Archieven

Ouderenzorg in Nederland schrijnend

6 maart 2015

Woensdag 18 februari 22.00 uur gaat mijn mans telefoon. “Kun jij standby staan, want ma moet naar het ziekenhuis en ik ben zelf te ziek om er achter aan te gaan.” “Wat is er aan de hand pa?” “Je moeder heeft een beroerte en de huisarts van de huisartsenpost komt er aan samen met de ambulance. De verpleegkundige vertrouwde het niet en heeft alles ingeschakeld.” “Bel mij terug zodra je iets meer weet.” Mijn man is ongerust, dit is namelijk al de zoveelste medische klap die zijn moeder krijgt.

De tijd kijken we vooruit en we houden het niet meer. “Bel je vader als je wilt weten hoe het met je moeder gaat.” en mijn man belt zijn vader. “De huisarts is er” zegt die. “Ze zit in een zware beroerte en ze zal er waarschijnlijk niet uit komen. Ze wil niet naar het ziekenhuis.” Mijn man kijkt geschokt. Mijn oma is overleden aan een zware beroerte. Ze raakte in coma en is 5 dagen later door passieve euthanasie overleden. “Ga maar snel naar je moeder toe.” zeg ik tegen mijn man. “Als ze nu nog een beetje aanspreekbaar is heb je dat in ieder geval nog kunnen meemaken.  Morgen ga ik er met de kinderen wel om beurten naar toe.” Mijn man pakt zijn sleutel en jas en is weg.

Ik blijf op hem wachten en als hij thuis komt verteld hij. “Ze slaapt vredig. Ze schrikt af en toe wakker maar is rustig. Je merkt wel dat ze in een beroerte zit. Morgen komt de eigen huisarts. Ik heb gezegd dat jij morgen telkens met één van de kinderen komt. Ik hoorde ook van pa dat ze dinsdag al de beroerte had gekregen.” “Waarom is ze dan niet dinsdag al naar het ziekenhuis gebracht?” vraag ik. “Pa heeft de huisarts gebeld en er kwam een huisarts in opleiding. Die vond het niet zorgwekkend genoeg om haar door te sturen naar het ziekenhuis.” We zijn daar allebei erg boos om, immers ons is geleerd bij verdenking van een beroerte bel je 112 en ga je naar het ziekenhuis. Pa had dus 112 moeten bellen de die huisarts had haar door moeten sturen. Verdomme dit is al de tweede keer dat ze een beroerte krijgt en niet wordt doorgestuurd.

De volgende dag ben ik net met mijn kinderen op weg naar mijn ouders, als de telefoon gaat. De bedoeling is de kinderen daar te droppen en ze 1 voor 1 mee te nemen 3 straten verderop naar mijn schoonouders. Mijn schoonzusje aan de lijn “Mous ma wordt zo opgehaald met de ambulance en naar het Elisabeth ziekenhuis gebracht. Zelf breng ik pa naar het Tweesteden ziekenhuis en hij wordt daar opgenomen. Hij is COPD patiënt en heeft een longontsteking.” “Oké! Ik drop de kinderen en kom dan naar jullie. Ik rij wel achter de ambulance aan.”

Als ik bij mijn schoonouders aankom is schoonmoeder al opgehaald en ik ga naar het ziekenhuis met een tas met spullen. Als ik mijn schoonmoeder op de SEH zie en met haar praat zie ik dat ze geen zware beroerte gehad heeft, maar een milde. Haar stem is zachtjes en ze zoekt naar woorden. Ze heeft uitval rechts. Haar arm, hand en been werken niet meer zo goed. Nee mijn vader was er beduidend slechter aan toe 18 jaar geleden. Na een gesprek met de arts assistent neurologie bevestigd die mijn verdenkingen. Ik ben eigenlijk nog bozer. Verdorie ze had dinsdag naar het ziekenhuis gemoeten en ook verdorie want ze zit niet in een zware beroerte maar in een milde. Maar, ze is hier in ieder geval in goede handen.

Mijn schoonvader blijkt naast een longontsteking ook een griep te hebben. Hij is erg verzwakt en zelfs als hij na een week ontslagen wordt uit het ziekenhuis heeft hij nog geen puf om ook maar iets te ondernemen. Bij mijn schoonmoeder is het de vraag of ze naar huis kan. Ze sleept nog met haar rechter voet en ook de kracht in haar handen is niet voldoende. Haar spraak gaat al beter, hoewel ze niet op alle woorden kan komen. Zeker omdat het met pa nog niet goed gaat mag ze niet naar huis. Ze is medisch gezien een twijfelgeval, maar gezien het totaal plaatje is het toch beter haar aan te melden in de Volckaert in Dongen.

