Archieven

Koekjes bakken bij de Vogeltjes

21 maart 2016

Voor de juffen op juffendag bij de Brakken.

 

Ingrediënten: Men nemen 3 Vogeltjes en een moeder, figuurtjes, schoonmaakdoekjes, bloem, eieren, versiersels, geld en heel veel humor.

 

Mama maakt eerst de keuken netjes schoon met chloordoekjes. Een lesje HACCP (hygiëne) kan geen kwaad, toch? De kinderen helpen graag en de één pakt billendoekjes en gaat over de net schoongemaakte oppervlakte heen. De tweede pakt de bloem met open verpakking en je kunt precies zien waar ze geweest is. De derde schud haar hoofd en pakt de stofzuiger. Mama kijkt even niet… en klets… daar valt een ei.

 

Als alles weer schoon is, neemt mama de drie Vogeltjes mee naar de winkel. Daar koopt ze bloem en eieren. Ze is vergeten wat ze nog meer nodig had en zoekt daarom naar haar boodschappenlijstje. Nooit neemt ze een boodschappenlijstje mee, maar het zijn heel speciale koekjes, dus heeft ze een lijstje gemaakt. Als ze hem nu maar eens kon vinden. Bij navraag bij de kinderen blijkt het boodschappenlijstje nog gewoon op tafel te liggen. Waarschijnlijk hier en daar voorzien van een extra tekening of ingrediënt.

 

De kinderen hebben de grootste lol in de supermarkt, mama niet. Mama denkt aan de koekjes die nog gemaakt moeten worden. Wat stond er ook al weer op dat lijstje. Bij de afdeling ‘zelf bakken’ valt haar oog op een verpakking van Koopmans. Ze hoeft niet te moeilijk te doen want hier staat, wat ze nog zelf toe moet voegen. Ze pakt de ingrediënten en de verpakking en stopt die in de kar. Bij de kassa rekent ze af en gaat naar huis. Nog even in de auto telt ze of alle Vogeltjes aanwezig zijn. Gelukkig ze zijn er allemaal. Stel je voor dat er één spontaan is uitgevlogen.

 

De kinderen zijn al in de weer met de versiering voor de koekjes, die zeker niet mag ontbreken. De vloer lijkt wel een oorlogsgebied in kleur en het deeg zit echt overal. ‘Tja, dat krijg je er van als je de mixer nog aan hebt als je hem uit het deeg haalt,’ zegt het oudste Vogeltje wijs tegen mama. Vormpjes hebben ze in overvloed dus je kunt het zo gek niet bedenken of het figuurtje ligt wel op de bakplaat. Pardoes zijn er al een paar koekjes versiert voor ze de oven in gaan.

 

Na voor de kinderen een eeuwigheid, zijn de koekjes klaar. Een hap leert dat mama niet zo’n koekjesbakker is. Ze kan het beter bij schrijven en haken houden. En aangezien zelfs de hond haar neus voor de koekjes ophaalt, zet ze het recept hier maar niet neer 😉

 

Misschien, heel misschien kunnen ze de ronde koekjes voor frisbee gebruiken… Hoewel ze denkt dat ze zelfs daar niet echt geschikt voor zijn.

Koude rilling

6 maart 2016

 

Ik zit in de hoek van de bank en er komt een zuchtje wind langs mij. Er gaat een koude rilling over mij heen. Ik voel me onrustig. Er is veel gebeurd de afgelopen weken. Eigenlijk heel veel de afgelopen jaren, maar dat geeft niet de onrust die ik voel. Ik loop naar het raam en zie de vorige eigenaresse van ons huis lopen. Ze gaat op bezoek bij de overbuurvrouw, haar zus. Ik loop weer terug naar de bank en pak mijn boek. Ik kan echter mijn hoofd er niet bij houden. Zou het hier … Ik blijf maar malen en denken.

Het is alsof iemand een spelletje met mij speelt. Kleine pesterijtjes. Ineens het licht aan doet, zodat ik mijn bed uit moet en het licht weer uit moet maken. Ach het zal wel aan de contacten liggen. Moet Lex binnenkort maar naar kijken. Het gebeurd niet vaak, maar zo nu en dan eens. Mijn gedachten gaan weer terug naar mijn kinderen die op school zijn. Straks moet ik ze weer op gaan halen. Dan is het een drukke bedoening in huis. Nog even genieten van de rust. Een zen momentje. Buiten zie ik een autodeur dicht gaan en de motor wordt gestart. Het zusje van de overbuurvrouw gaat weg.

Wat zij heeft meegemaakt wil je echt niet. Een kindje afstaan en daarna haar huwelijk kapot zien gaan. Nee, ik moet er niet aan denken. Ik lijk weer rustiger te worden. Ik ben moe. Leeggezogen. Ik besluit nog een uurtje te gaan liggen voor ik naar school moet. Potverdorie, heeft Femke haar kamerdeur open laten staan. Ik loop naar binnen om te kijken of Muis (Balou één van de poezen) het bed van Femke heeft ingepikt, maar dit is gek genoeg niet het geval. Ik sluit haar deur en ga naar mijn kamer. Ik doe de rolluiken niet helemaal dicht, want dan ga ik niet diep slapen.

Ik krijg het niet warm, ook al is het 21 graden op de slaapkamer. De zon heeft de kamer goed opgewarmd. Mijn gedachten gaan weer naar het zusje van de overbuurvrouw. Haar kindje was 3 jaar toen het overleed aan een ziekte. Ze woonde toen nog hier en het lag een tijdje opgebaard in huis hier. Volgens mij de kamer waar Femke nu slaapt. Er loopt weer een koude rilling over mij heen. Zou zijn zieltje misschien hier nog in huis zijn? Ik vraag het me af. Ik doe mijn kleren maar weer aan en ga naar beneden. Een kop koffie zal me goed doen. Als ik die opgedronken heb, ben ik weer warmer. Ik kijk op de klok en zie dat het al weer tijd is om mijn kinderen van school te halen. Ik pak mijn jas en mijn sleutels en stap de deur uit. Ik kijk naar boven en zie niets. Niet dat ik iets verwacht had, maar gewoon om te kijken. Trots op ons huis. Trots op mijn gezin. Dat is waar wij aan werken. Dat is waar wij voor vechten.

Dinand’s ode aan Guusje Nederhorst

13 november 2015

Geschreven voor mei 2014

“Mous ik heb twee kaartjes voor Christina Aguilera, wil jij die overnemen,” vraagt een collega aan mij. Dus ik bel een vriendin en we gaan naar Ahoy 3 oktober 2003. Ik was geen fan van haar, maar vond de muziek aardig. Ineens zie ik haar. Roos! En ik stoot mijn vriendin aan. Daar heb je Roos of Guusje Nederhorst samen met haar man Dinand Woesthoff. Wat is ze klein. Ze heeft toch kanker. Nog geen 4 maanden later overleed Guusje Woesthoff – Nederhorst aan de gevolgen van borstkanker vlak na de geboorte van haar zoontje. Ze was 34 jaar jong. Natuurlijk kennen we haar van Goeden Tijden Slechten Tijden en Woezel en Pip, maar kenden jullie ook de Guusje Nederhorst foundation?

Gebroken en geïnspireerd

Dindand Woesthoff wilde zijn vrouw herdenken. Haar dood moest zin hebben. Dinand Woesthoff bracht vervolgens een single uit ter nagedachtenis, Dreamer (Gussie’s song). Dit lied, waarvan de opbrengsten (in totaal meer dan €250.000) naar KWF Kankerbestrijding gingen, haalde de nummer
1-positie en werd platina. Guusje zelf was vlak voor haar dood bezig met het schrijven van een kinderboek samen met een bijbehorende cd. We kennen de hondjes Woezel en Pip ondertussen wel. Dinand Woesthoff heeft ook de ‘Guusje Nederhorst Foundation’ opgericht. Een gedeelte van de
opbrengst van alle ‘Woezel en Pip’-artikelen en -boekjes gaat daar naartoe en zal gebruikt worden voor kinderen die op wat voor manier dan ook hulpbehoevend zijn. In 2014 veranderde de Guusje Nederhorst Foundation in de naam “Het Vergeten Kind” Het boek is in maart 2005 uitgegeven, ruim één jaar na haar dood. Van het boek zijn ruim 120.000 exemplaren verkocht en in 2006 verscheen het tweede deel. 22 september 2007 is het derde boekje uitgebracht waar diverse BN-ers zoals Wendy van Dijk, Johnny de Mol en Babette van Veen aan mee hebben gewerkt. Op die dag werd er ook in de Bijenkorf te Amsterdam een winkel geopend met ‘Woezel en Pip’-artikelen. Inmiddels zijn voorleesboekje 4 en 5 van Woezel en Pip in de winkel te vinden. Zijn er theater voorstellingen te zien en promoten ze Woezel en Pip daar waar maar gepromoot kan worden. Maar wat is nu het vergeten kind?

woezel-en-pip
Stichting het vergeten kind

“32.000 kinderen in Nederland leven in sobere opvangcentra! Soms zonder dat u het weet op een geheime locatie bij u om de hoek om hun veiligheid te garanderen. Vergeten kinderen van 0 tot 18 jaar die mishandeld, misbruikt, verwaarloosd, verstoten en gevlucht zijn en opgroeien in sobere
opvangcentra met minimale speelmogelijkheden. Dit is niet hoe een kinderleven moet beginnen. We geven deze kinderen een kindvriendelijke leefomgeving waar ze kunnen spelen, bewegen en ontspannen. We bieden vrolijke activiteiten en evenementen waardoor ze weer gewoon kind kunnen
zijn. En we ondernemen initiatieven om de situatie van deze kinderen onder de aandacht te brengen bij de verantwoordelijke instanties en het Nederlandse publiek.” Onderaan dit indrukwekkende bericht op de website van Het vergeten kind: Met gepaste trots en dank kondigen we aan dat de
‘Guusje Nederhorst Foundation’ vanaf nu zal verder gaan onder de naam Stichting Het Vergeten Kind. Trots en dankbaar omdat we in 7 jaar tijd onder Guusjes hoede heel veel goeds hebben mogen doen voor een te grote groep kinderen die we elk jaar proberen meer aandacht te geven en hulp te
bieden. Om de duidelijkheid te onderstrepen waar we voor staan en gaan, hebben we in goed overleg met de ‘founding father’ Dinand Woesthoff van de ‘Guusje Nederhorst Foundation’ besloten dat dit het moment is om voortaan verder te gaan onder de naam ‘Stichting Het Vergeten Kind’, om
zo al in de naamgeving al te onderstrepen voor welke kinderen we ons inzetten.

Sta stil bij het vergeten kind

De nalatenschap van Guusje Nederhorst. Of nog meer de ode die Dinand Woesthoff als weduwnaar bracht aan zijn gestorven vrouw. De Guusje Nederhorst Foundation nu Stichting Het Vergeten Kind. Als je een keer een product ziet van Woezel en Pip en je twijfelt: Diegene die het Woezel en Pip product koopt is blij, maar een ander onbekend maar niet onbelangrijk kind ook. Vergeet het vergeten kind niet!

vergeten-kind

 

Deze blog was geplaatst op Yunomi een tijd geleden. Ik vind het nog steeds een super goed doel. Inmiddels is er nog veel meer leuk spul te koop van Woezel en Pip. www.hetvergetenkind.nl

 

20141205_071118

Een glimlach met holle ogen

4 november 2015

Mevrouw Poort trekt haar jas aan. Ze wil een ommetje gaan maken. Even wandelen voor haar man en kinderen thuis komen. Het is pas half 2 en heeft net gegeten. Ze kijkt naar buiten en het is stralend weer. Ze pakt haar tas en steekt de sleutel in het slot van de voordeur. Jan, haar man zei altijd: “Ge kunt geen mees vertrouwen Marie, alleen oe zelf.” Die woorden klonken in haar hoofd door en met een lach loopt ze weg. Buiten fluiten de vogels en als snel is ze bij het park. Ze pakt uit haar tas wat broodresten die ze verzameld heeft. Iets wat ze al jaren doet is op dat ene bankje zitten in het park. Ze kijkt om zich heen, strooit de broodkruimels rond en gaat zitten op het bankje. Ze is moe en sluit even haar ogen.

Als ze even later wakker schrikt van spelende kinderen kijkt ze op haar horloge. “Jeetje het is al weer half 3. Over een half uur zijn de kinderen vrij van school. Ik moet maken dat ik thuis kom.” Ze pakt haar tas en kijkt rond. Dan begint ze te lopen naar de uitgang van het park. Ze kent deze weg op haar duimpje. Bij het huis aangekomen steekt ze de sleutel in het slot. Wat raar, hij gaat niet open. Hoe kan dat nou? Ze kijkt naar haar sleutelbos en herkent de sleutels niet. Verward gaat ze zitten en prompt gaat de deur open. “Mama! Kom binnen.” zegt haar dochter vriendelijk. “Kom dan schenk ik een kopje koffie in.”

Tranen verschijnen in haar ogen. “Ik ben thuis, maar ik denk ook weer niet.” “Nee mam, je woont hier niet meer. Jij woont nu vlak bij in de Rozengaard.” Haar dochter, Lieke, zet haar aan de keukentafel en zet een kopje koffie voor haar moeder neer. “Ik weet het niet meer schat. ik weet het niet meer.” “Mam, dat geeft toch niet. Het is niet erg. Het hoort er allemaal bij.” Samen drinken ze hun koffie en haar moeder is weer rustiger geworden. De paniek en verwarring lijkt weg. Haar moeder heeft een glimlach op haar gezicht, maar haar ogen zijn hol. Alsof ze dwars door je heen kijkt. Ze is er, maar toch weer niet.

“Zal ik je weer terugbrengen mam?” vraagt Lieke aan haar moeder. “Ja dat is goed meisje. Ik moet op tijd thuis zijn voor ons pap. Hij eet graag vroeg, dan heeft ie nog wat aan zijn avond. Ik moet de aardappelen nog opzetten ook.” Lieke weet dat het geen zin heeft om te zeggen dat haar vader al zeker 10 jaar dood is. Haar moeder is dat toch weer vergeten als ze terug zijn. Gelukkig heeft haar moeder nog wel eens heldere momenten, maar die worden steeds zeldzamer. Alsof haar moeder er fysiek nog is maar haar geest weg is.

20151104_131057

Het is niet jouw schuld

23 juli 2015

Anja was pas 7 jaar oud. Samen met haar broertje Chiel, 5 jaar, speelt ze altijd in de speeltuin voor haar huis. Normaal zit haar moeder altijd naar hun te kijken op het bankje in de speeltuin. Vaak aan het kletsen met een van de andere moeders van wie hun kindje aan het spelen is. Maar vandaag niet, vandaag moest mama nog één belangrijk telefoontje plegen. Even maar en dan zou mama terug zijn. Anja en Chiel speelde in de zandbak en keken niet eens op toen Karin het zei. Ze waren te druk met spelen dat ze hun moeder niet eens mistte. Lieve zou even een oogje in het zeil houden. En toch gebeurde het.

Toen Lieve even was afgeleid door haar eigen kroost was ineens Anja weg. “Chiel, heb jij Anja gezien?” vroeg Lieve aan Chiel. Chiel haalt zijn schoudertjes op en schud nee. Snel gaat Lieve naar de overkant waar Anja al weer naar buiten komt. “Is Anja bij jou binnen?” vraagt Lieve aan Karin. “Nee,” antwoord Karin en meteen schieten beide in de stress. Waar kan Anja in zo’n kort moment zijn gebleven. “Lieve blijf jij hier, dan ga ik zoeken.” Lieve voelt zich schuldig en bezorgd tegelijkertijd. “Ze zal zo wel terugkomen,”prevelt ze.

Karin pakt snel haar fiets die toevallig voor de deur staat en struint de straten af op zoek naar haar dochter. Maar naar mate de tijd verstrijkt maakt ze zich meer en meer zorgen. Anja is niet een wegloper. Tegen Anja hoef je eigenlijk niet eens te zeggen dat ze even moet wachten, of eerst iets moet vragen. Anja is een meest voorbeeldig kind. Echt een meisje uit een boek. Zo perfect. Lieve zei eens; “Als alle kinderen zo waren als jou Anja, waren er heel wat moeders minder met hun handen in het haar, omdat hun kroost zo moeilijk is en niet luistert.” Nog steeds zag Karin Anja niet. Ze was al een kwartier aan het fietsen en had de hele wijk uitgekamd.

Karin werd onrustiger en onrustiger. “Was ik maar niet even gaan bellen,”Karin voelde zich schuldig. Enorm schuldig, maar bovenal had ze een steen in haar maag. Alle mogelijke scenario’s kwamen naar voren. Wat kon er gebeurd zijn met Anja. Weer bij haar huis aangekomen keek ze naar Lieve. Beide schudde ze tegelijk nee. Tranen biggelde over de wangen van Karin. Ze pakte haar telefoon en belde de politie. Die zouden meteen komen, want als een kind al een kwartier weg is en niet bekend staat als ondernemend dan was dat nog meer als anders een indicatie om direct te komen. Daarna belde Karin haar man. Ook hij komt meteen naar huis.

Als de politie aankomt, is Anja een half uur weg. Karin en Lieve vertellen hun verhaal. Anja voelt zich een slechte moeder en Lieve zich een slechte buurvrouw. Chiel die zich achter Karin verschuilt vind het spannend dat de politie er is. Maar ook hij heeft niet gezien waar Anja heen ging. Hij dacht met een meneer mee, die aan de overkant van de straat stond. De politie doet er een Amber alert uit, met een beschrijving van Anja, een foto en wat voor kleren ze aan heeft. Gelukkig heeft Karin een recente foto.

Toen Chiel zei; “Met de meneer die aan de overkant van de straat stond is Anja mee,” kregen Anja en haar man een hartverzakking. Erwin die dacht dat ze in een veilige buurt waren gaan wonen, voelde zich enorm schuldig, naast de angst en bezorgdheid om Anja. Chiel weet niet wie die man was, maar hij had hem vaker gezien. “Hij heeft wel eens een hondje bij die we mogen aaien. Maar als de mama’s er zijn gaat hij altijd weg.” Nee, Chiel voelt zich niet schuldig. Hoe kan het ook voor een knulletje van net 5. Die kan nog niet bevatten wat er is gebeurd.

Ineens gaat de bel. Er staat iemand voor de deur, met Anja aan haar hand. Een mevrouw die haar bij het bospad een kilometer verderop vond. “Het meisje was aan het huilen om haar moeder. Ze bloed, maar wil me niet laten zien waar.” Een van de agenten stelt vragen aan de vrouw. De andere zegt tegen Karin en Anja dat ze naar het ziekenhuis gaan. “Zou ze?” vraagt Karin. Het is eigenlijk een retorische vraag. Het antwoord is wel duidelijk. Snel gaan ze in de auto naar het ziekenhuis. Daar wordt een onderzoek gedaan en worden bewijzen verzameld. Ook slachtofferhulp wordt onmiddellijk ingeschakeld.

Iedereen voelt zich schuldig. Anja omdat ze met een vreemde is meegegaan. Erwin omdat hij dacht dat de buurt veilig was. Lieve omdat ze een oogje in het zeil zou houden en dat Anja aan haar aandacht ontsnapt is. Karin omdat ze een rot telefoontje moest plegen en er niet was om op haar kinderen te passen. Gelukkig worden ze goed begeleid in het ziekenhuis, door de politie en door slachtoffer hulp.

Even wat cijfers:

Bron Project Speak Now: Seksueel misbruik; de cijfers liegen er niet om. Zo wordt één op de zes jongens en één op de vier meisjes voor hun achttiende levensjaar seksueel misbruikt. En deze cijfers zijn nog maar het topje van de ijsberg. Van de meeste gevallen van seksueel misbruik, aanranding en verkrachting wordt namelijk geen aangifte gedaan.

Enkele cijfers en feiten over de aard en omvang van seksueel misbruik en huiselijk geweld in Nederland:

  • Eén op de vier meisjes en één op de zes jongens krijgt voor het achttiende levensjaar te maken met incest of seksuele intimidatie

  • 95% tot 98% van de incestdaders is van het mannelijk geslacht

  • Ooms en broers zijn in de meeste gevallen de dader, daarna worden stiefvaders en vaders het vaakst als dader genoemd

  • 45% van de Nederlanders is met huiselijk geweld in aanraking geweest

  • er zijn 500.000 geweldsincidenten per jaar

  • er zijn 150 doden per jaar, waaronder 50 kinderen

  • het duurt gemiddeld 5 jaar en 30 incidenten voordat iemand hulp zoekt

  • bij seksueel huiselijk geweld is 43% van de slachtoffers jonger dan 18 jaar

  • bij 57% van de incidenten zijn kinderen betrokken, een kwart zelf mishandeld, driekwart is getuige

  • per jaar 119.000 kinderen slachtoffer

  • De meeste trauma’s worden opgelopen door incest gepleegd door vaders en stiefvaders.

  • Vaders en stiefvaders gaan het verst in hun seksuele handelingen en gebruiken meer fysiek overwicht.

  • Veel daders zijn zelf in hun jeugd seksueel misbruikt.

  • Door grote afhankelijkheid binnen het gezin blijft incest vaak een familiegeheim.

  • Voor de buitenwereld lijken incestgezinnen veelal een modelgezin.

  • Een seksueel misbruikt kind kan geen gevoel voor eigenwaarde ontwikkelen.

  • Veel slachtoffers missen bescherming van hun moeder.

  • De verjaringstermijn voor het doen van aangifte varieert van zes tot twintig jaar.

  • Komt het tot een veroordeling, dan krijgt de dader gemiddeld 583 dagen gevangenisstraf.

 

Namen en het verhaal zijn door mij verzonnen. Echter dat betekend niet dat dit verhaal niet gebeurd kan zijn. Waarom dit afschuwelijke verhaal. Zoals je kunt lezen zijn er heel veel slachtoffers elk jaar te betreuren. Een slachtoffer voelt zich vaak schuldig of schaamt zich. Ten onrechte natuurlijk, immers zij kunnen er niks aan doen. Behalve de dader heeft er niemand schuld. Actie tegen de dader(s) kan pas worden ondernomen op het moment dat er aangifte gedaan is en bewijs verzameld. Eerder kan er niet eens met een zoektocht gestart worden als het een onbekende dader betreft. Een bekende zal pas stoppen als hij gestopt wordt. Dat geldt overigens ook voor een onbekende dader. Vaak blijft het ook niet bij één enkel slachtoffer.

Ik probeer mijn kinderen te leren, dat ze me alles kunnen vertellen en waar iemand wel en niet aan mag zitten. Waar zij bij een ander wel of niet aan mag zitten. En dat Nee ook echt Nee is. Ik kan alleen maar hopen dat hen niks zal overkomen, maar mocht het ooit gebeuren, dat ze goede hulp krijgen en weten dat papa en mama ze zullen helpen en steunen.

Mocht je meer willen weten kun je kijken op www.projectspeaknow.nl/ En zeker als je zelf een negatieve ervaring met seks hebt of ooit misbruikt bent, is deze site een goede eerste stap op weg naar verwerking.

 

Een andere kijk op

25 juni 2015

Wat een heerlijke middag. Tenminste voor de tijd van het jaar valt het tegen, maar daarentegen heb ik alle tijd van de wereld. Jilke moest naar de wc en omdat het 12 uur was en we nog niet gegeten hadden, heb ik ons getrakteerd op iets lekkers bij Smaak op het plein in Rijen. We zitten lekker bij het raam. Ik kijk even naar buiten en het valt niet tegen. Best druk buiten. Drie tafels bezet en een vrouw in de zithoek aan de andere kant van het raam. Jilke krijgt haar drinken en er zit een snoepketting om haar chocomel. Wat een verwennerij. Die gaat dadelijk amper eten. Maar ach, voor een keertje moet dat kunnen.

Ik kijk weer naar buiten en zie dat de ene man afscheid neemt van de andere. Die zal wel met de trein weg gaan. Hij pakt een paar tassen op, gooit die over zijn schouder en met een glimlach vertrekt hij. De andere man die achter blijft praat met de serveerster en pakt vervolgens zijn krant. De vrouw voor me (aan de andere kant van het glas) kijkt de hele tijd op haar horloge. Ik kan haar gezicht niet zien. Zou ze haast hebben? Ik weet het niet. De serveerster komt weer onze kant op met een deel van onze bestelling.

Op het zelfde moment buiten.

“Harrie, bedankt voor het logeren. We moeten het snel nog een keer over doen”, zegt Jaap tegen zijn goede vriend. Hij heeft het echt naar zijn zin gehad hier in Rijen. Wat is de tijd snel gegaan. De gesprekken met Harrie hebben hem veel inzicht gegeven. Hij weet wel dat hij voor Harrie geen gemakkelijke gast was. Harrie is wat teruggetrokken en hij extrovert. Jaap kijkt op zijn horloge en lacht. De trein komt er inderdaad zo aan. De trein naar weer een nieuwe week, naar nieuwe belevenissen. Kijken wat zijn volgende bestemming hem gaat brengen. Het leven lacht me tegemoet. Gelukkig geen vast adres, maar een postadres en al mijn vrienden en familie om drie jaar lang naar toe te reizen. Hier droomde ik van. Een geweldig leven.

“We doen het nog wel een keer over Jaap”, antwoord Harrie hopend dat Jaap niet in de gaten heeft dat het weekje hem veel irritatie en energie gekost heeft. Nee dat ‘nog een keer doen’ mag wat hem betreft over een paar jaar. Harrie kijkt het plein rond. Heerlijk deze omgeving waar hij is opgegroeid en ook zal overlijden. Mij krijgen ze hier niet meer weg. Jaap is erg veranderd en daar waar we altijd beste vrienden waren en we elkaar aanvulde en voelde, lijken we nu wel elkaars tegenpolen. “Je moet gaan Jaap. De trein wacht niet op je hoor.” en naar de serveerster, “Mag ik een koffie van u.” Harrie pakt zijn krant die hij nog niet heeft kunnen lezen. Ondertussen pakt Jaap zijn tassen en loopt die glimlachend weg. Rust! Eindelijk rust. denkt Harrie. Wat zit die vrouw toch de hele tijd op haar horloge te kijken. Niet dat hij op haar zat te letten, maar dit was toch al de vierde keer. En wat kijkt ze triest. Net een treurwilg. Zou iemand haar hebben laten zitten? Ah, daar komt mijn koffie aan! Wat is het leven toch goed hier.

“Elsie, wat jou is overkomen de laatste tijd, dan is het niet gek dat je een burn-out hebt. En het hoeft niets te maken te hebben met werk. Doe het een paar dagen rustig aan en laat de medicijnen zijn werk doen. Hier heb je een recept en hier een paar goede therapeuten. Goede begeleiding is in deze echt het beste.” Dat had de huisarts een klein uurtje geleden gezegd. Ze had een afspraak gemaakt op aandringen van haar leidinggevende en directe collega. Juist hun hadden haar als geen ander gesteund en nu moest ze hun gaan bellen om te zeggen dat ze voorlopig even niet meer kwam werken. Ze voelde zich zo schuldig. Nog even op haar horloge kijken om te constateren dat op dit moment lunchpauze was aangebroken. Geen goed moment om te bellen voor een afspraak en om haar collega vriendinnen te bellen. Bah wat voelde ze zich schuldig. Ze keek recht vooruit. Een man met een grote glimlach stond daar, leek wel, afscheid te nemen van een andere man. De ene vrolijk kijkend de ander een beetje sip. Zou die jaloers zijn op die ander. Nou ik wel. Nog geen half jaar geleden lachte ik de wereld ook toe en de wereld mij, maar nu. Als vanzelf keek ze weer op haar horloge. Ze zou eigenlijk ook iets moeten eten, maar ze kreeg de koffie al amper weg. Snel opdrinken maar, naar de apotheek en dan snel naar huis. Weer keek ze op haar horloge alsof ze de tijd vooruit duwde.

Kringen in het water 24

15 mei 2015

“We konden ons bevrijden. Als we snel terug gaan kunnen we ze verassen!” Babs en Jan staan nog stijf van de adrenaline. Ellis leidt ze naar binnen en begint samen met de rechercheur vragen af te vuren. Marco zit erbij en luistert. “Weten jullie waar jullie zaten?” Ellis begint te vragen en de rechercheur maakt aantekeningen. “Ja hier nog geen 15 kilometer vandaan zuid west bij Markenveld. Op een boerderij en ze hadden ons in een schuur. Die was ingericht om mensen te martelen”, antwoord Babs. “Hoe hebben jullie kunnen ontsnappen?” “We waren vastgebonden met tyraps. Ze hadden ons wel gefouilleerd maar Babs hier niet goed genoeg. Ze had haar Swissie bij”, zegt Jan met een knikje naar Babs. “Jan heeft hem uit mijn zak gehengeld en kon ons los knippen. Hij heeft General dinges opengebroken en kon hem zo aan de praat krijgen.” “General Lee Babs!” Jan kan het niet laten Babs te verbeteren. “Hebben jullie enig idee hoeveel er binnen waren?” Zeker weten we de twee kidnappers, waarvan eentje verwond is door Willem. In zijn schouder is hij geraakt. Ik weet zeker zijn schiet arm en hij is door en door” antwoord Jan weer. Babs knikt om het te beamen.

