Archieven

Koeienstront en Duitsland

21 januari 2016

Inzending boekenweek 2016

 

Ken je dat? Een bepaalde geur ruiken en dan komen bepaalde herinneringen naar boven. Toen ik dat in mijn vriendenclubje uitlegde, lagen ze in een deuk. Hoewel ik meer denk dat het lag aan de geur in combinatie met de herinnering. Als ik namelijk koeienstront ruik denk ik aan Duitsland. Dat is wat anders als de opmerking bij het zien van een Duitser “Wanneer krijg ik mijn fiets terug.” Hoe apart ook, het zijn geen nare en rare herinneringen.

Toen mijn vader nog militair was, is hij geplaatst geweest in Duitsland. Drie jaar lang zijn we parttime in Duitsland gaan wonen. Nee, we woonde er niet de hele tijd, maar een paar maanden daar en een paar maanden in Nederland. Wij woonde in Buren neben Haren vlakbij Düsseldorf. Die neben is nog een overblijfsel uit die tijd. Ik zeg nooit Buren bij Haren vlakbij Düsseldorf. “In Nederland heb je ook een Haren en een Buren en zo weet iedereen meteen dat ik Duitsland bedoel,” is dan mijn ‘logische’ uitleg.

Ook iets uit die tijd is, dat wij altijd kinderprogramma’s keken op de Duitse zenders. ‘Das programm mit der Maus’ herinner ik me nog erg goed. Jaren lang dacht ik dat mijn vader mij Mousje noemde vanwege dat programma, maar dat bleek niet zo te zijn. Het had echt te maken met de Disney muis. Tegenwoordig heb ik een hekel aan Duitse TV. Al dat nagesynchroniseerde bij een niet Duitse film of serie, daar word ik kriegel van. Op de één of andere manier kan ik die film dan niet meer serieus nemen. Nu kon je de films van Terrence Hill en Bud Spencer toch al niet serieus nemen, maar dat waren toch echt de eerste nagesynchroniseerde films die ik heb gezien. En ik toen maar denken dat Terrence Hill en Bud Spencer Duitsers waren.

Nee koeienstront ruiken, dan denk ik aan het platteland waar we zaten. De herberg van Onkel Fritz waar mijn zusje drinkglazen kapot beet. Ons appartementje boven Suzie, onze Turkse onderbuurvrouw die heel lief was en lekkere snoepjes had. Het winkelwagentje in een hele grote supermarkt dat omviel omdat mijn zusje er aan ging hangen. Het grote plein waar drie nationaliteiten aan militairen stonden voor een vaandel overdracht en de Belgische kleuterschool waar ik op zat.

Jaren lang ben ik er trots op geweest dat ik in Duitsland gewoond heb en dat ik heel goed Duits sprak. Tegenwoordig is het meer een onderdeel van Mous geworden. Ik spreek bijna nooit meer Duits en echt trots ben ik ook niet echt meer op het feit dat ik in Duitsland heb gewoond. Dat heeft weinig te maken met de geschiedenis, maar meer met ouder worden. In de loop der jaren was het niet meer uniek of gewoon niet belangrijk meer. Laat mij maar gewoon aan Duitsland denken als ik koeienstront ruik. Ook als ik in Frankrijk ben, want dat maakt voor de associatie van de geur met herinnering, niks uit.

Het kerstdiner.

Verhaal ingestuurd voor de wedstrijd van OSKA Nederland

 

Mijn moeder zou zoals elk jaar ons weer een geweldig kerstdiner
serveren. Maar er moest zeker in het menu mosterdsoep staan. Mijn zusje
en haar vriend vonden het jammer dat er ook koeientong bij stond. Ik
niet. De laatste keer was al zo lang geleden en ik vind het heerlijk.

De avond ervoor gaan we naar een verjaardag van een familievriend.
Als ik die avond als eerste thuis kom vind ik de twee Duitse Doggen heel
rustig in hun mand. Ik loop door en zie dat de kastdeur open is. Ik wil
hem dicht doen, maar mijn oog valt op de glazen schaal op de grond. Wat
raar, want normaal staat die een verdieping hoger. Er is niks mee aan
de hand. Schoon en heel, dus zet ik hem terug op zijn plaats. Ik ga naar
boven om me om te kleden en mijn ouders komen binnen.

“Mous heb jij iets met de koeientong gedaan?” Vraagt mijn moeder.
“Nee hoezo?” “Nou hij stond in de kast en daar ligt ie niet meer en de
schaal waarin hij aan het rusten was staat weer op zijn plek.” “Die
glazen schaal stond leeg op de grond en de kastdeur was open.” Tegelijk
kijken we naar de honden en die kijken ons heel zielig aan. Ik denk
shit, mijn vader begint te vloeken en mijn moeder heeft tranen in haar
ogen. Mijn zusje en haar vriend hebben een smile op hun gezicht. Dit
jaar geen koeientong op het menu. Gelukkig ligt er genoeg vlees in de
vriezer en haalt mijn moeder er een rosbief uit.

Het is zo ver. Eerste kerstdag en we zitten allemaal netjes
aangekleed aan tafel. De stemming is goed ondanks het akkefietje van
gisteren. Onze lievelingssoep, mosterdsoep staat voor ons. We beginnen
te lepelen en de stemming lijkt om te slaan. Iedereen zit spontaan te
janken aan tafel. De mosterdsoep die anders zo heerlijk is, is vandaag
heerlijk met extra pittige mosterd bereid. Foutje! Door de tranen heen
hebben we de grootste lol. Meteen worden oude herinneringen opgehaald
aan eerdere kerstdiners met mosterdsoep.

Mijn opa, die al weer een aantal jaar overleden is, kreeg ook eens
mosterdsoep bij het kerstdiner. Hij verstond alleen Mosselsoep. Op een
gegeven moment was die alle tuinkers uit zijn soep aan het vissen. “Opa,
wat ben je aan het doen?” “Ik ben de graten uit deze heerlijke
mosselsoep aan het vissen. Graten kun je toch niet eten.” Ik geloof dat
het merendeel van de mosterdsoep uitgeproest over tafel ging toen.

En net zoals die kerstherinnering zal ook dit kerstdiner nog lang
heugen. Je bent het toch wel met me eens dat mosterdsoep gegarandeerd
goed is voor leuke herinneringen aan een kerstdiner?

Appeltaart met hindernissen.

Winnende inzending bij Jaylen Books november 2014 Te lezen in Feest deel 1

http://www.jaylen-books.nl/winnaars/

Appeltaart-2-inmyredkitchen

8 mei 2012

Mijn man was jarig en omdat appeltaart zijn lievelingstaart is zou ik
die voor hem maken. Omdat hij die dag toch vrij zou zijn en alleen even
met zijn moeder naar het ziekenhuis moest, zou ik tijd zat hebben.

De voorbereiding

Zoals een goede huisvrouw betaamd heb ik mezelf maar opgeofferd om
mijn man zijn lievelingstaart te bakken. Appeltaart met rozijnen.
En om maar compleet te zijn maak ik er ook nog rozijnen cupcakes bij.
Ik alle ingrediënten gehaald. Om het moeilijker te maken wil ik dus niet
de kant en klaar mix. Even kijken wat ik allemaal nodig heb en dat wat
ik mis nog even bij halen. Eieren – check
Margarine – check
En zo ga ik het lijstje verder af.
Als laatste een snufje zout – check

Ik ben er eigenlijk zo één dat alles snel klaar moet zijn want voor
een heel lang proces heb ik geen tijd voor. Of beter, daar kan ik me
niet toe zetten vanwege de faalangst en de ADD. Bang dat hij mislukt en
moeite met afmaken. Dus haal ik toch maar zo’n kant en klaar mix. Wat
kan er nu nog fout gaan denk ik nog

Dus maandagavond lees ik het hele pak nog eens na. Deeghaken en springvorm.
O Neee! Ik heb geen deeghaken. Ach dan met de handen, geen probleem.
Maar die springvorm is een ander probleem. Ik heb wel een cakevorm een
vlaai vorm en een braadbak, maar springvorm heb ik niet. Ik baal er zo
stevig van dat ik helemaal geen zin meer heb.
Nja dinsdag maar weer en dan gaan we maar een appel-rozijnen vlaai maken.
Hij wordt dus gewoon wat platter.

