Archieven

Wat zou ik laten veranderen

10 maart 2015

“Mevrouw wilt u ook aan het rad draaien en daarbij kans maken op een cosmetische ingreep.” Ik was verontwaardigd. “Zie ik eruit alsof ik het nodig heb.” Was mijn reactie dan ook. “Nou mevrouw iedereen wil toch wel iets aan zichzelf veranderen.” “Meneer ik zit onder de littekens. Brandwonden, operatielittekens en striae, denkt u echt dat het mij iets interesseert.” Maar helemaal eerlijk was ik niet.

Mij zie je namelijk zelden of nooit voluit lachen op een foto. En als ik lach dan doe ik mijn hand voor mijn mond. Mijn tanden staan namelijk schots en scheef. Het bovengebit valt dan nog wel mee, hoewel dat opvalt op een foto, mijn ondergebit is helemaal dramatisch. Al sinds mijn jonge jeugd is mijn gebit de grootste storende factor op een foto. Dus ja ook ik val onder de categorie “personen die iets aan zichzelf willen veranderen”.

Toen ik nog 115 kilo woog had ik zelfs minder problemen met mijn uiterlijk. Volle borsten cup D en alleen een overhangende buik. Maar nu ik al weer 15 kilo ben afgevallen begint alles wat meer te hangen. De cup D is naar C aan het gaan. De overhangende buik hangt wat meer en ik krijg wat meer van die kippenvleugeltjes of omgekeerde spierballen. Ik betrapte me laatst nog dat ik dacht dat stel dat mijn borsten cup B of A dreigen te worden ik ze toch wel wil laten opvullen.

Verbazingwekkend want zo ijdel ben ik niet. Want wat wil je met littekens die je hele arm groot zijn vanwege een verbranding in je 2e levensjaar. En die overhangende buik daar grapte ik voor mijn afvallen met de gynaecoloog nog over. Omdat de baarmoederverwijdering gedaan moest worden via de buik om dan wat meer vel weeg te nemen. Nee dat ging niet. Wist ik ook wel, het was maar een grapje. Maar als het kon was het echt niet erg geweest. Immers je hebt dan ook minder last van smet en andere ongemakken. Als ik dan zo terug denk ben ik dan toch stiekem ijdel.

Het is dat de laatste operatie met zoveel complicaties verlopen is en ik daarom wel uitkijk om weer onder het mes te moeten. Ik ben ook niet zo van “pijn is fijn” en elke ingreep gaat gepaard met pijn. Nee dat zijn de meest belangrijke factoren waarom ik niet aan me laat sleutelen. Zelfs een beugel om mijn tanden recht te laten zetten doe ik om die reden niet. Er moeten er dan teveel getrokken worden. Scheelt natuurlijk ook weer boorwerk, want naast een scheef heb ik ook een heel zwak gebit. Nee dan ben ik toch niet ijdel genoeg, want anders zouden er voor mijn geen drempels zijn.

Ik heb trouwens ook iets wat ik heel mooi vind aan mijzelf. Mijn lippen vind ik heel mooi aan mezelf. Mijn haren zijn ook heel mooi, hoewel nu tijdelijk even niet. Door de medicijnen, ijzer te kort en hormonen heb ik heel erge haaruitval gehad. En nu krijg ik donsje terug. Oké de kleur is niet alles. As blond haar had ik, wat na de zwangerschappen steeds donkerder is geworden. Ook steeds meer uit is gaan vallen door de hormonen en laatste paar jaar meer peper en zout kleur. Toch krijg ik iedere keer nog een volle bos terug. Daar ben ik wel heel blij om. En een geluk is dat mijn zusje een hele goede kapster is. Pijnloos kan ik de kleur en het model veranderen.

Wat zou jij aan jezelf willen veranderen? Denk jij daar wel eens over na? Of ga je het ook doen?

Staren in het niets

8 februari 2015

Ver weg kijken en niks zien. Weg dromen, een escape van de dagelijkse sores. Even geen problemen en zorgen. Gewoon even niks. Een heerlijk moment voor jezelf. Meestal gun ik mezelf dat niet meer. Vroeger was ik er een kei in. Dagdromen of lekker voor je uit staren. Je buiten sluiten van alles om je heen. Geen geluiden, geen beelden geen prikkelingen. Rust. Een niet altijd begrepen rust, maar een o zo nodige rust.