Daar kan ze woensdag al terecht. Mijn man moet vrij nemen, want wij moeten haar daar naar toe brengen. Hij haalt haar op uit het ziekenhuis en brengt haar even naar ons thuis voor een huiselijk bakkie koffie. Dan breng ik haar naar de Volckaert. Daar zijn we net bezig met het gesprek met de verpleegkundige die de opname doet als de ouderenarts binnenkomt. Hij stelt zich voor en begint met een paar testjes. Vraagt dingen aan mijn schoonmoeder. Als ik een aanvulling doe vraagt hij aan mij of ik een medisch beroep heb. “Nee dit heb ik niet. Ik ben Personeelsfunctionaris.”

Alsof ik daarmee flink gedegradeerd ben kijkt hij weg. Als hij na een minuut of 7 klaar is met de testjes zegt hij tegen mijn schoonmoeder “U heeft beginnende Alzheimer en u bent over drie weken weer thuis.” Mijn mond valt open van verbazing. De neuroloog in het ziekenhuis zei me dat ze over 3 maanden pas kunnen testen of er spraken is van dementie en welke vorm. En meneer komt binnen en heeft het binnen 5 minuten gezien. Nog los van het feit dat hij mijn schoonmoeder belooft dat ze over 3 weken weer thuis is. Hij weet niet van de thuissituatie.

Voor ze haar beroerte had gehad was ze al een aantal keer gevallen in huis en één keer buiten. Mijn schoonvader kan haar dan niet overeind krijgen en moet de buurman inschakelen. Mijn schoonmoeder neemt wel eens de verkeerde dosis insuline of vergeet hem in te nemen. Ze komt nauwelijks buiten de deur. En haar krachten en energie nemen af. Mijn schoonvader kan de 24-uurs verzorging van schoonmoeder fysiek en mentaal gewoon niet meer aan. Hij mankeert ondertussen zelf ook te veel. Vanwege zijn gezondheid is hij op 50ste al afgekeurd en dan moet hij nu de verzorging van ma op zich nemen.

Mijn schoonzusje kan dat ook niet want die woont in de buurt van Den Haag. Dan zou het op ons aankomen. Ik ben zelf net weer gezond aan het worden na een operatie met veel complicaties die ik net heb overleefd. Wij hebben drie kleine kinderen van 7, 5 en 3 jaar. De oudste twee hebben ADHD en ik ADD. Zelf hebben wij begeleiding in het gezin en dan zouden wij de zware zorgtaak van ma erbij moeten nemen. Dat zou funest zijn voor ons. Mijn middelste is net weer er boven op aan het komen nadat ik zo ziek was. Ze heeft daar behoorlijk onder geleden. De jongste ziet niks anders als ziekenhuizen op dit moment en niet voor zichzelf.

Maar sinds 1 januari 2014 krijgen ouderen met de indicatie zorgzwaartepakket (zzp) 3 geen plaats meer in een verzorgingshuis. Dat zijn veelal mensen die moeilijk ter been zijn, weleens iets vergeten, beginnende dementie hebben, hulp nodig hebben bij het uit bed komen, bij het douchen of de maaltijd. In een verzorgingshuis zouden ze op grond van de oude indicatiestelling tot twaalf uur hulp per week krijgen, maar volgens de nieuwe normen is ‘zzp 3’ gezond genoeg om met de nodige thuiszorg zelfstandig te blijven wonen.

En als je dat weet dan kun je alleen maar vrezen met grote vrezen. Want ondanks dat er nog geen diagnose gesteld kan worden beginnende Alzheimer en ze wat wankel is, zou ze dus gewoon naar huis gestuurd kunnen worden over 3 weken. En wat moeten we dan als gezin. Om het hardst aan de bel trekken of moeten we maar afwachten totdat ze valt en haar heup breekt of erger.

Nee de ouderenzorg is schrijnend tegenwoordig. Want ook al willen de ouderen vaak zelf niet, ook als de belasting te zwaar wordt voor de omgeving en ze eigenlijk niet meer in staat zijn zelfstandig te wonen, dan kunnen ze zelfs niet meer naar een verpleeghuis/verzorgingshuis.