Dinsdag

Na een heerlijk nacht van maar 5 uurtjes slaap hoopte ik eigenlijk op
een beetje uitslapen, maar vol goede moed en een snelle douche begin
ik…
Mijn man moet vroeg naar zijn ouders toe om zijn moeder op te halen voor het ziekenhuis.
Doei schat tot straks en jawel daar gaan we.
Nienke mijn bijna 3 jaar oude dochter blijft me klieren en boven op mijn
lip zitten terwijl ik met een scherp mes de appels aan het schillen
ben.
Dan ineens begint Jilke mijn 5 maanden oude dochter uit het niets te
huilen. Arggg eerst maar troosten. Dan een schreeuw en gebrul vanuit de
keuken. OMG Nienke!
Heeft ze in dr vinger gesneden. Mijn man maar even bellen! “Waar ben
jij? Even kijken of ik je nodig heb. Het lijkt mee te vallen. Duim is er
niet af.”

Jilke krijst door en Nienke jammert over haar duim die bloed.
Even Jilke troosten en ondertussen had ik mijn oven op voorverwarmen
gezet. Maar Jilke is ontroostbaar heeft ze besloten. Hmmmzzz er klopt
iets niet in de keuken. Shoot de stop is eruit geknald. Oven en
vaatwasser tegelijk gaat niet samen. Jilke nog steeds ontroostbaar.
Het deeg zit al in de vorm, maar de vulling met één hand doen gaat niet.
Jilke maar even wegleggen ze is weer even wat rustiger (voor 10 minuten)
Terwijl ik de deeg rolletjes voor over de taart heen erop aan het doen ben begint Jilke weer te brullen.

Snel afmaken en hoppa oven in. Ik kom in de woonkamer en.. O NEE!!
Nienke heeft mijn potje kaneel te pakken gekregen en is bezig mijn
cupcakevormpjes van kaneel te voorzien. Daarbij heel de kleine tafel ook
onder en een nagenoeg vol potje is ram leeg. Al vloekend aan het
opruimen. Jilke daarna maar weer troosten.

Eindelijk als Jilke slaapt is ook de taart klaar.

Nu de cupcakes nog

De cupcakes maken ging gelukkig een stuk vlotter, maar kwam toch met mijn tijd in de knoei.
12.00 uur dus ik bel mijn man, “Waar zijn jullie nu?”
“Wij rijden net de parkeerplaats van het ziekenhuis op!” ”Huh jullie
moesten toch om 11.00 uur in het ziekenhuis zijn.” “Nou ik wilde er
vroeg zijn dus was om half 11 bij mijn ouders. Mijn moeder is om kwart
voor 1 aan de beurt.”

Nu kook ik. Heb ik me verdorie uit de naad gewerkt, me in allerlei
bochten gewrongen en noem het maar op, terwijl hij eigenlijk pas thuis
om half 12 in plaats van half 10 uit de deur had gehoeven. Grrrrrrrrr
Als ie hier was geweest had ie op dat moment zo zijn taart naar zijn kop
gehad. Maar verder hou ik wel van hem hoor.
Ook nog snel een paar cupcakes in de Airfryer gedaan om te testen. Ook gelukt!
Inmiddels zijn de kids weer rustig. Is alles klaar. Zijn al een paar cadeautjes gearriveerd.
En ben ik weer bedaard.

En dan zeggen ze dat appeltaart maken makkelijk is!

 

 

 

 

Afbeelding is van inmyredkitchen.com

Totale waanzin

5 februari 2015.

Dit wordt de inzending voor de boekenweekschrijfwedstrijd 2015. Opdracht is te schrijven over waanzin. Ik hoop dat het gelukt is.

Totale waanzin.

Hoe halen ze het in hun hoofd? Waar halen ze het lef vandaan? Hoezo bewijs? Waarom moet iemand die dood is, bewijzen dat ze echt dood is. Nee ik kan er met mijn pet niet bij dat er, nadat ze nog geen 15 uur overleden was, 26 keer is gebeld naar haar oude nummer. En dan vragen of Rosalie er is. Ze heette geen Rosalie, dat was slechts haar naam op internet. Naast het verdriet wat haar man en familie te verwerken kreeg, hadden ze ook nog last van telefoonterreur.

