtjes en voorzichtig, ik wilde vooral Fifi geen pijn doen.

Wat raar het voelt knokig aan en hard. Lex erbij geroepen en die ziet die bult ook. “Het lijkt of haar schouder gebroken is of uit de kom. Alleen wat nog meer raar is, ze lijkt geen pijn te hebben. Ik mag er gewoon aanzitten.” Wij staan voor een raadsel, maar ik voel me vreselijk schuldig. Je neemt huisdieren met de belofte aan de dieren, dat je er goed voor zal zorgen en nu heeft ze al weer wat gebroken. Hoe kan dat nou. De dag erna ben ik op haar gaan letten. Nee, ze lijkt haar pootje links voor toch slechter te gebruiken. Mijn vader vraagt zich af hoe we die bult hebben kunnen missen. En ook dat zorgt voor een dosis extra schuldgevoel. Maandag als de kliniek open is, bel ik meteen. “Als u het door meneer van den Brink zelf wil laten doen kan dat pas vanavond.”

Ik rij graag 22 kilometer om naar de dierenkliniek Kaatsheuvel te gaan. De service, het eerlijke advies, de vriendelijkheid en de normale prijzen daar kunnen de dierenklinieken in de buurt nog van leren. En dat is al jaren zo. Ik kom er al vanaf kinds af aan, maar heb ook andere klinieken gezien. Dus ik maak een afspraak voor de avond. Ze zouden mij bellen als het rustig is. Tot half 8 is het spreekuur en meestal zitten ze buiten tot voor aan de straat. Om 8 uur houd ik het niet meer. Fifi gaat zelf in de reisbox en ik ga er met haar vandoor. Onderweg blijft ze me kopjes geven en likt aan mijn vinger. De tranen stromen over mijn wangen. “Verdomme Fief, hoe heb je dit weer voor elkaar gekregen? Waarom heb ik dit niet kunnen voorkomen bij jou?” Een klein miauwtje alsof mij aan het trosten is.

Het is nog volle bak bij de dierenarts, maar ik besluit toch om naar binnen te gaan. Als er weer een baasje met huisdier naar binnen gaat, knikken ze. Ze hebben me gezien. Een vrouw tegenover me vraagt “Och vrouwke wat is er.” En snikkend vertel ik dat mijn driepootje van 14 jaar waarschijnlijk haar schouder uit de kom heeft of gebroken en dat ze ingeslapen moet worden. Het is 10 uur als de laatste voor mij naar binnen gaat. “Gerum!” Vader, moeder en dochter gaan met hun 14 jaar oude hondje naar binnen. Het beestje is blind, doof, heeft geen reuk meer en zakt af en toe door zijn pootjes. Bij het aanzetten van de naald joekert (echt Tilburgs) het beestje kei hard. Hij was geschrokken. Natuurlijk had ie hem niet zien aankomen.

Ik neep hem in de wachtkamer. Je hoort de mensen daarbinnen snotteren. Iets wat ik al een tijdje deed. Ik moest me sterk houden, maar voor wie. “Verdorie Fief!” Maar Fief had mij even uit haar leven gebannen sinds ik de deur van de dierenkliniek had open gemaakt. De mensen gingen weg. “Sterkte!” Zei ik toen ze me voorbij liepen en ik kreeg dezelfde woorden terug. Ondertussen komt er nog een eigenaresse met twee dochters en haar huisdier binnen. En ook die kwamen voor een spuitje. Zucht! Het hondje wat achter is gebleven wordt vakkundig opgeruimd. Het is voor de dierenkliniek een zware en hele lange dag. “Kom Fief, wij mogen.”

Ik sta op en pak de box. “Ik had je eigenlijk verwacht met Luna.” Krijg ik al te horen. Een waterige lach kan ik nog produceren, “Nee ik had al gezegd dat Fief waarschijnlijk snel zou volgen, maar dit had ik niet verwacht. Ik denk dat ze haar schouder of gebroken heeft of uit de kom.” We zetten de box op de behandeltafel. Meneer Van den Brink maakt hem open en haalt Fifi eruit. “Ik zie het al, dat is al een aardige bult.” Hij gaat er met zijn hand overheen en voelt. “Dit is kanker.” “O nee, Fief! Dit is niet eerlijk.” “Het is een zeer agressieve vorm van kanker. Het zijn tumoren.” “Maar ze voelen knokig aan?” En dokter Van den Brink legt het uit. “Maar hoe kan het zijn dat we het niet gezien hebben?” “Dit is pas een paar weken oud. Dit kun je heel makkelijk gemist hebben. Deze groeien erg snel.”

Ik ben opgelucht dat we Fief niet lang hebben door laten lopen met een breuk of pootje uit de kom, maar ben zo verdrietig dat haar dit nu moet overkomen. Dokter Van den Brink verteld de opties, maar ook de levensverwachting en wat ons te wachten staat. Fief krijgt een spuitje. Nee niet dat spuitje, maar pretnison, tegen de jeuk. Toen dokter Van den Brink zei dat ze nu nog geen pijn had, maakte ik meteen de box open en Fief vloog er zowat in. Daarna moest ze er weer uit voor dat spuitje. We hebben nog maximaal een maand en houden haar goed in de gaten. Om half elf ging ik weg, na mij nog een paar eigenaren die wel afscheid moesten nemen van hun geliefd huisdier. Het was zo’n dubbel gevoel, blij dat ik haar nog had, verdriet om wat ze heeft en het naderend eind.

Ik ben een watje want een poes die nog geen pijn heeft hoeft voor mij nog geen spuitje. De ellende is dat ik in korte tijd nog een keer afscheid van haar moet nemen. “Kanker poes! Ik hou zo veel van je!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *