Archieven

Duke van Stichting Poor Animal 2.

20160528_170338

Het is zaterdag 28 mei en ik rijd met Jilke naar Friesland om de twee Ierse Wolfshonden op te halen. Ze zijn voor mijn moeder en het zijn herplaatsers. Helaas kan de eigenaresse niet meer voor ze zorgen. Liefde, eten en opvoeding hebben ze goed gehad, maar medisch schort er wel wat aan. De eigenaar is in tranen als ik weg rijd en het raakt me enorm. Ik beloof plechtig goed voor deze twee Ieren te zorgen, net zoals ik foto’s en updates zal sturen. De weg naar huis voelt alsof we een zeer kostbare vracht bij hebben.

20160529_110037

Als ik na een dag terug kom thuis met de twee kalven en ik bekijk ze eens goed, schrik ik een beetje. Potverdorie, die staart is ontstoken en zij kan er niet vanaf blijven. De ander zijn de oren nog fors rood en heeft ze lelijke plekken op haar rug. Wat nu? Ik overleg even met mijn ouders en die melden dat ik dan naar twee dierenartsen moet en die zijn maandag pas open. En wat moet ik nu met Duke. Die gaan we morgen ophalen, maar deze twee nemen en veel ruimte in, haten mijn katten en zullen onder het mes moeten. Hoe ga ik dat doen? Ik besluit die avond dat ik mijn katten maar even in de kattenkamer houd zolang deze twee joekels er zijn.

20160531_203118

Zondag ochtend bel ik Jannie op van Stichting Poor Animal met de vraag of ik Duke toch niet later op kan halen. Als ik uitleg dat ik twee Ieren uit Friesland heb opgehaald die een tijdje bij mij logeren, maar nodig medische hulp nodig hebben vraagt ze wat er aan mankeert. Ik begin bij de staart van Kiki, dat ze niet geënt en gechipt is. Dark heeft een fikse dubbele oor ontsteking, smet plekken op de huid, moet gechipt en geënt worden. Als Jannie mij zo aanhoort zegt ze dat ze iets zal proberen te regelen want ze moet toch naar de dierenarts. Ze zal me later op de dag wel terugbellen. Ik sta perplex. Wat een warm hart heeft die vrouw voor deze trouwe viervoeters. Ze kent deze honden niet en ze heeft mij pas twee keer gezien. Die middag belt Jannie terug. Ik kan morgen gelijk terecht met de honden. Enten, chippen, oren, huid en operatie wordt dan allemaal gedaan en zij heeft geregeld dat ik het via haar, en dus goedkoper kan laten doen. Wauw! Dit vind ik wel zo lief. Want laten we eerlijk zijn! Ik zag de bui al hangen.

Als ik maandag aankom met de honden, wordt alles gedaan. Jannie doet zelf het gebit bij de ene hond en knipt diens nagels. Ze regelt voor mij medicijnen, een deken en noem maar op. Elke hond in de wachtkamer krijgt een aai over zijn bolletje en een vriendelijk woordje. Daarnaast regelt ze de boel. Wat een vrouw zeg! De ene hond wordt klaargemaakt voor de operatie en de andere neem ik mee naar huis. Daarna ga ik weer naar de Stichting Poor Animal, want ik moet nog wat spullen ophalen. Een zalfje hier, een pilletje voor dit en een spuitje voor dat. Samen wachten we op het telefoontje dat ik de Ier op kan halen. Om het wachten iets aangenamer te maken worden hapjes en drankjes op tafel gezet. Ik reken af met Jannie, geef Duke een aai over zijn bolletje en dan ga ik.

20160601_151956

Als ik later die week langs ga, vraag ik Jannie waarom ze dit voor mij heeft gedaan. Haar antwoord is helder; “Jij hebt kleinschalig gedaan wat wij grootschaliger doen. Honden helpen daar waar het kan.” Tranen schieten in mijn ogen. Wat ongelooflijk lief. “Wij halen niet alleen honden uit het buitenland, maar ook van andere kennels, stichtingen en marktplaats. Allemaal herplaatsers. Als we puppy’s hebben dan komt dat omdat de teef die we hebben opgehaald dan al zwanger blijkt of omdat er een nest is gevonden. Heel soms, als de teef nog niet gesteriliseerd is, kan er een ongelukje plaatsvinden. Bewust fokken we niet.”Ik had al begrepen dat Jannie niets verdient aan deze honden. De meeste komen immers uit het buitenland. Dus naast de reiskosten zijn er ook nog de chip, enting en sterilisatie of castratiekosten. Nog los van ruimte, voer en overige kosten. Nee voor Jannie en Martin is dit hobby met het motief ‘liefde voor de hond’.

Carla heeft een aantal jaren in Spanje gewoond en ook zij verteld me over hoe de situatie daar is. “Het ergste wat ik heb meegemaakt is, dat ik geen plaats had om een hond op te vangen en diens eigenaar het beest voor mijn ogen de keel door sneed en zo de container in gooide. Dat beeld heb ik nog steeds op mijn netvlies staan.” verteld ze. Ik ben onder de indruk van hun verhalen.

20160611_142257

Mijn man en ik wilde geen pup. Niet in ons drukke gezin met jonge kinderen. We wilde een herplaatser een tweede kans geven. Ik ben blij dat we Duke straks op kunnen halen bij deze Stichting. We hebben afgesproken dat Duke pas komt op het moment dat deze twee naar mijn ouders zijn.

Duke van Stichting Poor Animal 1.

20160526_115148

Angel is dood. Ons laatste maatje is van ons heen gegaan. Ik wil een nieuw maatje. Ik kan niet zonder een hond. Lex, mijn man, wil het over de vakantie tillen, maar ik niet. Ook Lex is een hondenmens. Binnenkort komen er twee Ieren logeren hier. Daarna hebben we plaats voor een nieuwe hond. Ik kan het niet nalaten om te gaan zoeken. En dan loop ik tegen een Cao da serra da Estrela aan die in Prinsenbeek zit bij Stichting Poor Animal. Ik zoek de eigenschappen van die hond erbij en het is precies wat wij zoeken in een maatje. Waakzaam, gezinsgericht en ook alles wat om het gezin heen hangt. Wat een mooie honden! We zijn verkocht.

Ik ga kijken op internet of ik meer kan vinden over de Stichting. Eigenlijk net zoveel positieve als negatieve referenties. Als ik kijk naar de negatieve, dan is het veel van mensen die lijken te klagen om te klagen. Een paar dingen vind ik wel serieus, maar dat wil ik graag zelf zien. Ik bel op naar de Stichting en hoor dat die hond al weg is, maar ze hebben nog wel een zelfde hond zitten. Die wil ik best komen bekijken. Ik maak een afspraak voor donderdag.