 

Note: Inmiddels heeft er een goed gesprek plaatsgevonden met de ouderenarts. Hij is nu op de hoogte van de voorgeschiedenis en van de situatie thuis. Over 3 a 4 weken zal er een gesprek plaatsvinden om te kijken of terugkeer naar huis überhaubt nog kan. Immers overbelasting van de partner moet ook meegenomen worden. Voor dit gesprek zal er nog een gesprek met maatschappelijk werk zijn. Om nog beter de gehele situatie in beeld te krijgen. Ook kunnen er geen beloftes gedaan worden en wij ons terdege bewust blijven hoe erg de zorg is uitgekleed, ben ik nu wel wat meer gerustgesteld over het feit dat er nu serieus naar het geheel plaatje gekeken gaat worden.

Zorg en zorgverzekering onbetaalbaar

7 maart 2015

Vandaag staat er in de Telegraaf een stuk over medicijnen die met ingang van 1 maart niet meer vergoed worden door zorgverzekeraars. Het zijn medicijnen die niet gangbaar zijn. Oftewel speciaal geprepareerd voor patiënten. Als je dan de kosten leest voor een van die medicijnen dan denk ik “Jeetje wat is dat duur.” Maar als iemand nog wel kan functioneren met die medicijnen, moet je dan zeggen betaal ze zelf maar. Misschien moet we nog eens een keer naar de hoge zorgkosten kijken. Kijken waar die vandaan komen.

Tegenwoordig worden ziekenhuizen al onder de loep genomen en worden artsen en specialisten al in de gaten gehouden op hun declaratie gedrag. Maar hoe zit het met apothekers? Chronisch zieken kunnen goedkoop hun medicijnen zelf bestellen bij een leverancier. Maar ga je die medicijnen bestellen bij de apotheek betaal je ineens het driedubbele. Nee dit is niet een uit de lucht gegrepen iets.

Recentelijk is bij mij diabetes geconstateerd. Van mijn schoonouders kon ik hun prikapparaatje gebruiken. Deze hadden ze niet meer nodig want ze kregen een nieuwe. Maar toen de teststrips op waren ben ik gaan kijken bij twee grote leveranciers https://www.bosman.com/ en bij http://www.boerenmedical.nl/ . Hier was ik voor de teststrips respectievelijk 24,95 en 26,95 kwijt. Maar omdat ik het meteen nodig had en het nog niet duidelijk is onder welke type diabetes ik val, heb ik mijn man naar de apotheek gestuurd. Daar kon hij dezelfde teststrips krijgen voor 74,95 euro. Mijn bek viel gewoon open.

Ik ben teruggegaan en heb ze de teststrips terug gegeven en mijn geld teruggehaald. Ik snap best dat er enig prijsverschil is, maar dat iets drie keer over de kop moet snap ik niet. Je gaat je dan ook afvragen hoe het voor de rest met de prijzen van medicijnen zit. Kun je je recept niet ergens anders inleveren waar het veel goedkoper is. Wat dat aangaat zijn we, over het algemeen, weinig ondernemend. We krijgen van de huisarts, ziekenhuisarts of specialist een recept en we gaan dan naar onze apotheek om de medicijnen op te halen. In de meeste gevallen is het zelfs zo dat het recept al is gefaxt of gemaild naar de apotheek. Maar kunnen we niet zelf kritischer zijn in waar we onze medicijnen vandaan halen.

Zou de zorg niet al vele malen goedkoper kunnen als apothekers hun prijzen niet drie keer over de kop gooien. Ik ben natuurlijk best bereid om te betalen voor een goede gezondheid, maar tegenwoordig betaal ik ook voor een eerste uitleg. Een uitleg die je van je arts, specialist ook al hebt gehad. En wat is het volgende. Dat ik moet betalen voor een groet of een vriendelijke blik. Nee mijn gezondheid is belangrijk, maar als we zo doorgaan niet meer te betalen. Ik hoop dat apothekers medicijnen en hun diensten weer betaalbaar gaan maken, in de hoop dat onze verzekeringspremies en eigen risico weer omlaag kan gaan.

Daar heb ik helemaal geen tijd voor.

Daar heb ik helemaal geen tijd voor.

Vrijwilligerswerk! Daar heb ik geen tijd voor. Ik heb het druk genoeg met mijn gezin. En terwijl ik het
artikel op Yunomi lees besef ik dat ik wel degelijk vrijwilligerswerk doe, maar dat nooit als
vrijwilligerswerk ervaren heb. En ik denk dat dat voor een hele hoop mensen hetzelfde is. Ik noem
het helpen van vrienden en bekenden. Of betrokken zijn bij. En soms vind ik het gewoon logisch.