“Denk je dat er nog meer zijn?” Ellis gaat door met haar ondervraging om zo de situatie zo goed mogelijk in te schatten. Ondertussen heeft ze gezien dat op de polsen van haar mensen ondiepe snijwondjes zitten. “Het zou kunnen overste, we hebben natuurlijk niet binnen kunnen kijken. Ik vermoed eigenlijk van wel. Toen we ontsnapte ging de deur van de boerderij open en er werd geschoten. Dat waren twee mannen, maar die ene die kon niet meer schieten.” Ellis wist genoeg. Ellis gaat meteen in overleg met de rechercheur en Marco. Ze kijkt op de klok. Er zijn inmiddels 17 minuten verstreken. “Marco wat hebben we hier aan wapens liggen?” vraagt Ellis. “Drie maal een Glock, twee maal Blaser R93 en twee maal een kruisboog. Verder heb ik drie brillen infrarood en zijn we met 7 schutters. De vraag is of onze rechercheur met een kruisboog overweg kan of zelf nog een wapen bij heeft?” En die antwoordde trots “Een Glock natuurlijk.” Babs stond al te stuiteren bij kruisboog en riep “Mag ik die kruisboog gebruiken. Ik heb daar al veel prijzen mee binnen gehaald.” “Nou meisje kijken of jij beter bent en ik er een concurrent bij heb”, Marco geeft Babs een knipoog. “Willem Blaser?” “Yes sir!” “Ik haal Henk en Wijnen erbij. We gaan met twee auto’s en Ellis heeft de leiding.”

Ondertussen testen ze de porto’s weer. Marco haalt wat bivakmutsen, zwarte schmink en de wapens te voor schijn. Iedereen is druk om zichzelf in gereedheid te brengen. Commandant Wijnen pleegt nog een tweetal telefoontjes. Hij informeert de commandant van Ellis en Intel. Maar het is duidelijk. Dit moeten ze met dit clubje alleen oplossen. “Zijn de porto’s getest?” “Ja overste!” “Babs bestuurd de ene auto, Jan jij de andere. Commandant Wijnen u heeft de leiding over het andere voertuig. Een kilometer voor de boerderij doven we onze lichten. We stoppen een 500 meter van de boerderij en nemen dan onze posities in. Het ene team aan de linkerkant en achterkant en het andere team de rechterkant en voorkant. Blaser en kruisboog verdelen over de auto’s. Blaser is de rugdekking kruisbogen midden en Glock voorin. Commandant Wijnen, Henk, Willem, Jan en Marco in auto 1, Babs, de rechercheur, Mike en ik in auto 2.” Iedereen knikte. De spanning was al om te snijden. Ondanks dat de slechts een aantal met elkaar gewerkt had in soortgelijke situaties, liep het als een geoliede machine. “O, en mensen, liever levend als dood!”

Ze stapte in en reden richting de boerderij. Een kilometer voor de boerderij doofde ze hun lichten, daarna reden ze nog 500 meter door. Ze zetten hun auto’s verdekt neer, achter een paar bosjes. Ellis, commandant Wijnen en Marco pakte de warmte verrekijkers. Ellis gaf de signalen en daarna ging iedereen naar hun positie. De porto’s stonden op zacht. Een verkeerd geluid en het verrassingseffect was weg. “Dat is de schuur waar we in zaten.” Babs wijst. “Die kunnen ze alleen maar van buiten af benaderen. Via de extra grote deur.” Ellis knikt. Daar waren Jan en Babs door ontsnapt. Snel controleerde ze de schuur. Er was niemand binnen. De sporen van waar Babs en Jan hadden gezeten waren goed te zien. Ellis gaf weer wat gebaren. Mike bleef daar met de Blaser, lange afstanden waren zijn ding en hier had hij goed zicht op de deur. Babs ging wat rechter voor de deur en wat dichterbij.

Jan en Ellis gingen naar de voordeur. “Drie personen, waarvan één gewond.” Gaf ze via de porto door, Jan gebaarde het naar Mike en Babs. “Op 2 gaan we naar binnen. Iedereen klaar?” Ze kreeg meteen een bevestiging. “ Één, Twee.” En ze ramde tegelijk de voor en achterdeur open. De mannen waren overvallen en het verrassingseffect had er voor gezorgd dat ze hun wapens niet op tijd konden pakken. Zo werden ze ingerekend.

Commandant Wijnen had geregeld dat de mannen door Intel werden opgehaald. Het gevaar is geweken. Tenminste zo leek het er naar uit te zien. Uit de ondervragingen moest nog het een en ander blijken. Vooralsnog was het een geslaagde avond. Toen de verdachten ingerekend waren en op transport gezet waren, keerden ze opgewonden en blij naar het huis van Marco. Eva had flink in spanning gezeten samen met haar tijdelijke collega. Maar toen ook zij wist dat de missie zonder doden en gewonden was geëindigd, was ze helemaal opgelucht.

“Ik denk dat ik uitslaap morgen. O schatje ik moet je iets vertellen”, Eva lachte “en het kan niet wachten.” Ze wenkte Henk met haar vinger en ze verdwenen samen in de logeerkamer. Marco, Mike en Ellis stomverbaasd achterlatend. “Wat is dat?” zeggen Marco en Mike in koor. Dan schiet Ellis in de lach. “ik wil met jullie wedden hoor.” De mannen kijken haar niet begrijpend aan. Er komt een oerkreet uit de logeerkamer. Marco wil naar binnen gaan, maar Ellis houd hem tegen. “Jij hoort het zo wel.” En de deur vliegt open. “We zijn zwanger!” Zeggen Henk en Eva in koor. Marco staat even met open mond en Mike ook. Tranen biggelen over Eva’s wangen. “Maar je kon niet..” Eva knikt. Marco vliegt zijn zus om de nek en zwiert haar in het rond. “Ho ho zegt Henk, voorzichtig ze is zwanger.” “Ik ben zo blij voor jullie” zegt Marco met een stem die dik is van emotie. En ook Mike heeft het niet meer. “Wat een watjes zijn die mannen toch.” Ellis en Babs grinniken. “Kom we hebben veel te vieren.”

De deurbel gaat, zouden dat de pizza’s zijn. Iedereen gaat naar beneden en Willem neemt de pizza’s in ontvangst. Commandant Wijnen betaald ze, dat had hij nooit moeten zeggen. Henk en Eva zijn drinken in aan het schenken. Wijn met bubbeltjes en voor Eva water. Ellis gaat naar de trap om naar beneden te gaan. Marco pakt haar vast. “Hé buurvrouw, niet zo snel.” Ze draait zich naar hem om en kijkt hem aan. “Heb ik je al verteld dat ik super trots ben op mijn nieuwe collega?” “Nee dat heb je nog niet”, zegt ze, gebiologeerd kijkend naar zijn lippen. Die zijn ineens kurkdroog. Ze bevochtigd haar lippen en dan buigt Marco zijn hoofd naar haar toe. Het was een kus, warm, zacht en hij beloofde nog veel meer. Maar dat moest wachten tot na de pizza. “Pizza! Marco! Ellis! Dadelijk zijn ze koud.” Willem riep hun en snel kwam er een einde aan de kus. Maar niet aan de begeerte. Als ze straks alleen waren, dan…

Kringen in het water 23

12 mei 2015

Het huis van Marco was al aardig vol. Het leek wel een hele commandopost, maar de bitter harde waarheid was dat de noodzaak groot was. Het was inmiddels drie uur geleden dat Koppens en Everts gekidnapt waren en ze hadden nog niks van de daders gehoord. “Willem en Ellis ik wil toch even een aantal vragen stellen aan jullie. Ik neem jullie dan wel even apart.” Een rechercheur van het regionale korps wilde nog een aanvullende verklaring opnemen. Misschien waren er nog dingen die ze zich konden herinneren. Eerst mocht Ellis “Ellis wie van jullie twee zat achter het stuur.” “Ik zat achter het stuur van de DPAU. Willem zat naast mij.” “Wanneer hadden jullie door dat jullie gevolgd werden.” “Al vrij snel eigenlijk, maar omdat ze een keer afsloegen dachten we eerst dat het loos alarm was. Binnen vijf minuten reden ze weer achter ons.” “Zijn ze de hele tijd achter jullie blijven rijden?” “Nee ze zijn er weer even afgegaan bij een tankstation.” Ellis dacht na en in gedachten liet ze de gebeurtenissen weer de revue passeren. “Verdomme! Daar is die Mercedes erbij gekomen. Daar hebben ze hun maten erbij gehaald.” De rechercheur knikte “Moment Ellis.”