Nee, niemand had mij kunnen voorbereiden op wat je als forumeigenaar allemaal mee kunt maken. Dit had ik zo kort in ons bestaan al helemaal niet verwacht. En waarom eigenlijk? Ja, eigenlijk weet ik het waarom wel. Sommige gaan letterlijk over lijken om een forumvete uit te vechten. En wat kan ik doen. Eigenlijk niks. Hopen dat het zo snel mogelijk overwaait. Puur omdat ik weiger om ook maar enige persoonlijke informatie van iemand die zo graag anoniem wilde zijn, vrij wil geven. Ik kan dat gewoon niet maken, want dan kan ik mezelf niet meer recht aankijken in de spiegel. Ze moeten me maar geloven op mijn woord en als ze dat niet kunnen, dan gaan ze maar lekker naar een ander forum.

Lieke belde me hysterisch huilend op. “Laat ze stoppen! Laat ze alsjeblieft stoppen met bellen. Laat ze stoppen met het vertellen van die leugens over mijn zusje. Dat heeft ze nooit verdiend. David en de kinderen verdienen dit niet. Papa en mama verdienen dit niet. Laat ze stoppen. Alsjeblieft!” Hoe graag ik dat zou willen. Ik vroeg me af wat ik kon doen. Niks! Helemaal niks kon deze massa hysterie nog stoppen. En ging het eigenlijk wel om het bewijzen dat Rosalie dood was. Wat me nog meer zorgen baarde waren de laatste woorden van Lieke; “Ik geef ze anders precies wat ze willen. Ik zal ze dan laten geloven dat het verzonnen is. Dan laten ze ons tenminste met rust.”

‘O, nee!’ zijn mijn eerste gedachten. ‘Als ze dat gaat doen breekt de pleuris helemaal uit. Nee ik wilde dat echt niet, maar had ik een keus? Nee eigenlijk niet. Ik was overgeleverd aan de grillen van een verdrietige tiener, een stel vrouwen die over lijken gingen en de leiding van babyforum die mij maar wat graag op mijn bek wilde zien gaan. En ik stond machteloos.’ Als verslagen liet het over me heen komen. Het volgende moment weer op Lieke inpratend dat ze het niet door moest zetten, want dit hadden Rosalie en ik niet verdiend. Maar het hielp niet. Lieke was niet meer van haar standpunt af te brengen.

Die avond drukte ze haar zin door. Samen met haar vriendin liet ze de leiding van het babyforum en het clubje idioten geloven dat zij alles verzonnen had. Eerst waren ze met haar aan het praten op MSN en daarna nam haar vriendin het stokje over. Zij hadden het niet eens in de gaten dat ze tegen iemand anders aan het kletsen waren. Hoewel ik denk dat ze dat niet eens interessant vonden. Hun gelijk en het effect daarvan was, waar het hun om te doen was. En dat iedereen daarmee een rad voor ogen werd gedraaid was alleen maar nog leuker voor ze. Het mooiste was dat ze mij klem hadden.
Het is die avond nog nooit zo druk geweest. In de mini chat van het forum is het niet meer bij te houden. Massahysterie dat is het. Daar waar eerst massaal gerouwd wordt, slaat het verdriet om in woede. Mijn mond valt open van verbazing. Wat een taal gebruik, wat een fantasie. Er wordt niet meer met het verstand gedacht, slechts geluisterd naar Irene (de vriendin van Lieke) en wat zij ingefluisterd krijgt van die trutten.

Ik begrijp nog steeds niet, dat het gros van de leden op mijn forum zo kortzichtig was en blind ging voor de leugens opgespeld door een stel wraakzuchtige lui. Dat er mensen daadwerkelijk met Rosalie, David en één van de kinderen gesproken hebben, deed er niet toe. Dat werd onder het kleed geveegd. Dat ik met Lieke sprak werd niet geloofd. Nee, zo werd gesuggereerd, ik had Rosalie in het leven geroepen om mijn forum meer bekendheid te geven. Alle feiten werden van tafel geveegd of genegeerd.

Waarschijnlijk was het voor een aantal gemakkelijker te geloven dat het verzonnen was. Immers als het echt was, dan was er echt een jonge vrouw dood, die getrouwd was en kinderen had. Liever voor de gek gehouden worden en daar boos om zijn, dan het verwerken van verdriet omdat je een vriendin verloren bent. Het verklaren voor een ander maakte mij minder verdrietig. Ik was een vriendin kwijt, een leuk forum lag in duigen en mijn reputatie lag in de goot. Gelukkig heb ik mijn man en kinderen nog. Een handje vol vriendinnen die me door dik en dun steunde. Maar niemand kon nog fiksen wat er in een korte tijd kapot was gemaakt.

En meestal als je denkt dat het niet erger kan, dan komt erger als een duveltje uit een doosje. Kwaad worden en blijven op een dode vrouw heeft natuurlijk geen enkele zin. Ze zou zich hooguit in haar graf kunnen omdraaien, maar dat zien we toch niet. Dus al snel richtte de woede zich op mij en mijn forum. Ik zou alles verzonnen hebben om meer leden te werven. Een rooie rat, die het boek “Hoe word ik een rat.” Als leidraad zou hebben. Wisten zij veel dat ik dat boek inderdaad thuis heb liggen en nog nooit gelezen heb.

Nee na veel gelezen te hebben over dingen die ik niet eens over mezelf wist, had ik het gehad. Verdomde Rosalie, waarom moest je dood gaan. Klote forum waarom heb ik je opgericht. Idiote mensen met je kortzichtige blikken. En vooral volgzame schaapjes zonder een eigen mening. Zielige schaapjes die meegaan in de totale waanzin van een klein groepje mensen.

 

 

 

WIN_20150205_115707

 

Inzendingen schrijfwedstrijden

Onder dit kopje heb ik mijn inzendingen van schrijfwedstrijden.

Op deze pagina zal ik de titels zetten, welke schrijfwedstrijd het betrof/betreft en als ik een uitslag heb zal ik de ook vermelden.

 

 

Wat als ze bijten?  Inzending voor Jouw verhaal 2014. Gewonnen een masterklas met Kluun. Geëindigd ergens onderaan.

Appeltaart met hindernissen. Inzending voor Jaylen Books schrijfwedstrijd “feest” Als eerste geëindigd.

Het kerstdiner. Verhaal ingestuurd voor de wedstrijd van OSKA Nederland. Geen idee waar ik geëindigd ben.

Totale waanzin. Inzending voor de boekenweekschrijfwedstrijd 2015. uitslag in april

Wat als ze bijten?

Inzending Jouw verhaal 2014

Geschreven 3 december 2013

Voor de klas staan. Het leek me erg leuk. Ik was goed warm gedraaid door een aantal collegae van mij. Stuk voor stuk oud docenten en toen loopbaanbegeleiders bij het Ministerie van Defensie. Ze vertelde verhalen over toen ze voor de klas stonden op een school of bij Defensie. Zelf vond ik het ook heerlijk als ik weer een jong persoon verder had begeleid in zijn loopbaan. Weer een ander geholpen had met zijn Franse uitspraak of tips gegeven met betrekking tot economie of geschiedenis projecten of werkstukken.

Mijn loopbaan in een notendop.

Na de basisschool ben ik de MAVO gaan doen. Eigenlijk had ik het advies huishoudschool gekregen, maar mijn ouders waren het niet met dat advies eens. Zij kende mij als een slim meisje, een zonnetje die graag naar school ging. Op school vonden ze me een dromer, langzaam en een zwakke leerling. Ik zou nooit een hoogvlieger zijn.

Op de MAVO was ik inderdaad geen hoogvlieger. Ik maakte bijna nooit mijn huiswerk en voor proefwerken en overhoringen leerde ik nooit. Leerde ik toevallig wel eens dan haalde ik toch ook een gemiddeld punt, dus daar hoefde ik het niet voor te doen. Ik wilde graag MTRO doen en reisleidster worden. Ik had het boek van Anouk van Arnhem gelezen “Ankie als reisleidster.” En sindsdien vond ik dat een geweldig beroep. Ik las veel boeken, want daar kon je zo heerlijk bij wegdromen of daarna over fantaseren. Maar omdat het de vraag was of ik wel examen kon doen op de MAVO door een ongeluk met sporten, schreven mijn ouders mij nog niet in op de MTRO. Daar bleek een maand later geen plaats meer en ik ging naar de MEAO secretarieel.