Het is meestal zo vanzelfsprekend

“Ach ik doe het wel even,” of “Vraag Mous maar.” zit er eigenlijk al van heel jong in. Mijn vader was
vroeger net zo, dus ik heb het niet van een vreemde. Meestal is het ook vanzelfsprekend. Bij ons in
het gezin (Mijn ouders en zusjes) hebben we onderling vaak woorden, maar als er iemand hulp nodig heeft, zijn we er altijd
voor elkaar. Of het nu iets kleins is of iets groots. Mijn grootste struikelblok is echter wel, dat ik heel
moeilijk hulp kan vragen en dus is het voor anderen heel moeilijk met mij om te gaan. Ik wil ook
nooit iets terug, want dan voel ik me bezwaard, want daar doe ik het toch niet voor.

Bijna 4 jaar geleden richtte ik Djoekster op. Een forum voor met name zwangere en jonge moeders om te kletsen
en ervaringen uit te wisselen. Heel veel tijd ging er in zitten en ook ellende genoeg. Djoekster is nu
niet meer zo druk bezocht als toen en momenteel vind ik dat best. Toen opgezet omdat er een
aantal mensen gebannen was (ikzelf ook) op een ander forum en we toch in contact met elkaar wilde
blijven.

Goed voorbeeld doet goed volgen

Mijn vader was altijd betrokken bij de scholen waar wij op zaten. Hij werd zelfs gevraagd om zitting
te nemen in de MR. Die betrokkenheid wilde ik ook. En toen Femke naar school ging kwamen er
twee vacatures bij de MR en twee bij de OR. Nee ik ben niet zo creatief dus OR is niks voor mij. Ik
meldde me dus aan bij de MR en sinds twee jaar zit ik daar in. Meteen vroegen ze mij ook voor de
GMR omdat ik veel van personeelszaken en organisaties weet. Dat heb ik ook gedaan.

En dat hebben ze geweten. Ik kreeg een functie-informatieformulier te zien en daar heb ik drie zinnen van
heel gelaten. Ik durfde hem bijna niet terug te geven, maar de reactie was geweldig. En uiteindelijk
hebben ze 1 op 1 mijn FIF overgenomen. Mijn angsten weg en ik voel me op mijn plek. Fijn betrokken
zijn bij de school van je dochters.

Zal ik

Als iemand mij opbelt met een vraag op mijn vakgebied, dan help ik daar waar ik kan. Ik ga mee
naar de arboarts als een vriendin dat niet alleen durft. Ik ga mee naar een voorlichting of gesprek als
een vriendin dat prettiger vind. Ik help mijn vader in zijn conflict en help mijn zusje met het
opstarten van haar bedrijf. Heeft er iemand een auto nodig mogen ze die van mij lenen. Moeten er
boodschappen gedaan worden is het gezelliger en gemakkelijker om met mij mee te gaan. En gaan
we ergens naar toe rijd ik wel, want dat is net zo makkelijk. En een “Ik ga naar de winkel heb jij daar
nog iets van nodig?” Vind ik een doodnormale vraag.

Nee soms moet je het niet onder het kopje vrijwilligerswerk zetten of mantelzorg, maar onder het kopje vanzelfsprekend. Nee voor echt vrijwilligerswerk heb ik het veel te druk voor. Dat laat ik maar over aan mensen met meer tijd.  😉

Er moet meer gelezen worden

20 januari 2015

 

Morgen beginnen ze. De nationale voorleesdagen 2015 van 21 januari tot en et 31 januari. De Nationale Voorleesdagen bestaat sinds 2004 en is een initiatief van Stichting Lezen, georganiseerd door de Stichting CPNB. Doelstelling is het stimuleren van voorlezen aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. De doelgroep zijn ouders van kinderen tussen ½ en 6 jaar. Het ‘kernkind’ is het kind van 3 jaar oud, dat een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf bezoekt. Maar ook de groepen 1, 2 en 3 worden hierin betrokken.

De aftrap van deze jaarlijkse nationale voorleesdagen begint met het voorleesontbijt. In 2014 lazen o.a. Prinses Laurentien, Minister Jet Bussemaker, Kees van Kooten, Ruben Nicolai, Jennifer Ewbank, staatssecretaris Sander Dekker en Marc van der Linden enthousiast voor. Ik ben benieuwd wie er dit jaar gaan voorlezen. Scholen kunnen bij het CPNB extra materialen bestellen om meer feestelijke inhoud te geven aan hun voorleesontbijt.