Ik kan er niet tegen, tegen al die prikkels van buitenaf. Het lijkt wel of het er steeds meer worden. Licht dat aan mijn leeftijd, het feit dat ik kinderen heb. Niet alleen aan de ADD. Het lijkt wel of ik er vroeger beter mee om kan gaan als nu. Ik heb moeite met me af te blokken. Ben vaak rusteloos of aan het piekeren. Maar soms zijn er van die momenten die ik graag koester.

Daar zit ik dan aan het strand. Een schitterende dag in de vakantie. Het is zonnig met een klein beetje wind. Ideaal voor de kinderen om hier te vertoeven. Mijn man gaat met de kinderen schelpjes zoeken terwijl ik lekker voor me uit mag staren. Geen zorgen over vandaag en morgen. Geen beren op de weg. Even helemaal niks. Alsof de tijd even stil gaat staan, alles gaat aan me voorbij. Maar niet net als vroeger. Altijd in mijn hoofd het alarmbelletje. Waar zijn de kinderen en onbewust zoek ik ze even op. Natuurlijk bij mijn man, maar toch.

Even waan ik mezelf weer kind. Een heel ander strand, dichter bij huis. De eerste keer dat ik de zee zag en dacht dat ik aan de overkant Engeland zag. Een glimlach op mijn lippen. Nu weet ik wel beter, maar toen was ik overtuigd. Mijn kinderen hebben het niet van een vreemde, maar dat zeg ik maar niet hardop. De tijd waar ik ineens weer in zat was vol positieve ervaring. Nog niet vertroebeld door pijn en verdriet. Ervaringen die je liever kwijt als rijk zou zijn, maar die je gevormd hebben tot wie je nu bent. Nee even was ik weer dat kleine blonde zonnetje. Vol levensvreugde, spontaniteit en kinderlijke wijsheden.

Het duurt niet lang voor ik weer terug kom in het heden. Maar dat kleine momentje van net, geeft me zoveel positiviteit en kracht. Ik denk dat de omgeving ook veel deed op dat moment, maar ineens zag ik de toekomst veel zonniger. Ja wij komen er wel. Ik geniet van het hier en nu. Daar kwamen mijn man en kinderen aan. Helemaal blij om hun zelf gevonden schatten. Zelfs steentjes met glitters waren verzameld. Alles moest mee naar de camping. Ook hun stemming draagt bij aan mijn blije gevoel. Wat is het een heerlijke dag.

De schommelstoel

6 februari 2015

Daar liep ik over de rommelmarkt. Het was koninginnedag 2002. Ik had mijn eigen huis, maar geen relatie. Ik droomde al jaren over een eigen gezin. Met mijn 30 jaar niet gek. Ik riep altijd dat ik voor mijn 25ste jaar mama wilde worden, maar dat was niet gelukt. Zelfs voor mijn 30ste was het niet gelukt. Mijn zusje was al moeder. Jonger en toch eerder moeder. Maar ja zij had al een vriend vanaf haar 18e. Ik had net mijn langste relatie ooit verbroken. Gelukkig hadden we geen kinderen, hoewel ik wel een dubbel gevoel daarover had. Ik had wel een miskraam gehad.

In gedachten verzonken over hoe het had kunnen zijn liep ik verder. Al een tijdje dacht ik na over bom-moeder zijn. Maar ik zag geen baby’s op de weg maar beren. Petje af voor moeders die het alleen moeten doen of er bewust voor gekozen hebben, maar nee ik zag dat niet zitten. Toch droomde ik van een gelukkig gezin. En toen ik bij een kraampje aangekomen was keek ik om me heen. Daar stond ie. De schommelstoel. Precies als in mijn dromen. Een schommelstoel waar je in kan zitten om je kind te wiegen.

“Hoeveel kost die schommelstoel meneer?” vroeg ik, in de hoop dat de prijs binnen mijn budget viel. “35 mevrouw.” Snel keek ik of ik dat bij me had. “Dan wil ik hem graag hebben.” zei ik verheugd. Een houten schommelstoel, donker bruin. Met een beetje schuren en verven zou hij precies zo zijn, zoals ik hem graag wilde hebben. In mijn gedachten zat ik er al in, met een baby in mijn armen. Ik had alleen geen vriend. Geen man om een gezin mee te stichten. Ondanks dat ik blij was met mijn schommelstoel was ik verdrietig om de leegte die ik voelde.

De schommelstoel stond in de woonkamer. Nog niet geschuurd of geverfd, maar met twee kussentjes erin. Een van de poezen had hem geclaimd als favoriete plekje. De man die ik net had leren kennen, wilde geen relatie. Ja eigenlijk wel, maar niet met mij. Ik raakte in een depressie. Kwam amper nog buiten. Al mijn dromen in duigen. Ik voelde me een oude vrijster. Zat af en toe in een schommelstoel zonder baby in een huis zonder geluiden. Hunkerend naar liefde om te geven en te ontvangen. Mijn leven was leeg. De poezen en mijn werk zorgde voor nog enige regelmaat. Maar een tijd lang hoefde het voor mij niet meer.

Toen ik uit het diepe dal kwam, had ik nog steeds mijn schommelstoel. Voor mij het symbool voor een gelukkig gezin. Mijn dromen nog steeds koesterend kwam ik mijn man tegen. Hij maakte mijn leven compleet. Wij hadden dezelfde dromen, dezelfde verlangens. Een nieuw huis en de schommelstoel verhuisde mee. Eindelijk zwanger en mijn dromen kwamen uit. Niet voor mijn 25ste, niet voor mijn 30ste en zelfs niet voor mijn 35ste, maar wij zijn gelukkig. En de schommelstoel …

Die is nooit gebruikt. Ik heb hem verkocht aan een vrouw die graag moeder wilde worden.

De perfecte doop

11 februari 2015

Ik wilde gewoon dat het een perfecte dag zou worden. Al een keer eerder waren we hier geweest. Mijn dochter en ik dan. Om foto’s te maken en de boel te bekijken. De diaken had deze locatie voorgesteld als een mogelijke locatie en hij was perfect. Waarom maakte ik me dan zo’n zorgen. Mijn kind zou toch wel blèren tijdens de dienst, immers ze had reflux en koemelkeiwit. Dat was een maand geleden ontdekt. Ze werd al rustiger, maar huilde nog het overgrote deel van de dag. Maar in mijn armen zou ze toch wel redelijk rustig blijven.

De disc met de muziek zat in mijn tas √check

De boekjes nam de aalmoezenier mee √check

De kaarsjes nam de aalmoezenier ook mee √check

De taart stond klaar √check

De koffie en thee in kannen klaar √check

De hapjes stonden klaar √check

Het buffet was voor het grootste gedeelte ook klaar √check

Nee, niets kon onze dag nog in de war sturen. Ook deze dochter zou een mooie doopdienst krijgen. De dienst zelf geschreven en het boekje zelf gemaakt. De diaken een vriend en oud collega van mijn vader en de aalmoezenier een oud collega van mij. Een waar ik heel veel aan te danken heb. Die mijn hand vast hield toen ik het te kwaad had bij het wegbrengen van mijn baas. Een baas die veel te vroeg gestorven was en kleine kinderen en een vrouw achter liet. Bah ik kan niet tegen verdriet en helemaal niet tegen begrafenissen. Mijn oud collega begreep me altijd als geen ander en samen dachten we vaak dingen al uit. Hoe we het voor een werknemer op gingen nemen. Wat het beste zou zijn voor die persoon. Heerlijk als je zo vaak op één lijn zit. Ik was dan ook vereerd toen mijn oud collega zei dat hij graag ook deze doop wilde leiden. Ik kon me simpelweg geen geschikter persoon voorstellen.

Daar kwamen de genodigden allemaal tegelijk aan. Ze namen plaats in de kapel. Iedereen kreeg een boekje van de aalmoezenier. Nienke hield zich nog rustig. De doopjurk aan die van mijn schoonmoeders trouwjurk is gemaakt. Haar kinderen en dus ook mijn man waren erin gedoopt. Mijn oudste dochter had er beeldig in uitgezien en nu ook Nienke. Alle kinderen krijgen een kaarsje voor een onderdeel uit de dienst. De muziek? Waar is de cd speler? Nee die was er niet en erger nog, er was geen stroom, dus al hadden we een cd speler bij ons gehad, dan nog hadden we hem niet kunnen gebruiken. Gelukkig had ik de teksten van de drie liedjes achter in het boekje laten zetten. Nu konden we samen de liedjes zingen. “Geen paniek Mousje! Alles komt goed.” Mijn man voelde het goed aan. Ik was zenuwachtig en niet alleen voor het lezen in het openbaar.