De rechercheur ging naar de kamer ernaast. Gaf deze nieuwe informatie door aan Mike en Eva. Die gingen meteen aan de slag daarmee. Beelden opvragen van de parkeerplaats van het bewuste tankstation. Misschien kwamen ze zo achter meer informatie. De rechercheur ging door met vragen stellen aan Ellis. “Hadden die lui door dat jij in de andere auto zat?” “Nee daardoor konden we de achterste verassen. Maar ze waren ondanks dat een buffer voor de voorste. Dat zijn overigens 100% zeker de twee op de tekening. Ze reden in een Volkswagen Jetta met kenteken 23-BJ-KL.” “Een hebben jullie verwond, kun je ook aanwijzen welke dat is.” Ellis keek naar de tekeningen en wees meteen de rechtse aan. “Ik vermoed dat dat ook de leider is.” De rechercheur noteerde alles wat ze zei. Toen bedankte hij haar. Daarna mocht Willem. “Hoi Willem. Ik wil kijken of jij je nog wat meer kunt herinneren. Misschien heb je dingen anders gezien of heb je meer gezien. Soms kan het zijn dat je je iets herinnerd waarvan je denkt dat het niks is, maar blijkt erg belangrijk te zijn.” Willem had het begrepen.

“Willem als ik het goed heb begrepen zat jij op de bijrijders stoel.” “Klopt.” Zei Willem. “Ik had mijn zonneklep naar beneden zodat ik ook achter ons in de gaten kon houden.” “Ze zijn afgeslagen bij de afrit Willem. Was dat achter of voor jullie?” “Dat was voor Koppens en Everts. Ze hebben eerst ons en daarna Koppens en Everts ingehaald, die reden voorop.” “Viel je toen iets op?” “Ze hebben in ieder geval niet in de gaten gehad dat wij erbij hoorde. Ze gebruikte onze auto als de, hoe moet ik dat zeggen? De één er tussen auto? Begrijp je dan wat ik bedoel?” “Ik begrijp wat je bedoeld. Vanaf wanneer viel jou de Mercedes op?” “Die is er pas vanaf het tankstation bijgekomen. Maar het viel me pas echt op toen ze ook dezelfde afslag pakten. De Jetta gaf een spuit gas en de Mercedes haalde ons in.”

Willem haalde even adem en vertelde verder. “De overste uhhh Ellis reageerde zo snel, daardoor konden we die van de Mercedes meteen uitschakelen. Volgens mij heb ik ook deze geraakt.” En Willem wees één van de twee mannen op de tekening aan die door Ellis als mogelijke leider was aangewezen. “Heb je ook gezien waar je hem raakte?” “Ik richtte op zijn hart maar hij draaide iets, dus ik ben er zeker van dat ik zijn hart niet geraakt heb maar wel ergens in zijn schouder. Hij was overigens links, want hij hield zijn wapen met links vast.” De rechercheur stond versteld van de details die Willem toch nog wist te geven. Het zou ze zeker kunnen helpen met lokaliseren. Hij ging naar Mike met de informatie en hoopte dat Mike al iets meer wist.

Even verderop waren Koppens en Everts vastgebonden in een schuur. De tyraps die hun handen en voeten bij elkaar hielden sneden in hun polsen en enkels. Babs Koppens wrong zich om alle mogelijk posities om bij haar beenzak te komen. Gefrustreerd zei ze tegen Jan. “Kun jij bij mijn beenzak?” Jan keek en draaide zich meteen om. “Als je me maar niet van ongewenst gedrag gaat betichten.” “Als je niet opschiet doe ik dat juist wel.” Mompelde Babs. “wat zoek ik eigenlijk in je zak.” Maar toen voelde hij het al. “Ik hou van vrouwen die altijd hun Swiss Army knife bij hebben.” Hij pakte het uit haar zak en moeizaam vouwde hij het open in zijn handen. Over zijn schouder kijkend knipte hij de tyraps door van Babs. Die liet meteen een zucht van verlichting horen. Babs pakte het mes over en maakte vervolgens Jan los. In de schuur lag voldoende gereedschap waarmee ze die twee uit konden schakelen. Als ze maar niet gesnapt werden. “Wat zit er onder die doek?” Zei Babs.

Jan deed het laken opzij. “Ooo wat een beauty!” Riep hij uit. De auto was een replica van de auto van de Dukes of Hazzard. “The General. Zo heette die auto toch.” Jan schudde zijn hoofd “The General Lee. Zal ik eens kijken of ik die aan de praat krijg?” “Klinkt als muziek in de oren.” Jan had de auto gemakkelijk van het slot en verdween onder het stuurkolom. “Ga zitten.” Zei hij tegen Babs. En vlug deed Babs wat haar gevraagd werd. Jan startte de auto en ging goed zitten. Hij gaf een spuit gas en daar gingen ze. Dwars door de houten deur van de schuur heen. “Ben blij dat die niet van staal is.” Merkte Jan luchtig op. Maar ondertussen raasde de adrenaline door hun lichaam heen. Achter zich ging de deur van de woning open. En er werd op hun geschoten, maar ze waren gelukkig al te ver weg. “Wat een mazzel dat ze met fouilleren het mes gemist hebben.” “Je bent geweldig!” “Daar ligt de snelweg. Hier in.” Babs had het goed gezien en al snel zaten ze op de snelweg richting Merendal.

Gezien het gewelddadige karakter van de kidnappers van Koppens en Everts, had Ellis er weinig vertrouwen in dat ze haar collega’s levend zou terugvinden. Ze liep in een van de kamers al nagel bijtend op en neer. Dit kon ze niet. Werkeloos toezien of zelfs niks zien. Er moest iets gedaan worden. ‘Wat is dat voor irritant geluid.’ Ze opende de deur van de kamer waar ze zich even teruggetrokken had. Uit de kamer die als commandokamer was ingericht kwamen blije geluiden vandaan. Snel deed ze de deur open om te zien wat zich daar afspeelde. Nog een keer dat irritante geluid. Marco trok haar mee naar beneden. “Ze zijn er.” “Wie?” “Koppens en Everts. Ze zijn er.” Ellis was helemaal stom verbaasd. Marco deed de voordeur open en daar kwamen ze aan. “Wat? Hoe?”

Kringen in het water 22

11 mei 2015

Ellis wist dat de rit naar huis een riskante actie zou worden, maar ze had geen andere keus. Thuis zou ze zich veiliger voelen. Bij Marco zou ze zich veiliger voelen. Maar kon ze niet beter alleen gaan. Misschien bracht ze zo wel het leven van twee anderen in gevaar. “Generaal met alle respect, maar kan ik niet beter kort achter ze rijden. Ik vermom me wel, maar stel dat er een hinderlaag is dan kunnen we elkaar beschermen.” De commandant knikte. “Waarom heb ik je ontslag geaccepteerd? Had ik al gezegd dat ik daardoor één van mijn beste mensen kwijt raak.” Er kon een klein glimlachje vanaf bij Ellis. Ze nam afscheid van haar commandant en slikte een brok weg. ‘Nu niet emotioneel worden Ellis.’ Sprak ze zichzelf toe. Ze zette de dozen in de DPAU en wachtte op de anderen. Het waren twee jongens en één meisje van haar eigen eenheid. “We gaan u veilig thuis brengen commandant.” Terwijl ze in de houding gingen staan en haar militair begroette.