Afgelopen week kreeg ik een mailtje van de juffen van Femke. Mensen gevraagd om voor te lezen in haar klas. Liefst papa’s of opa’s. En ik dacht leuk! Maar ik ben meer een schrijver als een lezer. Zouden ze het leuk vinden als ik voor kinderen van 6-7 jaar een verhaaltje schrijf wat voorgelezen kan worden op zo’n dag. Een niet al te groot verhaaltje, maar gewoon leuk voor de meisjes en jongens uit haar klas.

Vandaag en morgen genoeg tijd om te bedenken en hopelijk ook om te schrijven. En heel misschien ben ik dan wel in staat om het voor te lezen in haar klas. Ik denk, dat als ouders samen met hun kind een verhaaltje kunnen verzinnen en dat samen voorlezen in de klas, dat je dan een nog leukere extra dimensie kunt geven aan dit goede, leuke en vooral leerzame initiatief als de nationale voorleesdagen. Want er moet toch vooral meer gelezen worden.

Eigen rechter op Social Media

15 maart 2015

Als er iemand wel weten wat het is om gepest, getreiterd en in elkaar gemept te worden door onder andere klasgenoten en later weggetreiterd te worden op je werk, dan ben ik het wel. Het heeft mij gevormd tot wie ik vandaag de dag ben. Het enigste wat ik mezelf daarin kan verwijten is dat ik mezelf wel tot een makkelijk slachtoffer maakte en niet terug durfde te slaan.

Het begon allemaal in de 2e klas basisschool. Tot die tijd had ik genoeg vriendjes en vriendinnetjes, maar daar maakte mijn leraar, een einde aan. Ik had voor de tweede keer hoofdluis en mijn moeder melde dat aan de docent. Iets wat de moeder van mijn klasgenootje niet had gedaan. Van haar had ik ze namelijk gekregen. De leraar riep mij naar voren en toen ik bij zijn tafel stond zei hij: “Mireille heeft hoofdluis en daarom krijgen jullie een brief mee naar huis.” Ik wilde ter plekke sterven. Mijn moeder was furieus, maar het kwaad was al geschied.

Dankzij een zoon van een kennis wisten ze op de twee volgende scholen (een basisschool en de MAVO) ook van mijn pestverleden. Op de MEAO en daarna de MDS ging het nog even door. Maar in het tweede jaar MDS was het over. Inmiddels was ik 18 jaar en werd niet langer meer gepest. Ik was wel stik onzeker. En zelfs in 1999, op 27 jarige leeftijd gediagnosticeerd met faalangst. Ik heb zowel sociale faalangst als cognitieve en lichamelijke faalangst. Maar omdat ik overcompenseer zullen anderen het niet snel merken. De faalangst kwam met name door een gebrek aan zelfvertrouwen. Ik merk wel dat de faalangst er nog is en dat ik nog vaak om bevestiging vraag, maar het is niet meer zo heftig als vroeger.

Vroeger was pesten ook niet oké hoor, maar werd er weinig aan gedaan. Als iemand door een groepje in elkaar gemept werd, werd er niet gezegd dat het mishandeling was. En er waren ook leraren die met de klas mee pestte om zo populair te zijn. Gelukkig deden dat niet alle leraren. Tegenwoordig wordt er veel meer aandacht besteed aan pesten. Vooral ook de gevolgen die pesten kan hebben. Op zich een heel goed ding. Maar waar ik niet achter kan staan is dat mensen het recht in eigen handen gaat nemen. Voor eigen rechter gaan spelen op Social Media zoals Facebook. Daar filmpjes en foto’s wegzetten van kinderen die zich schuldig maken aan pestgedrag.

Voor mij zou het gemakkelijk zijn om namen te noemen in mijn stuk. Mensen die mij vroeger gepest hebben. Toen waren ze echter nog kind en we leefde in een andere tijd. Buiten dat wat schiet ik ermee op. Moet ik het leven van een ander verzieken, omdat ze vroeger het mijne lange tijd hebben verziekt. Nee! Ik heb het achter me kunnen laten. Ik was zelfs verbaasd toen ik op Social Media een aantal pestkoppen tegen kwam en die oprecht hun excuus aanboden voor iets wat ze vroeger gedaan hadden. Het raakte mij enorm.