De MEAO zou de eerste school zijn die mij vriendelijk verzocht ergens anders naar uit te kijken. Dit gebeurde ook na 2 jaar op de MDS-C en vervolgens weer op de MEAO Algemeen. Zonder diploma ben ik gaan werken en na diverse beroepen te hebben gedaan, kwam ik terecht bij het Ministerie van Defensie op een personeelszaken. Dit vond ik erg leuk en dat was voor mij aanleiding me in te schrijven op de MBO AP/AB. Een opleiding me echt interesseerde en ik uiteindelijk in 3 jaar afmaakte. Aansluitend deed ik de HBO P&O en ook die ronde ik in 2 jaar af. Ik was inmiddels 30 jaar en werkte nog steeds op en P&O afdeling, maar nu op HBO niveau als personeelsfunctionaris. Na een paar jaar algemeen P&O werk te hebben gedaan wilde ik voor een paar jaar de diepte in en werd loopbaanbegeleider.

Door een grote reorganisatie binnen het Ministerie van Defensie, ben ik met wachtgeld gegaan. Ik ben ZZP-er geworden maar door gezinsuitbreiding en ziekte door zwangerschap heb ik mijn eigen bedrijfje niet goed van de grond gekregen. Toch heb ik een paar leuke opdrachten mogen doen.

Na een val van de trap, waar ik een zwaar gecompliceerde enkelbreuk aan overhield, ben ik gaan schrijven. Vooral over dingen die ik meemaak of meegemaakt heb. Dit is een van die verhalen. En gaat over de periode net voor de grote reorganisatie bij het Ministerie van Defensie tot aan het moment dat ik met wachtgeld zou gaan.

Niet over 1 nacht ijs

Ik ben best positief ingesteld en een doorzetter tot en met. Natuurlijk want anders kon ik niet bereiken wat ik tot nu toe bereikt heb. Maar soms ben ik overmoedig en leg ik de lat erg hoog voor mezelf. En dat terwijl ik nooit over een nacht ijs ga. Of wel?

“Jij zou best een goede docent zijn,” zei één van mijn collegae tegen mij. Omdat er een grote reorganisatie aan kwam waarbij heel veel mensen uit het P&O vak moesten en de functies van loopbaanbegeleiders werden opgeheven, zou omscholing niet eens zo gek zijn. Een uitdaging hield ik mezelf voor. Ik heb in de familie en kennissenkring nog wel wat docenten zitten en eens kijken wat zij van het vak vinden en mij adviseren. Of ik aan de lerarenopleiding zal gaan beginnen of de PABO ga doen.

En zo ging ik naar mijn oude school om te praten met mijn achterneef. Een docent wis,- en natuurkunde en vooral een lieve oud leraar van mij. Mijn eerste en enige tien heb ik aan hem te danken. De tijd en het geduld die hij in me stak betaalde zich zo terug. Hij ontving mij met open armen en toen hij hoorde wat ik had gedaan en wilde doen, nam hij mij mee naar een domein waar ik als kind nooit kwam. De lerarenkamer! Wat waren ze oud geworden. De meeste kende ik nog van 14 jaar ervoor, toen ik daar de MAVO deed. Ik verbaasd over dat ze graag wilde weten waarom ik er was en wat ik tegenwoordig deed. Zij verbaasd over wat ik inmiddels had gedaan en deed. Dit alles zorgde ervoor dat ik met een heerlijk gevoel wegging. Ik wilde lerares Geschiedenis worden. Het vak wat ik nog altijd leuk vind.

Stage

We kregen te horen dat we vrijwel meteen een stageplek moesten zoeken en het de bedoeling was dat je binnen 3 weken toch al wel voor de klas zou gaan staan. Zo snel al stage. Pfieuw dat is erg snel. En dan moet ik zelf voor de klas staan. Slik! Nou weet je wat! Laat ik eerst maar beginnen met de opleiding. En omdat ik al een HBO opleiding had gedaan en heel veel cursussen in communicatie en begeleiding, kreeg ik vrijstelling voor bepaalde vakken.