“Ik heb ontslag genomen, dus in de houding hoeft niet meer en noem me maar Ellis.” Zei ze met een glimlach rond haar lippen. “Ik ben blij dat jullie meegaan. Het kan gevaarlijk worden. Sergeant Koppens en korporaal Everts jullie gaan met mijn auto. Sergeant De Graaf jij gaat met mij mee. We houden contact over de portable en verliezen elkaar niet uit het oog.” Na die woorden stapte ze in hun auto. Even de portable testen “Test test Alfa voor Charlie over.” “Charlie ik versta jullie luid en duidelijk over.” “Alfa voor Charlie test geslaagd over.” En ze startte de wagen. Ellis zette snel haar baseballpet op en verborg haar haren eronder. Ze zette haar zonnebril op en zette de auto in de versnelling. In de andere auto werd er een pruik en zonnebril opgezet. Zij zouden voorop rijden. Daar gingen ze. Ze kwamen langs de poort en in stilte nam ze afscheid. Ze moest even een traantje wegpinken. Bijna 25 jaar had ze voor God en Vaderland gewerkt. Heel even had ze een dubbel gevoel, maar geen spijt. Nee spijt had ze niet. Ze had een juiste keuze gemaakt. Willem de Graaf zag dat zijn voormalige commandant het even moeilijk had. Snel bood hij zijn zakdoek aan. “Mag ik zeggen dat ik u een van de beste commandanten vind waar ik onder gediend heb.” “Wil jij dat ik helemaal in janken uitbarst hier?” “Uhh nee oversss.” “Ellis” Zei Ellis snel en daarmee was het emotionele momentje over.

Ze draaide rechts de weg op richting de snelweg. Er was niks te zien. Net voor het wildrooster stond aan de linkerkant een gebouwtje, daarachter verscholen stond een auto. Zij zagen het niet, maar ze werden wel gezien. Ze draaide de snelweg op maar werden vanaf een afstand gevolgd. Net toen ze dachten dat ze gevolgd werden, haalde de auto met twee donkere mannen hun in. Ze gingen er bij de volgende afslag af. “Loos alarm” zei Willem en Ellis knikte. “Ik denk het wel.” Maar niet veel later zat diezelfde auto weer achter hen. “Daar heb je ze weer.” Zei Willem. Ellis zag het ook en ze pakte de portable “Alfa voor Charlie. Over.” “Charlie hier Alfa. Over.” “Alfa we worden gevolgd door een donkere Volkswagen Jetta kenteken 23-BJ-KL met twee mannen erin. Over.” “Charlie begrepen. Donkere Volkswagen Jetta kenteken 23-BJ-KL met twee mannen volgt ons. Over.” Ze naderde een benzinestation en daar leek de auto in te gaan. Dat was een afleidingsmanoeuvre geweest, want nu werden ze niet door één maar door twee auto’s gevolgd.

Zelf merkte ze het pas na een paar kilometer op toen ze de snelweg afdraaide. De leenauto van Ellis werd klemgereden aan de voorkant door de donkere Jetta en aan de achterkant door een zilveren Mercedes. De twee mannen van de Jetta liepen aan weerszijde van de leenauto van Ellis en hielden Koppens en Everts onder schot. Ellis werd gesommeerd door te rijden door de twee mannen uit de andere auto. Maar in plaats daarvan zette ze haar auto op de handrem, draaide de sleutel om, pakte haar wapen en sprong de auto uit. Willem volgde Ellis vanaf de passagierskant. Er ontstond een vuurgevecht tussen Ellis en Willem aan de ene kant en de twee uit de Mercedes aan de andere kant. Ellis en Willem hadden het voordeel van de verwarring en raakte die twee dodelijk. Maar toen ze opkeken was de Jetta er vandoor gegaan. Ze hadden Koppens en Everts meegenomen. Willem belde ondertussen de politie en de kazerne. Hij gaf ook meteen een signalement door van de mannen en de auto. Dit was waar ze voor gevreesd had. Als verslagen ging ze zitten op de grond in de berm.

“Dit had niet mogen gebeuren. Dit is mijn fout.” Tranen stroomde over haar wangen. Willem ging al even verslagen naast haar zitten en staarde alleen maar voor zich uit. De politie kwam samen met de marechaussee. Niet veel later kwam ook Marco en Commandant Wijnen aan. Ellis vloog Marco in de armen en ze liet zich helemaal gaan. “Ellis! Overste? Dit spoor is van een van die mannen.” Willem was samen met de rechercheurs en marechaussee alles aan het bekijken en aan het uitleggen wat er gebeurd was. “Daar! We hebben er toch een geraakt.” Ellis keek. “Nee dat is inderdaad niet van Everts want die stond wat verder weg. Hij moet dan toch een fikse wond hebben. Misschien werkt dat in het voordeel van Koppens en Everts.” Ellis kreeg een beetje hoop. Als die ernstig gewond is, dan kunnen Koppens en Everts ze misschien overmeesteren. Daar moest ze op hopen.

De lijkwagen kwam om de twee dode op te halen. Naar alle waarschijnlijkheid werden deze ook gezocht en konden ze snel weten wat hun identiteit was. Misschien vonden ze ergens wel een aanwijzing waar ze Koppens en Everts naar toe gebracht hadden. De takelwagen verscheen en ook de doorboorde zilveren Mercedes en de DPAU werden meegenomen voor verdere sporenonderzoek. “Ellis ik breng je naar huis.”Zei Marco. “Mag ik mee?” vroeg Willem. Ik ga niet terug naar de kazerne waar ik me constant moet afvragen hoe het gaat met mijn maten. Misschien kan ik me bij jullie nuttig maken. Ik ben een van de beste schutters korte en lange afstand.” Marco keek naar Ellis, die het beaamde. “ik denk dat we jou wel kunnen gebruiken, stap maar in.” Zei Marco. Willem was opgelucht, nu kon hij zich tenminste nog nuttig maken. “Verveling en onzekerheid zijn killing voor mij.” Zei Willem en Marco kon zich dat helemaal voorstellen.

Kringen in het water 21

10 mei 2015

Ellis liep in gedachten naar de deur. Toen ze die open deed stonden er twee mannen haar op te wachten. Ze sprongen in de houding. Tikte hun baret aan en zeiden; “Korporaal Jansen en Korporaal Van Veen om u te begeleiden Overste.” Ellis salueerde terug en knikte. Had ze een andere keus. Ja die had ze, maar ze wist niet of die verstandig was. Niet nu de bedreiging zo reëel was. “Dan hoop ik dat jullie nog niet gegeten hebben.” zei ze zo luchtig mogelijk. Samen liepen ze naar de kantine. Vroeger was het een eetzaal geweest, maar tegenwoordig een kantine. Bezuinigingen en regelgeving hadden alles omgetoverd van samenhorigheid naar commerciële zakelijkheid. Soms was dat goed, maar vaak was het een gemis. Het was afstandelijker en dat gaat ook wel eens ten koste van teamverband of snelheid waarmee dingen gedaan worden. Ach ja waar maakte ze zich nu nog druk om. Binnen 24 uur en dan had ze haar ontslag ingediend en verlof aangevraagd. Ze zou tot aan haar ontslagdatum verlof nemen. Misschien nog even terug komen voor de rechtszaak van de vier militairen in Arnhem als het zo ver ging komen. Ze had nog genoeg verlof staan, maar goed, vandaag moest ze er nog even aan trekken.