Ik vind dat, als je iemand die zich schuldig maakt aan pestgedrag, zo openlijk aan de schandpaal nagelt op bijvoorbeeld Facebook je zelf geen haar beter bent. Alles wat je over iemand op het internet kwakt staat er voor het leven op. Je geeft dus iemand levenslang. Want wie weet ziet zijn toekomstige werkgever het op Facebook en neemt hem ondanks dat hij de beste was niet aan. Of krijgt hij zulke harde en dreigende reacties dat hij een einde maakt aan zijn leven. Wil jij dit op je geweten hebben. Want wat maakt jou dan beter als zo’n pester. Laten we op Social Media voor sociaal zijn en niet op oorlogspad zijn.

Alleen zo kunnen wij nog beter onze kinderen leren dat pesten niet oké is.

Wonen in een woonerf

26 januari 2015

De Gagelrijs wordt opgeknapt. Alle bewoners van de Gagelrijs hebben inspraak in de plannen. Jeuh! De drempels gaan er in ieder geval uit. Shit! Er wordt nu al zo hard gereden en zonder drempels ben ik bang dat het nog harder zal zijn. Op de voorlichtingsavond worden deze verontrustte gedachten ook uitgesproken. En zelfs een aantal bewoners denken dat ze binnen een woonerf 30 km/u mogen rijden. Neen het is stapvoets geweest en aangezien niemand wist wat stapvoets was, hebben ze er 15 km/u van gemaakt. Heel even zou er sprake zijn geweest die snelheid op te hogen naar 30 km/u, maar dat is Godzijdank niet doorgegaan.

En dan is het zover. Bomen worden gerooid, extra parkeerplaatsen gerealiseerd en de drempels weggehaald. De werklui zetten expres een bord bij hun werk in uitvoering, want er wordt nogal hard gereden. Maar wat schetst mijn verbazing, eigenhandig hebben de werklui de snelheid opgevoerd naar … juist 30 km/u. De man van de gemeente oppert dat we zelf de mensen moeten aanspreken op hun rijgedrag. Dit ben ik ook echt van plan, maar ik spreek ook die werklui aan. Lachend wordt er op gereageerd met een “Ze rijden nu tenminste wat rustiger voorbij.” Eigenlijk schandalig, maar goed.

Ik loop op een dag van school naar huis. Mijn dochtertje van toen 2,5 jaar steekt ineens de straat over. Ik vloek want de vrouw die het hardst rijd hier in de straat komt net aan scheuren. Jilke schrikt van mijn reactie, maar is gelukkig net aan de overkant als ze voorbij raast. Ik roep “15! Je mag hier 15 weet je nog!” Maar natuurlijk heeft die niks gehoord. Een wat oudere man uit de straat staat bij me en zegt doodleuk “Dat is een kwestie van je kind opvoeden.” Ik plof zowat. Wat nou kind opvoeden. “Wij zijn voorbeeld jij dus ook.” Meer kan ik niet uitbrengen, zo boos en verbouwereerd ben ik.

Inmiddels zijn we een half jaar verder en heb ik diverse mensen aangesproken op hun rijgedrag. Dit werd niet altijd in dank afgenomen. Zeker niet de ochtend. En dan moet je ook nog de discussie voeren dat je op een woonerf 15 en niet 30 km/u mag. Een enkeling blijft ondanks het te laten zien op internet volhouden. Of je krijgt de opmerking, maar je mag ook niet op de weg lopen. Ga terug op theorie-examen man! In een woonerf mag je op de weg lopen, maar elkaar niet onnodig hinderen.

Mijn man heeft de gemeente gevraagd wanneer de snelheidsaanduider er kwam en dat was binnen een maand gerealiseerd. Helaas is het een aanduider en niet een die laat zien dat je te hard rijd. Dat hebben we toch even ingeschoten bij de gemeente. We hebben ze ook gewezen op bestaande borden waarop woonerf staat afgebeeld en de 15 erin.

g05-a115

Toch snap ik niet dat er hier nog geen ongelukken gebeurd zijn. In het begin van onze straat is de kleuteringang van de school. Kinderen vliegen met noodgang de weg op. Of het nu met een step, fiets of te voet is. Tussen de geparkeerde auto’s door schieten ze als ongeleide vuurpijltjes naar huis of naar diegene die ze op komt halen. En als je als bewoner de Gagelrijs in of uit wil op het moment dat de school begint of eindigt kun je het wel vergeten. Nog los van hoe gevaarlijk de situatie is.

Ik denk dat ik met recht bezorgd ben, maar ik hoop niet dat het wachten is op ongelukken. Ik hoop dat we als bewoners en als ouders nog iets meer willen letten op ons eigen rij-, en parkeergedrag. De veiligheid van onze kroost staat toch voorop?