En zo begon ik aan mijn studie lerares geschiedenis. Ik kreeg les van een oud leraar van mijn man en collega van mijn achterneef. Hij wist me altijd te bereiken. Maar ik durfde in tegenstelling tot mijn klasgenoten nog niet te beginnen aan mijn stage. Ik dacht destijds dat het aan de faalangst lag. Als ik dacht aan een klas met van die pubertjes die rot geintjes uithaalde met een docent zoals mijn klasgenoten vroeger hadden gedaan, dan brak het zweet me uit. Hoe moest ik me in hemelsnaam ertoe zetten om voor een klas te gaan staan. Inmiddels weet ik dat mijn ADD daar ook een grote invloed op had, dat ik me er niet toe kon zetten om een stageplek te zoeken en te beginnen.

De opdracht voor de lessen van mijn favoriete leraar was het voorbereiden van een les van 25 minuten en die les te geven aan je klasgenoten. Het was een deel van het cijfer voor dat semester. En vanaf toen begon ik mij pas echt te realiseren wat ik had gedaan. Ik had me ingeschreven voor een lerarenopleiding en was begonnen aan deze opleiding terwijl ik het al doodeng vond om een speech te geven, een voordracht te doen, laat staan les te geven. Om dan nog maar niet te spreken over een klas vol pubertjes die zich moeten bewijzen ten koste van jou. Ik begon nu peentjes te zweten bij die gedachten.

Maar ik wilde deze leraar niet teleurstellen. Afhankelijk van dat punt zou ik doorgaan of niet. Het onderwerp zou zijn faalangst. Niet alleen omdat ik er zoveel last van heb, maar ook omdat het ontzettend veel voorkomt en als docent heb je heel veel invloed op een kinderleven. Zelfs terwijl ik de diagnose had, er niks mee wordt gedaan. Zelfs je omgeving vaak niet begrijpt wat faalangst inhoud en dat het je beperkt in veel dingen.

Miniles faalangst
De voorbereiding

En zo begon ik aan de voorbereiding van mijn miniles over faalangst. Ik kocht een aantal boeken over faalangst en begon me in te lezen over het onderwerp. Gek eigenlijk want slechts een jaar of zes eerder was ik bij het RIAGG (tegenwoordig GGZ) geweest en had ik de diagnose faalangst gekregen. De vrouw die mij behandelde, heeft nooit de moeite genomen me uit te leggen wat het precies was. Sterker nog ze gaf mijn dominante vader de schuld van mijn faalangst. Ik had eigenlijk ook niet echt een klik met haar en ben nooit verder gekomen als alleen de naam van deze stoornis. Na anderhalf jaar hangen in hetzelfde vicieuze cirkeltje, ben ik daar maar mee gestopt. Waarom doorgaan met iets waarvan je hebt gevoel hebt dat het niet helpt. Door het lezen in boeken en surfen op het internet, kwam ik achter veel meer dingen.

Zo bleken er meerdere vormen van faalangst te zijn. En bleek ik ook van alle vormen last te hebben. Een hele hoop flashbacks later, had ik een les voorbereid. Het is alsof je bezig bent met een puzzel en de puzzelstukjes vallen, echter nog niet op zijn plaats. Toch lijkt de puzzel veel beter te passen. Ik had legio voorbeelden van alles. Achteraf hele hilarische voorbeelden en soms ook hele verdrietige. Destijds waren het altijd voorbeelden die mijn falen bevestigde. De black-outs tijdens een tentamen of de demonstratiewedstrijd tegen Raymond van Barneveld. De cito toets waarbij ik daarna de klas uit vloog om innig met de wc-pot te gaan knuffelen. Mijn eerste “examen” taekwondo waarbij ik eerst ziek werd en bij het her in mijn broek plaste. Soms als ik aan momenten terug dacht beleefde ik ze opnieuw, met hetzelfde zweet op mijn handen of weeïge gevoel in mijn maag.