20160526_114801

Als ik aankom, word ik verwelkomt door Carla. Zij laat me Duke zien en verteld alles over hem. Hij is eigenlijk van Jannie en Martin, de eigenaren van de Stichting. Ik ben meteen verkocht. Wat een schat van een hond. Beetje dominant en super speels, maar zachtaardig. Ik maak wat foto’s en dan na een paar minuten laat Carla me de rest van de Stichting zien. Het oogt ruimer, ziet er schoner uit en ruikt beter als menig kennel. Als we één van de honden zien plassen tegen een mand, wordt er meteen schoon gemaakt. De dieren leven in een roedeltje, met een enkeling apart die of niet samen kan met andere, of aan het herstellen is. Ik krijg wat foto’s te zien van een paar van de viervoeters. Foto’s van toen ze gevonden werden en voor ze geopereerd waren. Sommige zijn wat angstig, maar over het algemeen zijn ze nieuwsgierig. Manden met honden dekens, speeltjes en genoeg ruimte buiten en binnen. Ik denk aan een paar van die klachten en kan die meteen wegstrepen. Nee wat ik gezien heb en wat ik gelezen heb is echt iets anders.

De eigenaresse komt binnen en ze is even stug. Als ze hoort dat ik kleine kinderen heb, waarschuwt ze me met Duke. Hij is onstuimig. Als ik hem echt wil, moet ik met mijn kinderen komen en pas dan besluiten. Na even met elkaar praten, komt ze los. Ze begint te vertellen over de honden en over opvoeden van honden. Waar ze vandaan komen en nog veel meer. Eigenlijk is ze wel aardig. Je moet er even mee praten. Zo ben ik ook, geworden nadat ik een paar keer mijn neus heb gestoten door bedrogen te zijn. Met een goed gevoel neem ik afscheid van Jannie en Carla en ga naar huis. Als ik die avond bel naar de Stichting, om door te geven dat ik de volgende dag met mijn kinderen kom, krijg ik Martin aan de lijn. Als die hoort dat ik met mijn kinderen kom voor Duke begint die op te sommen waarom ik daar niet aan moet beginnen.

“Martin ik krijg tamelijk de indruk dat je Duke niet kwijt wil,” zeg ik. “Nee, dat is het niet. Maar ik wil voorkomen dat je de hond na een paar weken of paar dagen komt terug brengen omdat hij de kinderen omgeduwd heeft, gegromd heeft of gebeten heeft om te spelen.” Ik leg Martin uit dat ik zijn bezorgdheid snap, maar dat ik mijn kinderen opvoed met het principe dat een hond een maatje is maar vooral een hond. Ze laten hem dus met rust. De afspraak staat voor morgen, maar ik heb het gevoel door een commissie te moeten voor een hond waar ik verliefd op ben. Ik baal daarvan en toch kan ik het begrijpen.

De volgende dag met de kinderen begrijp ik waarom al die waarschuwingen zijn. De meeste honden springen niet tegen jonge kinderen op. Duke doet dat wel. Hij zal dat echt goed moeten leren. Hij is ook naar de kinderen een beetje dominant. Ik ga een paar rondjes aan de riem lopen met Duke en de kinderen. Hij is nog steeds erg geïnteresseerd in de kinderen, maar loopt keurig mee. Met zacht, maar dwingende hand en positief belonen, krijg ik zowel de kinderen als de hond mijn kant op. Martin kom ik ergens tegen, hoewel ik geen idee heb, dat het Martin is. Als ik terug kom met Duke, hoor ik van Carla dat Martin mij vertrouwd met de hond. Ik ben een geschikt baasje. Wij zijn blij. Maar ik snap des te meer de voorzichtigheid die ze hadden. Ze hadden gelijk. Duke is niet voor iedereen geschikt.

Zaterdag 28 mei, ga ik de Ieren halen. Onze logeetjes. De honden voor mijn moeder. Zondag 29 mei, gaat Lex Duke ophalen. Het zal krap worden in huis, maar ik kijk er erg naar uit. Hoe dat verder verloopt kun je lezen in deel 2.

Koude rilling

6 maart 2016

 

Ik zit in de hoek van de bank en er komt een zuchtje wind langs mij. Er gaat een koude rilling over mij heen. Ik voel me onrustig. Er is veel gebeurd de afgelopen weken. Eigenlijk heel veel de afgelopen jaren, maar dat geeft niet de onrust die ik voel. Ik loop naar het raam en zie de vorige eigenaresse van ons huis lopen. Ze gaat op bezoek bij de overbuurvrouw, haar zus. Ik loop weer terug naar de bank en pak mijn boek. Ik kan echter mijn hoofd er niet bij houden. Zou het hier … Ik blijf maar malen en denken.

Het is alsof iemand een spelletje met mij speelt. Kleine pesterijtjes. Ineens het licht aan doet, zodat ik mijn bed uit moet en het licht weer uit moet maken. Ach het zal wel aan de contacten liggen. Moet Lex binnenkort maar naar kijken. Het gebeurd niet vaak, maar zo nu en dan eens. Mijn gedachten gaan weer terug naar mijn kinderen die op school zijn. Straks moet ik ze weer op gaan halen. Dan is het een drukke bedoening in huis. Nog even genieten van de rust. Een zen momentje. Buiten zie ik een autodeur dicht gaan en de motor wordt gestart. Het zusje van de overbuurvrouw gaat weg.

Wat zij heeft meegemaakt wil je echt niet. Een kindje afstaan en daarna haar huwelijk kapot zien gaan. Nee, ik moet er niet aan denken. Ik lijk weer rustiger te worden. Ik ben moe. Leeggezogen. Ik besluit nog een uurtje te gaan liggen voor ik naar school moet. Potverdorie, heeft Femke haar kamerdeur open laten staan. Ik loop naar binnen om te kijken of Muis (Balou één van de poezen) het bed van Femke heeft ingepikt, maar dit is gek genoeg niet het geval. Ik sluit haar deur en ga naar mijn kamer. Ik doe de rolluiken niet helemaal dicht, want dan ga ik niet diep slapen.

Ik krijg het niet warm, ook al is het 21 graden op de slaapkamer. De zon heeft de kamer goed opgewarmd. Mijn gedachten gaan weer naar het zusje van de overbuurvrouw. Haar kindje was 3 jaar toen het overleed aan een ziekte. Ze woonde toen nog hier en het lag een tijdje opgebaard in huis hier. Volgens mij de kamer waar Femke nu slaapt. Er loopt weer een koude rilling over mij heen. Zou zijn zieltje misschien hier nog in huis zijn? Ik vraag het me af. Ik doe mijn kleren maar weer aan en ga naar beneden. Een kop koffie zal me goed doen. Als ik die opgedronken heb, ben ik weer warmer. Ik kijk op de klok en zie dat het al weer tijd is om mijn kinderen van school te halen. Ik pak mijn jas en mijn sleutels en stap de deur uit. Ik kijk naar boven en zie niets. Niet dat ik iets verwacht had, maar gewoon om te kijken. Trots op ons huis. Trots op mijn gezin. Dat is waar wij aan werken. Dat is waar wij voor vechten.