Ondanks de serieuze oorzaak was het een gezellig ontbijt. De beide Korporaals waren bloed fanatiek in het uitvoeren van hun taak haar te beschermen en begeleiden. In de volle kantine waren ze, na alles geïnspecteerd te hebben, een aangenaam gezelschap. Samen liepen ze na het ontbijt weer terug naar het gebouw waar Ellis haar kantoor had. Daar zat haar commandant, generaal Opper,  al te wachten. De korporaals salueerde en gingen buiten haar kantoor staan om de wacht te houden. Ellis vond het toch wel overdreven. Tot dat haar commandant vertelde wat er tijdens het ontbijt gebeurd was. Normaal sprak hij haar altijd aan met overste, maar nu niet meer. “Ellis luister. Vanmorgen hebben ze de auto gevonden van die huurmoordenaars. Snel hebben ze alles op sporen onderzocht. Ze hebben aan de hand van DNA, haren en vingerafdrukken geconstateerd dat het niet om twee maar om drie personen gaat. Ze hebben schmink gevonden in de auto en een baret. Wij vermoeden dat ze proberen op de kazerne te infiltreren.” Ellis schrok van dit bericht. Het werd nu echt serieus.

“Ellis we fouilleren iedereen die de kazerne opkomt. Iedereen op de kazerne krijgt de foto’s van de mannen die wij zoeken. Ellis we gaan ze vinden. Echt! Ik heb al contact gehad met Commandant Wijnen. Ook zij zijn op de hoogte en zullen alles doen om die mannen te pakken.” De maag van Ellis draaide zowat om. Ze leek het amper te kunnen bevatten. Kon iemand haar in de arm knijpen zodat ze wist dat ze niet in een nachtmerrie zat. Dit lees je toch alleen maar in boeken. Dit kan toch niet reëel zijn. Maar dat was het wel. Het was zeer serieus en gevaarlijk. De commandant was al weg en ze was nog steeds aan het mijmeren. Wat was wijsheid. Hier op de kazerne blijven of naar huis gaan. Ze maakte de omgeving thuis kleiner. Ze voelde zich veiliger in een kleine omgeving als op de grote kazerne met zoveel mensen. Ze was bang dat als ze niet oppaste ze overal gevaren zou zien. Een klopje op de deur deed haar flink schrikken. Meteen realiseerde ze zich dat er een wacht bij haar deur stond en dus riep ze “Ja, binnen!” De eerste jongen die gehoord zou worden verscheen, samen met zijn advocaat en de psychiater. Het gesprek duurde een uurtje en daarna zouden de jongen, zijn advocaat en de psychiater een gesprek hebben in de kamer naast die van haar. De tweede klopte aan en daarna de derde en de vierde. De ochtend vloog om.

Toen ze klaar was met de verhoren, was het al lunchtijd. Ze stuurde een van de korporaals om eten voor hun drieën te laten halen. Ze gaf door wat ze wilde eten en ging weer terug om haar notities uit te werken. Een kwartier later werd het eten bezorgd en gingen ze naar de koffiehoek in het gebouw. Een half uur later kwam ook de psychiater bij hun zitten. Hij had zijn eigen brood meegenomen. “Jan Jaap had ik je al de groeten gedaan van Henk en Marco?” vroeg Ellis hem. Jan Jaap lachte en schudde zijn hoofd. “Hoe ken jij die.” “Marco is mijn nieuwe buurman en Henk en Marco worden mijn nieuwe bazen.” De mond van Jan Jaap ging open maar er kwam geen geluid uit. Zijn lippen krulde in een lach. “Ik denk dat je een hele goede keuze hebt gemaakt Ellis. Heb je je ontslag al ingediend?” “Nee dat ga ik doen nadat ik het rapport heb ingediend. Ik denk dat ik daarna naar huis ga. Een kleiner oppervlak is makkelijker te verdedigen en te overzien als een groot oppervlak.” Jan Jaap knikte “Ik zal mijn bevindingen na de lunch gaan uitwerken en je dat zo snel mogelijk geven.” “Dank je Jan Jaap.” En ze aten zwijgend door. Iedereen met zijn eigen gedachten.

Na de lunch ging iedereen weer aan het werk. De korporaals werden afgelost door twee nieuwe. Jan Jaap ging zijn bevindingen uitwerken en zijn aanbevelingen geven en Ellis ging ook verder met haar rapport. Toen ze even niet verder kon maakte ze snel haar ontslagbrief en diende in PeopleSoft haar verlof in. Net toen ze daarmee klaar was klopte Jan Jaap aan. Zijn bevindingen en aanbevelingen waren klaar. Hij overhandigde ze aan Ellis. Die las ze snel door en hoefde eigenlijk geen vragen meer te stellen. “Het is helemaal duidelijk Jan Jaap. Het is eigenlijk precies wat ik verwachtte. Ik ga het meteen verwerken. Dank je wel voor je hulp.” “Deze jongens ga ik nog veel zien de komende tijd. En het kon bijna niet eerder. Het is alleen schrijnend dat zij zo aan snel hulp moesten komen. Dat zou standaard moeten wezen.” “Ik ben het helemaal met je eens Jan Jaap. Misschien dat het in de toekomst beter zal gaan.” Ellis ging weer door met haar rapport en tegen half vijf was ze klaar. Ze gaf het rapport samen met haar ontslagbrief aan een van de korporaals en zei dat ze na naar huis ging.

Het leek wel of de korporaals in de stress schoten bij die opmerking. Ze moest er eigenlijk wel om lachen. “Ik ga mijn spullen pakken, daarna pleeg ik nog één telefoontje en dan ga ik naar huis.” Iemand kwam de brieven ophalen. Ellis was haar persoonlijke spullen in twee dozen aan het inpakken toen haar commandant verscheen. Hij had een rood hoofd van het rennen. Ellis hartslag ging van zenuwen iets omhoog. Dit was niet het moment van de dag waar ze naar uit had gekeken. “Ellis ik weet niet waar ik het meeste van baal. Dat ik een goeie ondercommandant verlies of dat je nu naar huis gaat.”

“U heeft mijn rapport zeker nog niet gelezen dan?” “Ik weet dat dat een heel kritisch rapport zal zijn, maar ik weet ook van wie het afkomt. Verdomme Ellis ik kan je op de kazerne beschermen maar niet daarbuiten.” “Nee Generaal u kunt me nergens goed beschermen, ik moet mezelf beschermen.” “Heb je daarom ook ontslag genomen?” “Nee ik liep al voor de uitzending met een onbevredigend gevoel rond, maar had dat niet zo in de gaten. De afgelopen missie heeft er goed ingehakt en deze bedreiging erbij. Ik wil daar niet nog eens aan blootgesteld worden. Ik heb daarom een andere baan geaccepteerd. Eentje waarbij ik ook goed werk kan doen, maar veel kleinschaliger.” De commandant knikte.

“Ik zal je ontslag accepteren en je verlofverzoek honoreren, maar ik wil wel dat je nu nog even doet wat ik je beveel.” Ellis keek haar commandant aan. “Jij gaat in burger naar huis en niet met je eigen auto of dat huur ding waar je in rijdt. Daar stuur ik twee mannen in weg. De een kleden we een beetje zoals jou. Jij vertrekt een half uur later met een DPAU (dienstpersonenauto). En je neemt iemand mee. Zij zullen met zijn drieën jou huis bewaken tot het gevaar geweken is.”