Miniles faalangst
De les

In power point zou ik hem gaan houden. En omdat ik weet dat de techniek voor alles staat, heb ik voor iedereen een mooie map gemaakt met en de hele presentatie erin en nog extra naslagwerk, om thuis op het gemakje verder te lezen. Want hoe meer ik er over gelezen had, hoe meer ik er van overtuigd was dat het een belangrijk onderwerp en aandachtspunt is voor ons aankomend docenten. Ik zou beginnen met een gedicht wat ik zelf ooit geschreven had. Hoewel het iedereen op een verkeerd been kon zetten.

“Vroeger.
Ik denk wel eens aan vroeger.
Vroeger die onbezorgde tijd.
De tijd van lekker spelen en sporten.
De tijd toen alles mocht en kon, want ik was nog klein.
Toch was het niet altijd even fijn.
Ik werd door klasgenoten veel gepest en in elkaar geslagen.
Ik werd onzeker door al dat plagen.
Ik begon van alles te verzinnen.
Ik vroeg me af, waar kon het toch aan liggen.
Lag het aan mijn tanden, gezicht, haren, neus of kleding.
Ik wist het niet.
Pas toen ik een jaar of 18 was, ging het over.
Ik werd opeens niet meer gepest.
Mijn onzekerheid is helaas gebleven.
Dat deel van mijn persoonlijkheid hebben ze voorgoed verpest.”

Het gedicht prijkte ook op de voorkant. Ja zo moest het zijn. En zo begon ik aan mijn miniles. Een camera op mijn snoet. Mijn handen klam van het zweet. Een paar keer diep ademhalen. Mijn stickje in de computer waarop de beamer is aangesloten. Langzaam maar zeker dringt het door tot de klas. Iets werkt er niet. Gelukkig! Gelukkig heb ik de boekjes gemaakt en bij me. Dan maar zonder power point. Ik liet zien dat ik al eens eerder met dat bijltje gehakt had. Met een vuurrood hoofd en al stotterend begon ik. Ik, die altijd heel zeker over kom, bleek een onzeker muisje te zijn. Je kon een spelt horen vallen toen ik mijn gedicht voorlas. De tijd vloog voorbij, maar wat was ik blij dat de les geëindigd was.
De les werd opgenomen om zo zelf terug te kunnen kijken. Ik heb het nooit gedurfd. Mijn leraar zei: “Diegene die in mijn lessen het meest van zichzelf heeft laten zien en het meest overwonnen heeft ben jij,” terwijl hij naar mij keek. Pas jaren later begreep ik wat hij bedoelde en dat hij wist dat ik de opleiding niet zou afmaken omdat ik nog een lange weg te gaan had. Maar het begin was er. Klasgenoten begrepen mij beter en ik was voor hen benaderbaar. En ondanks dat ik moest stoppen om gezondheidsredenen, zou ik de opleiding nooit afmaken. Ik had de lat zelf te hoog gelegd. Ik was er nog niet aan toe.

Drie jaar later
Nog steeds een droom en een onverzadigd gevoel.

Ik heb de school waar we tegenover wonen aangeschreven. “Is het mogelijk om een soort van snuffelstage te doen. Een groep 3 en 7 bijvoorbeeld”. Ik wilde me ervan verzekeren dat ik het echt niet eng vond zo in een klas. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Het was prima! Verheugd meldde ik me een paar weken later bij groep 3 en twee dagen later bij groep 7. Vooral de groep 3 was geweldig. Ze accepteerde me meteen als juf . Zou de PABO dan toch een goede keus zijn.

Zo ver mocht het niet komen. Een miskraam en zwangerschap verder bleek de regelgeving gewijzigd. Ik zou moeten studeren, solliciteren en mijn gezin draaiende houden en dat allemaal tegelijk. Ik heb best wilskracht. Ik was niet meer bang dat de kinderen zouden gaan bijten en had dus wel het lef om weer aan een opleiding te beginnen, maar het leek me onbegonnen werk. Gewoon omdat dit nu eenmaal niet de meest ideale situatie is.
En ook al lijk ik tegenwoordig wat minder last te hebben van faalangst, het is niet weg. Ik herken het nu eerder en verwijt mezelf niet steeds. Toch werpt het nog steeds een drempel op, maar meestal pas als er een prestatie momentje is. Ik ben dus erg benieuwd naar de uitkomst van dit schrijven. Je zult inmiddels wel begrijpen waarom.