Mireille de Vogel

Waar gaat het heen

3 februari 2015

Ik lees een stukje in de Telegraaf. Beslist niet mijn favoriete krant, maar toch trekt dit mijn aandacht; ”

Jeugd gaat steeds verder online: pikante Whatsapp-groepjes

AMSTERDAM – Werd je vroeger als kind buitengesloten op het schoolplein, word je nu, dag en nacht, lastig gevallen via telefoon en social media. Pesten wordt steeds heftiger, meldde de Kindertelefoon gisteren. Ouders zouden maar een greintje weten van wat er daadwerkelijk achter het digitale schermpje van de mobiele telefoon van hun kinderen gebeurt. Justine Pardoen, hoofdredacteur van Ouders Online en Bureau Jeugd & Media: “Het online gedrag van kinderen gaat zelfs zo ver dat ze elkaar in WhatsApp-groepjes porno sturen…” Hoe krijg je hier als ouders nog grip op?

Volgens Nathalie But van de Kindertelefoon is de aard van de telefoontjes die zij krijgt sterk veranderd in de afgelopen decennia. Waar de Kindertelefoon vroeger vooral werd gebeld over pesten op het schoolplein, richt de pestproblematiek zich nu vooral op de digitale sfeer.”

 

Mooi neergezet, maar ook vroeger in mijn jeugd werden we niet alleen maar buitengesloten op het schoolplein. Telefoonterreur kende ze ook wel en mishandeld werd er ook. Maar ik ben het wel eens dat het tegenwoordig verder gaat. De computer en internet is een geweldige uitvinding, maar als het voor dit soort doeleinden gebruikt wordt is de impact nog groter als vroeger het telefoonterreur.

Heel het sociale gebeuren op het www is een ideale uitvinding voor mensen met vrezen. Je kunt meer jezelf zijn of juist meer verschuilen achter je scherm. aar het gevaar is dat een ander daar goed misbruik van kan maken. Een vrouw waar je al jaren mee praat blijkt een man te zijn, een kind een volwassene. En een groep durft via het internet nog meer een persoon belachelijk te maken, bedreigen of te pesten als in het werkelijke leven.

Zeer recentelijk kreeg ik er via FB van een aantal vrouwen van langs. Vrouwen die mij menen te kennen van het internet. Een aantal die al van begin af aan een aversie hadden jegens mij en nu na een half jaar hun kans schoon zag. En natuurlijk het raakt me wel even. Want van een stel oudjes die het voorbeeld moeten zijn voor onze jeugd, mag je toch wat verantwoordelijker gedrag verwachten. Maar het raakt me minder als vroeger. Alsof je er aan gewend raakt.

Toch als ik me dan bedenk dat een kind hetzelfde moet ondergaan, krijg ik kippenvel op mijn armen. Laatst nog zag ik een documentaire over een meisje die zo gepest werd. Twee meisjes waren ermee begonnen en uiteindelijk heeft het gepeste meisje zelfmoord gepleegd. Niet alleen op school, maar ook op het net. Niemand meer om mee te praten, niemand meer die ze kon vertrouwen. “Ja aan de gevolgen hadden ze nooit gedacht en het was nooit hun bedoeling geweest,” aldus de pesters. “Nee, ze wilde haar alleen maar een lesje leren. Hun mening geven over dat meisje, want die had het te hoog in haar bol.”

Het is nooit goed te praten, dit soort dingen, maar van een tiener kun je nog begrijpen dat het gebeurd, maar niet van de 55 plus. Nee ik vraag me af, waar gaat het heen met onze jeugd. Als dit de voorbeelden moeten zijn. Als dit normaal moet zijn. Ik hoop toch dat ik mijn kinderen meer kan bijbrengen. En ze vooral ook de gevolgen in kan laten zien. Nee pesten is niet oké. Maakt niet uit hoe en waarom.

Mijn oprechte excuses uw Edelachtbare

8 januari 2015

 

Een eerste keer is altijd spannend. Doe dat maal 100 en zo spannend is het meestal voor mij. Nu was het echter anders. Ik was relaxter als anders. Net van te voren had ik mijn opdrachtgever gesproken en eigenlijk hoefde het niet meer. Er was wederom een faillissementsverzoek ingediend door een schuldeiser. En van een kale kip valt niet te plukken, dus waarom moeite doen. Maar ik wil graag die ervaring. Deze eerste keer naar de kantonrechter, ondanks mijn faalangst. En daarbij je moet nooit verstek laten gaan, want dan verlies je automatisch.