Zoals kerst bedoeld is

30 december 2015

20151230_122903[1]

“Wij zijn dit jaar niet thuis met kerst en oud en nieuw!” zeiden mijn ouders tijdens één van de verjaardagen in november. Die had ik niet zien aankomen. Al sinds wij niet meer in Sinterklaas geloven vieren wij kerst in plaats van Sinterklaas. Niet zo raar als je bedenkt dat mijn ouders, mijn zusjes en ik allemaal in november jarig zijn. Ook Femke is in november jarig en Jilke zelfs op 5 december, dus ook wij gaan die traditie straks voortzetten. Maar dan is het best even raar en slikken als die traditie ineens verbroken wordt. Niet dat ik mijn ouders ongelijk geef, immers met vier dochters en 12 kleinkinderen is het huis gewoon te vol en is het te druk. De kinderen zijn nog in een leeftijd dat ze zoveel lawaai produceren tijdens het spelen, dat je elkaar amper verstaat. Ik geloof ook best dat als je ouder wordt, je daar minder goed tegen kan. Maar toch, ik zou ze wel gaan missen en wat moet je dan als ze er niet zijn.

Mijn zusjes opperde gelijk om toch samen kerst te vieren. “Mogen we dan wel jullie huis gebruiken pa en ma?” En dat was gelukkig geen probleem. Er werd een groepsapp aangemaakt en de basis van een andere kerst was er. Die week sprak ik de peettante van Jilke en we spraken af tweede kerstdag bij ons te gourmetten. Zo fijn, want we zien elkaar te weinig. Het was voor mij al een dag om naar uit te kijken. Ik vertelde de andere dat ik tweede kerstdag bezet was en dus met de zusjes werd het eerste kerstdag. Iedereen zorgt voor een gang en één van de zusjes zorgt ook voor de drank. Alle bedragen doorgeven en dat delen door 4. Ik zou voor het hoofdgerecht zorgen. Dat betekend in de praktijk dat ik tenminste me dagelijks twee keer bedenk over wat het gaat worden, maar ach ik had ook daar veel zin in.

Op Facebook was ik aan het praten met een beheerster van een groep en dat was erg gezellig. Aan het eind van de avond waren we Facebookvriendjes geworden. Dan kun je dus ook elkaars deel en like acties zien en zo zaten we samen te azen op een gourmetschotel voor 10 personen. “Wie wil jij aan tafel hebben met de kerst,” was de vraag. Ik wist het wel! Onze lieve vrienden natuurlijk. En zij antwoordde “Brad Pitt!”  We zaten daar een beetje over te geiten toen ze liet vallen alleen te zijn met kerst. “Dat kan toch niet! Alleen zijn met kerst. Waarom schuif je niet bij ons aan?” zei ik spontaan. En ze vroeg of ik serieus was. Ik hoefde er eigenlijk niet zo over na te denken want niemand hoort alleen te zijn met kerst.” Toen ik later met mijn man overlegde zei hij eigenlijk precies wat ik dacht “Liever iemand aan tafel die het graag wil, dan iemand die het als een verplicht nummer ziet en niet wil. Daarbij niemand zou alleen moeten zitten met kerst.” Ik hoef je niet te vertellen waarom ik zo veel van deze gozer hou hè? Echt een man van mijn hart.

De eerste kerstdag was aangebroken en ik legde de laatste hand aan de voorbereidingen alvorens ik naar Kaatsheuvel ging. Daar aangekomen ging ik natuurlijk vrolijk verder. De rest kwam aan en het werd al snel ouderwets gezellig. Één van mijn zusjes had pech aan de auto dus de ANWB werd ingeschakeld. Die was nog bezig terwijl wij aan het voorgerecht begonnen. Hij was klaar toen de soep werd geserveerd en werd bijna gedwongen om mee te eten 🙂 Wat hij maar al te graag deed. Ondanks dat mijn ouders er niet waren en we ze mistte, was het beren gezellig. Mijn hoofdgerecht bestond uit tomaat farcie, aardappeltjes uit de oven, groene asperges in een spek jasje, varkenshaas met champignon roomsaus en kangoeroebiefstuk met een wildsaus. Voor de kinderen tomaat farcie, sperziebonen met een spek jasje, aardappeltjes uit de oven en mini hamburgertjes. Het was heerlijk! Eerste kerstdag was dan ook absoluut geslaagd.

10590397_1038030572885602_1068822269159061452_n

De tweede kerstdag was toch wel een beetje spannend, want ondanks dat je ondertussen met iemand Facebookvriendjes bent geworden, dat wil niet zeggen dat het in real life ook gaat klikken. Onze vrienden kwamen wat eerder zodat we even lekker konden bijkletsen en toen ging de bel. “Daar is ze” riep Femke. Ze had een leuk presentje meegenomen en al snel kletste we er vrolijk op los. Het ene onderwerp na het andere kwam voorbij. Het was gewoon een kerstdag zoals kerst bedoeld is. Gezelligheid voor iedereen. De meiden gedroegen zich geweldig, de sfeer was goed. Wat kun je je nog meer wensen op zo’n dag? Een zoek geraakte enveloppe vinden… Maar dat is weer een ander verhaal. Nee ik zou het zo weer doen, een vreemde uitnodigen aan tafel met kerst.

20151217_165819[1]

De zomervakantie van 2015

29 augustus 2015

Overmorgen is het zover, dan is het de maandag van school. De zomervakantie 2015 is dan weer voorbij in het zuiden. Nienke die in groep drie gaat beginnen, Femke in groep vier en Jilke mag nog een paar maandjes wachten. Een vakantie die voor de meiden onrustig begon, want ze wilde naar Frankrijk. Naar opa en oma? Nee naar hun neefje en nichtjes die op de camping zullen zijn. Ze kijken er zo naar uit en dan duurt het lang. Elke dag vragen ze minstens drie keer of we al gaan. Het is bijna sneu en als het weer dan ook nog eens prut is vervelen ze zich helemaal.

20150716_151333[1]

Dan eindelijk is het zover, eerder als geplant gaan we naar midden Frankrijk. Stakende boeren, zwarte zaterdag en een zieke kat zorgen ervoor dat we eerder vertrekken. Ik heb mijn ouders gemist en ben blij om weer in een vertrouwde omgeving te zijn. Ook al is het maar voor twee dagen, voor mij is de vakantie al begonnen. De kinderen hebben hier hun neefje en nichtjes al gevonden en het gespeel en geruzie is al in volle gang. Heerlijk hoe ze met elkaar optrekken. Ze houden elkaar bezig en wij doen met slechts nog een half oog op hun, ons ding. Nog even een paar dingen extra in de caravan en auto laden en dan gaan we naar de camping. Camping les 3 lacs du soleil

20150814_203819[1]

De eerste week is met mijn zusje en haar gezin. De tweede week hebben we voor ons alleen. Ik ben benieuwd of de meisjes vriendinnen gaan vinden. Maar na een dag is dat wel duidelijk. Ik heb me om niets zorgen gemaakt. Het klikt enorm goed met de overburen en hun gezin. Drie jongens in de leeftijd van de meiden. En wij ouders kunnen het ook goed met elkaar vinden. We koken en eten regelmatig samen en pakken als de kroost op bed ligt nog even gezellig een borreltje. Wat is het campingleven toch zwaar 😀 Eerlijk is eerlijk de tijd is erg snel gegaan.

20150816_130208[1]

Dan rijden we weer op Chouze aan. Daar blijven we bijna een week. Het begint qua temperatuur aangenaam en het wordt met de dag warmer. Wij moeten nog een hoop doen, want in de “stacaravan” zitten een aantal wespennesten. Daar moet nodig alles schoongemaakt worden en gecontroleerd. Erin blijven slapen doen we maar niet vanwege de wespen. Een dag na aankomst hebben we alles bespoten. En dag later weer om vervolgens schoon te gaan maken. Ook onze toercaravan moest schoongemaakt worden. Hij moest weer gebruiksklaar gemaakt worden en alles gewassen en uitgezocht. Wat moet mee naar Nederland en wat laten we achter.

Normaal gesproken nemen we de caravan terug mee naar huis, maar onderweg begaf de airco het. Toen ik een paar keer benzine rook en ook de temperatuurmeter het ook leek te begeven, hebben we besloten de caravan niet mee naar Nederland te nemen. Even geen extra ballast achter de auto aan en hopen veilig thuis te komen. Dan maar hard sparen voor een nieuwe. Daarbij vertrekken we eigenlijk altijd vanuit Chouze en besparen we ons stallingskosten. Het nadeel was dat we de tuinstoelen niet mee naar huis konden nemen en dat mijn fiets en die van Lex ook achter moesten blijven.

De arbri du jardin op onze grond waar de wc, badkamer met douche, koelkast, keuken en wasmachine staan zag eruit om op te schieten. Dan die ook maar schoonmaken. We zijn immers toch bezig. En blinkend schoon hebben we die achter gelaten. Leeg en schoon, want ook alle kastjes in de keuken hebben we maar eens goed uitgemest. We hebben er een paar dagen over gedaan om alles op te ruimen en schoon te maken en vergeet niet de lading wasgoed die ik had. Maar ik was voldaan toen we weggingen. De volgende keer hoeven we maar aan te haken en kunnen zo wegrijden. Prima toch!

20150817_144933[1]

In de avonduren hebben we heerlijk genoten van de rust en temperatuur. “Mama wat doe je nou!” vraagt Nienke me op enig moment. Ik zit met mijn ogen dicht en luister naar de geluiden. “Ga maar eens zitten Nieks en doe je ogen maar eens dicht.” Nienke doet wat ik zeg (verrek toen luisterde ze wel) “Wat hoor je nu”, vraag ik aan haar. “Ik hoor de wind waaien.” Ik lach want inderdaad achter ons is een rietsoort aan het ritselen door de wind. “Goed gehoord. En wat hoor je nog meer?” “Mama dat zijn die roofvogels die jij zo mooi vind hè?” “Wauw Nieks dat jij dat weet. Dat zijn inderdaad buizerds.” “Eigenlijk hoor je hier best veel hè mams!” “Ja Nieks ik geniet hier van de geluiden die je thuis bijna niet hoort.” “Mooi is het hier hè.” “Ja Nieks het is hier schitterend.”

20150817_122927[1]

Toen we naar huis gingen hadden wee allemaal zo’n dubbel gevoel. Je wilt graag naar huis want dat is thuis, maar je hebt het gevoel alsof je ook een stukje thuis weer achterlaat. Je wil eigenlijk nog niet dat het voor een tijd voorbij is. Maar thuis wachtte de beesten en een laatste week vol pret voor de kinderen. De kindervakantieweek in Rijen ging maandag weer van start. En daar willen de meiden graag heen. Sterker nog hun neefje en nichtjes gaan er ook een paar dagen mee naar toe. Ook die week is geslaagde week, waar ik zelfs twee en halve dag kinderloos ben geweest. Alvast een beetje wennen aan het feit dat dit schooljaar Jilke ook naar school zal gaan. Weliswaar pas in december, maar door de late vakantie dit jaar, toch al over drie maanden.

20150827_100152[1]

Morgen nog een laatste uitje met het gezin en maandag mogen ze het nieuwe schoolplein gaan bewonderen. Dan zit de vakantie er weer op. Wij kunnen terug kijken op een heel geslaagde zomervakantie. Eentje die voor de verandering best wat langer had mogen duren. Waar wij onze kinderen wat vrijer hebben gelaten als normaal. Ze wat later wakker zijn geworden als normaal. Waar Nienke bij thuiskomst weer haar plek op de Nienke aan het markeren is en ons daarmee tot wanhoop drijft. Maar ook dat gaat vast wel weer goed komen.

 

Vakantiestress

23 juli 2015

Veel mensen hebben er last van. Vakantiestress! Ik niet hoor. Ik ga voor mijn plezier winkelen met drie zeurende, springende kinderen, die nergens van af kunnen blijven. Voor beelddenkers, beeld je het volgende in. Daar loopt mous met drie mouzemeisjes die dansen, springen en rennen in de winkel. Mous die meer bezig is met het tot orde roepen van de mouzemeisjes en uit pure irritatie de helft van de boodschappen vergeet. Argggg! Wie heeft schoolvakantie uitgevonden! Nee nu pas snap ik mijn moeder met haar opmerkingen: “tot jullie groot genoeg waren ging ik liever alleen. En pas toen jullie je eigen geld verdiende mochten jullie mee boodschappen doen. Ik mijn kar en jullie je eigen mandje.” Tja het klopt helemaal. Ze gooien mijn kar vol, vragen of ze dat en dat en dat mogen hebben. Het liefst zo ongezond mogelijk. Als ze niet aan het dansen, springen en ruziën zijn, zijn ze wel aan het verstoppen.

Maar nee vakantiestress heb ik niet. Nee de caravan hebben wij al twee weken voor vertrek opgehaald en langzaam uitgeruimd. Elke avond iets gedaan. Beddengoed gewassen, caravan gesopt van buiten, daarna van binnen, serviesgoed in de vaatwasser. Nog even wat kleine reparaties uitgevoerd en dan kan er weer langzaam alles ingeruimd worden. Het weer zorgt er alleen voor dat we maar bepaalde avonden kunnen werken. Lex die moet gewoon werken natuurlijk en met de kinderen ga ik deze klus niet klaren. Maar ach, met een leuke vakantie in het verschiet, kan het de pret niet drukken.

De kinderen helpen graag mee hoor. Soms iets te graag. Maar goed dat we de caravan gesopt hebben met lekker weer. Jilke zou de caravan wel eens afspoelen. Lex en ik waren natter als dat de caravan was, maar het plezier was wat telde. De oudste twee waren er die dag niet. Dat scheelde ongelooflijk in tijd en mopperen. Ik weet niet wat het is. Of het is omdat ze vakantie hebben of omdat we op vakantie gaan, maar ze zijn me toch een partij hyper en vervelend. Ik hoor al iemand zeggen: “maar jou lieve kindjes zijn alleen maar soms een beetje brutaal.” “Nee! Mijn kindjes zijn thuis ff anders als wanneer jij ze ziet.” Wat ook normaal is overigens.

FB_IMG_1437311441805[1]

Maar goed de caravan gaan we na de vakantie weer verder aankleden. Elk jaar pakken we iets aan. Dit jaar de douchecabine voorzien van een nieuw raam, de wasbak gerepareerd en een chemisch toilet gekocht. Ook hebben we matrassen voor op de kussens gekocht. Volgend jaar komt er een nieuw matras eronder. Ook wil ik dan nieuwe gordijnen gemaakt hebben. Ik heb vorig jaar al gezegd, di was onze beste koop ooit en zo denk ik er nog steeds over. Ook de kinderen, want die willen niks liever als alweer op pad met de caravan. Heerlijk toch!

En tussen de bedrijven door gaan we ook nog iets leuks doen. En als ze lief zijn krijgen ze aan het eind van de dag een zak snoep en centjes voor op vakantie. Natuurlijk bepaal ik wat lief is. Hoewel ik het van te voren goed uit leg wat mag en wat niet. Ik houd dus elke dag het geld in mijn zak en de snoepzak in de kast. Ach ook dat hoort erbij. En als ik in de winkel loop hoor ik best veel ouders mopperen op hun kinderen. Daarin ben ik niet uniek. Maar goed, ik zou dan ook niet willen dat mijn kinderen een Blokker lopen onder te spugen voor de lol. Nee gelukkig doen die van mij dat niet. Soms kunnen ze dan ook best wel lief zijn.

20150723_132759[1]

Gisteren zijn we gaan varen met mijn schoonvader. Heerlijk met zijn bootje op het water bij Andel en Veen naar wijk en Aalburg. De meiden vonden het heerlijk. Eerst nog de winkel in om drinken en broodjes te halen en dan naar opa. Het was een dag vol eerste keren. De eerste keer op een pondje, de eerste keer de caravan van opa en oma bekijken, voor het eerst op hun camping en voor het eerst in de boot van opa. Voor mij voor het eerst een goede vriendin van opa ontmoet, waar ik al veel over gehoord had en zo eens mee gesproken had. Mijn kroost heeft die dag genoten en ik ook. Dan neem je het gestuiter even voor lief. Het belangrijkste was dat de meiden een mooie herinnering hebben aan die dag. Met als kers op de taart een ijsje.

IMG-20150722-WA0000[1] 20150722_130245[1] 20150722_132057[1]

Lex mag er dan ook aan geloven. Als gezin zullen we dit vaker gaan doen. Even een stukje varen of een weekend op de camping. Mij lijkt het heerlijk, de kinderen vinden het fantastisch, nu manlief nog 🙂 Die zal waarschijnlijk denken: Aan vakantiestress heb ik genoeg, de rest laat maar zitten.

Ondertussen heb ik mijn lijstje bijgewerkt. Wat mag ik niet vergeten. Even met mijn zusje op skype gezeten om te overleggen. Wat moeten wij meenemen, hebben wij en moeten zij nog halen. Eigenlijk niks. Wij hebben alles. Komt helemaal goed! Haar kinderen hebben er ook zo’n zin in en dat terwijl ze al in Frankrijk zitten. Maar één week doen ze samen, want onze kinderen en die van haar gaan geweldig samen. Na onze vakantie zien we ze weer. Kindervakantieweek gaan ze met zijn 7-en doen.

Voor een ieder die gaat; Veel vakantieplezier, met zo min mogelijk vakantiestress.

 

Angel zoekt een maatje

4 juli 2015

Na het pijnlijke besluit te hebben moeten nemen om Luna in te laten slapen, heb ik Angel plechtig beloofd dat ik alles zal doen om haar resterende tijd bij ons zo leuk mogelijk te maken. We gaan lekker samen wandelen en dat vind ze een feest, maar niet elke hond die we tegen komen vind ze even leuk. Zeker niet als mevrouw aan de lijn is. Los kan ze echter niet, want dan is Angel in de wolken en gaat er als een speer van door. Kijken waar haar neus en snelheid haar brengen. Ik ben daar alles behalve blij mee, maar heb me er al lang bij neergelegd dat Angel toch meer jachthond is met Border Collie streken en het plompe figuur van een New Foundlander.

11377263_939620866059907_5078291776774955857_n

Links is Angel en rechts is haar zus Luna.

Niet gek hoor. Angel is kwart Border, kwart New Foundlander en half labrador. Haar streken, die voortkomen uit de verschillende invloeden, zijn best leuk om te zien. Ze drijft zachtaardig de kinderen naar mij toe. Als ze mensen ziet lopen neemt ze een borderhouding aan. Kop wat lager en een soort sluipen. Ze kijkt dan of er niet toevallig een hond bij loopt. Loopt die er niet bij dan gaat ze door met haar uitlaat bezigheden, snuffelen en geuren achterlaten. Is er wel een hond bij neemt ze weer een labrador pose aan. Ze corrigeert een ondeugende puppy, die iets pikt van een oudere hond, het trots aan Angel komt laten zien met een verontwaardig baasje achter zich (de pup) aan. Regen vind ze niet erg, maar zwemmen doet ze niet. Ze is graag buiten, hoewel sinds haar zus dood is ze erg op mij gericht is. Als ik buiten ben is zij er ook, ben ik binnen is ze daar. Ik aan de keukentafel, zij eronder. Ik in de zithoek, zijn aan of op mijn voeten.

Andere honden begroet ze door flink te blaffen en af te schrikken. Gaat een hond grommen dan doet zij dat harder. En dat terwijl ze los dus geen vlieg kwaad doet. Als ze uitgelaten wordt vind ze alle geuren interessant. Ze is een  reu in vrouwvorm en piest overal overheen. Dominantie ten top en dat terwijl ze aangeboren ondergeschikt was. Nee nog steeds is ze ondergeschikt aan alles wat mens is en haar aait, maar naar honden niet meer. Aan de riem is ze een sterke dame die zeker de eerste vijf minuten hyper is. Ze is ook best wel goed in het vragen naar aandacht en knuffels. Als wij een andere hond aandacht geven is ze verontwaardigd en boos op de andere hond. Zeker als het een vreemde hond is. Tja ze was een span en nu is ze gewoon tam. Alleen buiten, als ze wordt uitgelaten, niet.

Samen met haar zus jaagde ze achter kippen aan. Ze braken bijna door de schutting om bij de kippen van de buren te komen. Tegenwoordig vind ze de kippen nog wel interessant, maar al een stuk minder. Nee, de kipjes moeten nog steeds niet proberen om over de schutting te komen, maar ze gaat niet meer bijna door de schutting heen. Ook de poezen die boven leven, waren niet veilig voor haar. Nu lijken ze een stuk minder interessant. Laatst deed Muis er een schepje boven op, door naar Angel uit te halen. Iets wat ze 9 jaar geleden had moeten doen. Pukkie niet die geeft maar wat graag kopjes aan Angel van achter het traphekje of springt weg.

Ook het eten wat op tafel ligt is niet meer interessant. Hebben de kinderen een lekker stukkie vlees in de handen wil ze nog wel eens pikken, maar de rest taalt ze niet meer naar. Voor haar is de competitie weg. Maar dat maakte Angel ook wel Angel. Zeker als je in ogenschouw neemt dat ze een span waren. Toen we puppycursus deden met Angel en Luna wenste ons de laatste dag sterkte. “Het is een span, weliswaar erg zachtaardig naar de mensen, maar totaal op elkaar gericht.” Ik heb die opmerking in mijn zak gestoken en ach ze luisteren toch naar me. Ja inderdaad je merkt dat Angel graag wil werken en Luna toen ze nog leefde ook. Maar samen uitlaten was geen succes en één voor één uitlaten ook niet. In huis en in de tuin waren het enthousiaste, lieve en zachtaardige top honden. Maar dat uitlaten was wel het grootste struikelblok.

Soms lieten ze dan ook graag zichzelf uit. Een kleine opening was al voldoende. En zoals ik al vertelde geldt dat voor Angel nog steeds. Wat zullen die arbeiders gebaald hebben toen hun lunch afgelopen woensdag weg was. Na een flinke wandeling was het Angel toch gelukt om vanuit thuis te ontsnappen. “Ik zag haar net de straat uit rennen”, riep de overbuurman die net kwam aanrijden. “Hoera!”, dacht ik in de hitte erachteraan. Na veel roepen en een straat verderop, kwam ze al kwispelend aan. Heel enthousiast heb ik haar verteld, “Waar was je schatje! Het is toch veel te heet om te rennen.” En ik voegde er in gedachten aan toe ‘Voor mij zeker.’ Angel ging nog harder kwispelen. En toen zag ik een paar broodkruimeltjes aan haar neus. Oeps! Snel lijnde ik haar aan en ging naar huis. Nog een goed-zo-tje en een aai dat ze “zo snel” terug kwam.

Jammer dat mijn kinderen niet met haar kunnen wandelen. laten we wel wezen als ik die de riem in handen geef laat Angel hun uit. Nee, dat is geen slim idee. Toch verlangen ze er alle drie naar. Jilke (3,5 jaar) neemt dan regelmatig haar Daisy mee. Soms in de bakfiets, soms in de hondendraagtas of onder haar arm. Nee het is er niet een op batterijen dus niet aan een riempje. Maar Jilke sjokt als een Basset Hound. Terwijl Angel en ik dan al weer een stuk verder zijn en Angel iedere keer omdraait om haar toch in de gaten te houden. (Dat is dan weer de Border in haar) Nienke (6 jaar) en Femke (7,5 jaar) lopen dan weer normaal mee. Ook die vinden het leuk om af en toe mee te mogen lopen. Hoewel ook die lekker kunnen sjokken.

Een pup zou niks voor ons zijn. Ook al voed ik mijn kinderen op met de leuze “Een dier moet dier kunnen zijn en blijven.” Wil dat niet altijd lukken. Femke is dol op insecten en op de poezen. Vooral Muis is daarin een slachtoffer. Naja slachtoffer is een groot woord want het lijkt erop dat Muis zich maar wat gewillig laat oppakken en aaien op haar bed. Pukkie is veel slimmer. Die laat zich alleen door mij oppakken. Nienke, Femke en Jilke zijn wel dol op het knuffelen van honden, maar meestal hoef ik niet eens te zeggen dat je honden niet moet omarmen of op hun poten moet laten staan. Het aaien van vreemde honden doen ze gelukkig ook voortaan met toestemming van de eigenaren. Nee, qua omgaan met dieren kunnen ze nog wel iets leren, maar ze zijn zeker op de goede weg. Wij hebben ook altijd gezegd “Wij beschermen de dieren voor de kinderen, meer als andersom.” Maar gezien de kinderen, de poezen en het karakter van Angel, denk ik niet dat een pup echt geschikt is voor ons.

Wat dan wel, want wij zijn wel op zoek naar een maatje voor ons maatje. In ieder geval geen dominante hond. Een vrij rustige hond die ook met kinderen overweg kan. Vanaf de 2,5 of 3 jaar oud. En afhankelijk van het ras niet een bejaarde hond. Ik wil niet in korte tijd weer van zoveel dieren afscheid moeten nemen. Dat klinkt een beetje egoïstisch, maar de pijn was enorm. Ik houd van hele grote honden, maar ook kleintjes. Niet te klein, want die hebben vaak een grootheidswaanzin. In tegenstelling tot Duitse Doggen die denken dat ze een klein schoothondje zijn. Maar goed een Basset Hound of een Franse Basset vinden we erg mooi en leuk. Ze passen goed bij ons gezin. Evenals een Old Englisch Bulldog of een Frans Bulletje. Een Ierse Wolfshond ook, maar ik weet niet of dat met Angel goed gaat. Alex (mijn man) heeft liever geen hele grote honden, wat ik dan weer jammer vind. Ik ben van huis uit gewend aan Duitse Doggen en Ierse Wolfshonden. Een Mechelse Herder was de kleinste hond die ik heb gekend.

Nu gaan we dus op zoek naar een maatje voor Angel. Ik heb me al opgegeven bij twee stichtingen die Bassets herplaatsen en dinsdag krijg ik een huisbezoek. Dan gaan ze kijken of wij een geschikt gezin zijn en of wij weten waar we aan beginnen. Ook zullen ze dan aanvullende informatie geven over de Basset. Maar ik struin ook het internet af. In de hoop een geschikt maatje tegen te komen. Maar dat valt niet mee. Zeker omdat er zoveel bijkomende factoren zijn waar we rekening mee moeten en willen houden. Wij willen dus niet alleen een maatje voor Angel, maar ook zeker dat maatje een fijn gouden mandje geven voor de rest van zijn of haar honden leven.

DSCN2573

SONY DSC

SONY DSC

Kennen jullie na het lezen van dit verhaal, misschien een geschikt maatje voor Angel? Laat het dan weten door een reactie achter te laten!

 

Note: Bied niet zomaar je hond aan. Lees eerst goed het verhaal. Wellicht dat andere verhalen op deze blog je een nog betere indruk geven van ons gezin en onze dieren Onder het kopje hoogtepunten (gastredactrice) en De Vogeltjes (ons gezin) kun je deze verhaaltjes (blogs) lezen.

Onrustig in de rouw

17 juni 2015

Al een paar dagen ben ik onrustig. Ik surf op het web op zoek naar iets wat ik wel en niet wil. Sinds we Luna kwijt zijn is Angel tam. De eerste paar dagen piepte en jankte ze. Ze was ook in de rouw. Nu ligt ze voortdurend daar waar ik zit, trouw aan mijn voeten. Ik vind het niet erg dat ze aan mijn voeten ligt, maar wel dat ze tam is. Ik weet dat de competitie over is, maar toch…

Toen Luna nog leefde konden we nadat ze 1 werden eigenlijk niet meer met ze gaan lopen. Niet meer naar de bossen, want dan kwam Luna kreupel terug. Niet meer aan de riem, want bleef er een thuis brak die de kiet af en gingen ze samen trokken ze door halty en trektuig heen om ons alsnog te tweedelen. Soms hadden we geluk en werden we om een boom heen gedraaid. Gelukkig hebben we een grote tuin, maar echt ideaal is de situatie niet. We zeiden ook altijd, als Luna dood is (haar levensverwachting was 4 a 5 jaar) dan kunnen we met Angel gaan lopen.

En zoals gezegd loop ik elke dag twee keer een blokje met Angel. In de ochtend en laat op de avond loopt Lex met haar. Aan de lijn en naar andere honden is ze een trut. Voert het hoogste woord en trekt gigantisch. Frappant was het toen ik een zwarte Labrador tegenkwam die ze negeerde en vervolgens tegen de beagle die erachter liep vol tekeer ging. Eigenlijk ook niet frappant, want Luna was helemaal zwart. Ook al was het geen Luna, het had toch iets bekends voor Angel, denk ik dan. Maar goed dat gedrag moet er wel uit. Ook al is Angel bijna 9 jaar, toch moet het haar aan te leren zijn dat ze zich wat socialer gaat opstellen naar andere honden.

Ik heb dus al tien zakken “goedzootjes” gekocht. Je kent ze wel! Dat zijn snoepjes voor de hond die je geeft en heel enthousiast ‘Goed Zo!’ roept als beloning en ter stimulering van goed gedrag. Ik maak ook heel veel vrienden met honden op dit moment. Mijn zakken ruiken naar al het lekkers en soms hebben ze geluk dat ik er nog iets in heb zitten. Maar Angel had er de eerste dagen geen zin in. Pas bij de 11e zak die ik kocht had ze wat interesse in het “goedzootje”. Best irritant hoor dat je hond alles interessanter vind behalve zijn beloning zodra ze aan de riem zit. Had Cesar daar maar iets op?

Als we dan terug komen ben ik weer verdrietig. Het gemis is toch groter als dat ik had verwacht. Ik mis mijn hondje, die lieve goede schat. Die me aankeek en een woef gaf alsof ze aan het praten was met je. Ik wist altijd precies wat ze bedoelde. Het was ons spel. Dan kruip ik weer snotterend achter de computer en ga opzoek naar asiel honden. Ik wil er eigenlijk geen hond bij, maar toch ook weer wel.

En dan kwam muis gisteren naar beneden en deed iets wat ze 9 jaar geleden had moeten doen. Zonder reden gaf ze Angel twee keer een maai met haar poot en zette zo haar nagels in het oor van Angel. Want ook sinds Luna dood is kijkt ze niet meer naar de katten om. De kippen van de buren zijn nog steeds interessant hoor, maar de poezen niet meer. En alsof muis het ruikt. Toch blijft die nog steeds veilig op de trap, maar het hekje is de meeste tijd open. Zou het dan toch nog ooit goed komen hier in huis tussen de katten en de hond.

Ik struin de asiel dieren af, naar een hond die misschien wel bij ons zal passen. Helaas rond deze tijd honden te over. Wij missen er één en dan zie je aan de andere kant hoe anderen met hun geliefd huisdier en gezinslid omspringen. Boos en verdrietig word ik ervan. Nee ik wil geen hond erbij, maar toch ook weer wel. Ik ben nog steeds in de rouw. Onrustig in de rouw.

Een kleiner gezin

6 juni 2015

Een kleiner gezin, zo voelt het op dit moment. Eerst hebben Luna, één van de twee honden, in moeten laten slapen en nog geen week later één van de drie poezen Fifi (Murphy). Als ik aan die twee beestjes, die ik toch als mijn kindjes beschouwde, schiet ik meteen weer vol. Vooral mijn jongste dochter heeft dat erg in de gaten en begint te troosten op haar manier. Gelukkig hebben de kinderen er verder weinig last van. Ze praten er openlijk over zonder al te veel verdriet. “Mama nu hebben ze echt geen pijn meer hoor en ze slapen heel lief.”

Toen Luna de spuitjes kreeg is ze heel rustig heen gegaan. Haar tongetje uit haar bek. Lex heeft haar in de auto gelegd en is naar huis gereden. Het was al 12 uur in de nacht en dan kun je niet meer bij iemand aankomen. Luna kreeg namelijk een plekje naast Djoeke in de tuin van zijn ouders. Op een deken heeft ze de hele nacht in de auto gelegen. De volgende ochtend hebben eerst de kinderen afscheid van haar genomen. Ze mochten haar aaien en zien voor ze naar school gingen. Ikzelf kon het niet. Ik kan heel moeilijk loslaten en afscheid nemen en dus ben ik niet gaan kijken.

Toen de kinderen naar school waren, mocht Angel gaan kijken naar haar zusje kijken. Voor Angel hadden we pilletjes aan de dokter gevraagd die haar wat rustiger zouden houden. Angel en Luna waren al hun hele leven samen en voor Angel zou dit een klap zijn. Ze had die nacht een paar keer zitten kijken naar de poortdeur. Daar was Luna voor het laatst uitgelopen. Haar kop op de vensterbank en dan weer op de poef. Piepen en janken omdat ze haar zusje zo mist. Nadat ze Luna had gezien ging ze niet meer zoeken maar ging of in de gang liggen of dicht bij mij.

Luna ging later die ochtend naar de ouders van Lex, haar laatste rustplaats. De volgende dag mochten de kinderen daar kijken. Tenminste de oudste twee, dus die middag ben ik met Femke een plant gaan kopen. Een hele mooie plant die op het graf van Luna werd geplant door Lex, Nienke en Femke. De eerste dagen heb ik zitten huilen. De gedachte dat mijn hond onder de grond ligt met die regenbuien. De liefste hond ooit. Verdomme ik mis haar zo. En dan weet je dat er nog zo’n dag aan zit te komen binnen zeer korte termijn.

Fifi heeft ontzettend grote tumoren in haar nek en elke dag zaten we op tekenen te letten of ze pijn had of er last van had. Maar elke avond kwam ze lief kopjes geven, snoepjes halen, eten en drinken in de poezen kamer. Zullen we gaan voor ze pijn krijgt of als ze zien dat ze pijn krijgt. Ik hakte de knoop door, we gaan maandag. Toen werd het. we bellen maandag wanneer er plaats is. Dinsdag kon ik het niet en woensdag en donderdag ging het niet. Maar woensdag werd het wel duidelijk. Ze had erg veel jeuk. De bulten werden groter en ze begon zich tot bloedens toe kaal te plukken. Gisteren was het zo ver.

“Mous ze belde dat ik eerder kan komen. Neem maar afscheid van haar.” De tranen rolde weer over mijn wangen. “Dag mijn kleine Fifi. Mijn stoere driepoot.” En nu ik dit weer op schrijf zie ik niet eens meer de toetsen van mijn toetsenbord. Lex was om kwart over vijf weer terug met het mandje en daar lag ze gewikkeld in een dekentje. De kinderen mochten kijken en haar poezen vriendinnetjes mochten ook afscheid nemen. De volgende dag zal ze in onze tuin begraven worden en krijgt ook zij op haar grafje een plant. Die avond ga ik naar boven en kan het niet nalaten te kijken in het mandje. Ik raak haar even aan, mijn zachte Fief zo kei hard, maar vredig onder een dekentje in het reismandje.

Vanochtend is ze begraven door Lex en Femke. Nienke wilde bij mij blijven, maar ik kan even alleen maar huilen. Ondertussen aan mijn kinderen uitleggen dat ik mijn dieren mis. Het is oké om te huilen en je huisdieren te missen. De dieren zelf doen dat ook. Zij rouwen mee. Dadelijk maar weer over op de orde van de dag. Boodschappen doen, de was doen, maar ook een plantje halen. Een plantje voor op Fifi haar grafje. En naast de fijne herinneringen sluiten we het hoofdstuk Luna en Fifi af.

20150607_134759

 

Fifi’s laatste rustplekje met rozen genaamd sweet dream.

Kanker poes

20 mei 2015

2 Dagen geleden, maandag 18 mei. Ik zou met Murphy (Fifi), de poes die ik het langste heb, naar de dierenarts gaan. Ik zou haar in laten slapen. Want zo kan ik haar niet door laten leven, zo waren mijn gedachten. Zaterdag had ik Fifi geaaid, iets wat ik niet zo heel vaak doe en een hele tijd niet heb gedaan. Komt omdat de katten boven leven en Fifi eigenlijk zelden beneden komt. Ikzelf ben bijna een half jaar niet boven geweest, laat staan op de zolder vanwege mijn gezondheid. Fifi is ook graag op zichzelf en lekker eigenwijs. Fifi laat zich alleen maar vangen door mij en laat zich aaien door mijn man en mij. Femke is het pas gisteren gelukt haar voor het eerst te aaien.

Maar goed Fifi even lekker in mijn armen gehad, geaaid en gekroeld. Ik zet haar neer en zie een enorme bult op haar rug in haar nek. Fifi heeft maar drie pootjes. Haar linker achterpoot heeft ze verloren door een lelijke breuk. We weten nog niet hoe dat is gekomen, maar ze moet ergens bekneld hebben gezeten. Het waar is nog altijd een groot mysterie. Toen ik die bult zag iets uit het midden, naar de linkerkant voelde ik eraan. Heel zachtjes en voorzichtig, ik wilde vooral Fifi geen pijn doen.

Wat raar het voelt knokig aan en hard. Lex erbij geroepen en die ziet die bult ook. “Het lijkt of haar schouder gebroken is of uit de kom. Alleen wat nog meer raar is, ze lijkt geen pijn te hebben. Ik mag er gewoon aanzitten.” Wij staan voor een raadsel, maar ik voel me vreselijk schuldig. Je neemt huisdieren met de belofte aan de dieren, dat je er goed voor zal zorgen en nu heeft ze al weer wat gebroken. Hoe kan dat nou. De dag erna ben ik op haar gaan letten. Nee, ze lijkt haar pootje links voor toch slechter te gebruiken. Mijn vader vraagt zich af hoe we die bult hebben kunnen missen. En ook dat zorgt voor een dosis extra schuldgevoel. Maandag als de kliniek open is, bel ik meteen. “Als u het door meneer van den Brink zelf wil laten doen kan dat pas vanavond.”

Ik rij graag 22 kilometer om naar de dierenkliniek Kaatsheuvel te gaan. De service, het eerlijke advies, de vriendelijkheid en de normale prijzen daar kunnen de dierenklinieken in de buurt nog van leren. En dat is al jaren zo. Ik kom er al vanaf kinds af aan, maar heb ook andere klinieken gezien. Dus ik maak een afspraak voor de avond. Ze zouden mij bellen als het rustig is. Tot half 8 is het spreekuur en meestal zitten ze buiten tot voor aan de straat. Om 8 uur houd ik het niet meer. Fifi gaat zelf in de reisbox en ik ga er met haar vandoor. Onderweg blijft ze me kopjes geven en likt aan mijn vinger. De tranen stromen over mijn wangen. “Verdomme Fief, hoe heb je dit weer voor elkaar gekregen? Waarom heb ik dit niet kunnen voorkomen bij jou?” Een klein miauwtje alsof mij aan het trosten is.

Het is nog volle bak bij de dierenarts, maar ik besluit toch om naar binnen te gaan. Als er weer een baasje met huisdier naar binnen gaat, knikken ze. Ze hebben me gezien. Een vrouw tegenover me vraagt “Och vrouwke wat is er.” En snikkend vertel ik dat mijn driepootje van 14 jaar waarschijnlijk haar schouder uit de kom heeft of gebroken en dat ze ingeslapen moet worden. Het is 10 uur als de laatste voor mij naar binnen gaat. “Gerum!” Vader, moeder en dochter gaan met hun 14 jaar oude hondje naar binnen. Het beestje is blind, doof, heeft geen reuk meer en zakt af en toe door zijn pootjes. Bij het aanzetten van de naald joekert (echt Tilburgs) het beestje kei hard. Hij was geschrokken. Natuurlijk had ie hem niet zien aankomen.

Ik neep hem in de wachtkamer. Je hoort de mensen daarbinnen snotteren. Iets wat ik al een tijdje deed. Ik moest me sterk houden, maar voor wie. “Verdorie Fief!” Maar Fief had mij even uit haar leven gebannen sinds ik de deur van de dierenkliniek had open gemaakt. De mensen gingen weg. “Sterkte!” Zei ik toen ze me voorbij liepen en ik kreeg dezelfde woorden terug. Ondertussen komt er nog een eigenaresse met twee dochters en haar huisdier binnen. En ook die kwamen voor een spuitje. Zucht! Het hondje wat achter is gebleven wordt vakkundig opgeruimd. Het is voor de dierenkliniek een zware en hele lange dag. “Kom Fief, wij mogen.”

Ik sta op en pak de box. “Ik had je eigenlijk verwacht met Luna.” Krijg ik al te horen. Een waterige lach kan ik nog produceren, “Nee ik had al gezegd dat Fief waarschijnlijk snel zou volgen, maar dit had ik niet verwacht. Ik denk dat ze haar schouder of gebroken heeft of uit de kom.” We zetten de box op de behandeltafel. Meneer Van den Brink maakt hem open en haalt Fifi eruit. “Ik zie het al, dat is al een aardige bult.” Hij gaat er met zijn hand overheen en voelt. “Dit is kanker.” “O nee, Fief! Dit is niet eerlijk.” “Het is een zeer agressieve vorm van kanker. Het zijn tumoren.” “Maar ze voelen knokig aan?” En dokter Van den Brink legt het uit. “Maar hoe kan het zijn dat we het niet gezien hebben?” “Dit is pas een paar weken oud. Dit kun je heel makkelijk gemist hebben. Deze groeien erg snel.”

Ik ben opgelucht dat we Fief niet lang hebben door laten lopen met een breuk of pootje uit de kom, maar ben zo verdrietig dat haar dit nu moet overkomen. Dokter Van den Brink verteld de opties, maar ook de levensverwachting en wat ons te wachten staat. Fief krijgt een spuitje. Nee niet dat spuitje, maar pretnison, tegen de jeuk. Toen dokter Van den Brink zei dat ze nu nog geen pijn had, maakte ik meteen de box open en Fief vloog er zowat in. Daarna moest ze er weer uit voor dat spuitje. We hebben nog maximaal een maand en houden haar goed in de gaten. Om half elf ging ik weg, na mij nog een paar eigenaren die wel afscheid moesten nemen van hun geliefd huisdier. Het was zo’n dubbel gevoel, blij dat ik haar nog had, verdriet om wat ze heeft en het naderend eind.

Ik ben een watje want een poes die nog geen pijn heeft hoeft voor mij nog geen spuitje. De ellende is dat ik in korte tijd nog een keer afscheid van haar moet nemen. “Kanker poes! Ik hou zo veel van je!”