In de auto ben ik nog een keer het hele dossier aan het doornemen en speel scenario na scenario af in mijn hoofd. Ik ben zelfs zo druk in mijn hoofd dat ik me maar moeilijk kan concentreren op de weg. Stoppen nu Mous, zeg ik tegen mezelf. Maar dat commando lijkt niet te werken. Ja ik heb best een combinatie aan persoonlijke gebreken, faalangst en ADD. Maar soms, maakt dat niet uit. De zaak voor ons loopt uit en ondanks dat ik laat ben, ben ik dus nog ruim op tijd.

Een klaagzang van de rechter, dat hij nog geen pauze heeft gehad, beantwoord ik met een; “Dan nemen we over een uur pauze, dat is voor mijn gezondheid ook beter.” De zaak was ook vanwege mijn gezondheid uitgesteld. Dat kon gelukkig nog, niet alleen om het verzoek van uitstel, maar ook omdat ik eind september bijna het loodje legde op de OK. Maar goed, mijn opmerking werd schijnbaar niet eens gehoord. We konden naar binnen en de vaart werd erin gezet tot de rechter zich realiseerde dat ik nog mijn spullen aan het uitpakken was.

Dan gaat ie echt beginnen. “Zo u ziet er nog best jong uit voor iemand met zo’n gehavend gezicht. Ik bedoel dat ik u zeker niet uw leeftijd geef.” Nee dit zegt hij niet tegen mij, ik gebruik Oil of Oulaz en zie er sowieso jong uit. Nee de tegenpartij heeft overal een piercing ingedaan waar die maar kon. Persoonlijk kick ik daar ook niet op, maar voor een rechter om daar een opmerking van dit kaliber over te maken.. Ondanks dat ik er even om moest lachen is dit natuurlijk not done. Maar vanaf het moment dat de vertegenwoordiger van die persoon daar een opmerking over maakt tegen de rechter, is het knuffelen begonnen. Schijnbaar zag de rechter ook in dat het niet zo’n handige uitspraak was en probeert het goed te maken door vooral hun extra aandacht te geven.

As vertegenwoordiger van een werkgever sta je gewoon zwakker, maar gaande weg de rechtszaak kreeg ik de indruk dat ik op zijn minst een verbale boksbal was. Lag dat nu aan het feit dat ik er ronduit voor uit kwam dat het mijn eerste keer was, dat ik de werkgever verdedigde, ik vrouw ben of dat ik geen meester titel bezit. Het kan natuurlijk ook al het hierboven genoemde. Ik voelde me geenszins een persoon, meer een grote boef en dan heb je nog niet eens iets misdaan.

“Mevrouw, wilt u pas antwoord geven als u iets gevraagd wordt en niet onderbreken.” Ai shit! Die was ik vergeten. “Mijn oprechte excuses uw Edelachtbare. Het zal niet meer gebeuren.” En in gedachte vul ik aan ‘Hoop ik’. Het is zo verdomde verleidelijk om aan te vullen of jezelf te verdedigen. En met een rood hoofd vingers in elkaar gevouwen gaan we verder. ‘Ik mag niet onderbreken. ik mag niet onderbreken. Genoeg Mous je moet luisteren.’

Dan mag ik het woord voeren en ik heb vier punten waar ik op wil reageren. Nee onze woorden zijn compleet verdraaid. Er klopt geen hout van en terwijl ik net puntje drie afrond vraagt de tegenpartij of ze op dat laatste mogen reageren. Ik luister en reageer toch want ineens begint de vertegenwoordiger van de tegenpartij, mij en mijn opdrachtgever te beschuldigen van liegen. Ook de rechter vind dit niet daar thuishoren. “Meneer u zit niet in een rechtszaal waar u net zoals op tv een getuige eronderuit kunt halen en intimideren. Dat doet u maar ergens anders.” Oké hier was ik wel blij mee maar ik vergat wel mijn puntje vier. En toen ik daar op terug wilde komen was mijn beurt voorbij. “U heeft uw spreektijd gehad mevrouw.”

Ik klapte dicht en voelde me genaaid. En weet je, het was niet eens lekker. Nee die had ik niet verwacht en zien aankomen. Ach, mochten we verliezen, dan kunnen we nog altijd in cassatie. Natuurlijk als we nog bestaan. En dan doen we dat zeker pas drie dagen voor de einddatum. Ik schiet in de lach om die uitspraak. Nee het doet er weinig meer toe. Over een paar weken is de uitspraak en dan… Maar een 100% winst zou wel erg mooi op mijn CV hebben gestaan.