De dienst geen als een sprookje voorbij. Zo mooi. Nienke huilde maar heel even en na het geven van de medicijnen en de fles was het goed. De kinderen brandde de kaarsen met het vuur van de paaskaars. Iedereen deed mee, voelde mee, geloofde mee. Ik gaf de huissleutel aan mijn zusje. Ik moet nog even de Diaken en de Aalmoezenier bedanken, want ze hadden nog meer verplichtingen en konden dus niet mee. Ik heb Nienke in mijn armen en geef ze een hand. En dan gebeurt het. Mijn meest gênante moment ooit. Mijn rok zakt zo van mijn kont af. Een hoofd als een vuurtoren, mijn rok omhoog sjorrend. Mijn man die niks in de gaten heeft en een diaken en aalmoezenier sprakeloos in een Godshuis. Het lukt me om mijn rok omhoog te krijgen en ik grap maar dat ik wel twee kilo kwijt was.

Nog een geluk dat de kapel niet meer vol was. Dat alleen mijn man, dochter, de diaken, aalmoezenier en ik er waren. Maar toch. Ik wilde zo snel mogelijk weg. Naar huis in een broek. Nooit meer een rok aan. Nooit meer terug denken aan dat ene moment.

Het schild wat zelfverzekerd zijn heet

14 januari 2013

 

Slechts een paar weken geleden zei ik tegen mijn ouders. Ik weet niet of ik het kan! Ik ben wel zo verschrikkelijk onzeker. Mijn moeder kon niet verbaasder kijken. Ze begon allerlei dingen erbij te halen die wel eens in een grapje zijn gezegd om mij te laten inzien dat ik het bij het verkeerde eind had. Mijn vader zei: “Diegene die het meest zelfverzekerd lijken schijten vaak de meeste kleuren stront.”

Ingrijpende gebeurtenissen

Ik was 2 jaar. Mijn moeder was aan het koken. Een flesje aan het maken voor mijn 3 maanden oude zusje. Vroeger kookte ze het eerst, daarna speciaal voor mijn zusje werd er de johannesbroodpitmeel aan toegevoegd. Dan moest het wat afkoelen en daarna kreeg ze het. Die dag in februari niet. Ik was naast mijn moeder aan het spelen. Met koffieprut dat deed ik wel vaker. Maar daar viel ik. Van het krukje af en om me vast te pakken had ik het steelpannetje met ingedikte melk vast. Alles inclusief ik vielen op de grond. Mijn moeder had zich net weggedraaid. En Mous een bikkeltje van huis uit, riep alleen: Mama het doet zoon pijn! Ik was gevallen en had het pannetje over me heen gekregen. Mijn moeder zette me onder de koude douche. Belde een taxi en ik heb het gehaald. Voor 60 procent verbrand over mijn lichaam 1e, 2e en 3e graads brandwonden. Een paar pigmentvlekken en een flinke littekens op mijn rechterarm ter herinnering.

Drie jaar later is mijn moeder zwanger van de vierde. Mijn zusje moet eind december komen en het is eind oktober. Mijn moeder is misselijk en draaierig. Ze geeft de hele tijd over en gaat liggen op de bank. Mousje haal jij de buurvrouw. Het gaat echt niet zo goed. Snel ga ik naar de buurvrouw. Zij belt de dokter en mijn vader en de dokter komen gelijk binnen. De ogen van mijn moeder, daar kijken ze in. Wat is er met haar. Ze is weggezakt hoor ik ze zeggen. We moeten een ambulance bellen. Mijn familie komt en haalt mijn zusjes en mij op. Mijn moeder ligt in coma. Ze heeft een hersenbloeding gekregen. Wij horen pas jaren later wat het inhield en dat mijn moeder en jongste zusje zo verschrikkelijk veel geluk hebben gehad. Zij hebben het overleefd en wij hebben ze nog.

Ondanks dat ik een paar ingrijpende dingen heb meegemaakt heb ik een leuke peuter en kleuter tijd. Ik ben vrolijk en ondernemend, maar toch anders.

Luizebol!

In de eerste klas moet ik regelmatig mijn taak afmaken in een leegstaande klas in het noodgebouw. Ik ben bijna altijd de laatste en voel me al een buitenbeentje. Ook al leer ik graag, ik droom graag en heb ik geen interesse dan kan ik me niet concentreren. Het gevoel van buitenbeentje wordt door de lerares subtiel aangewakkerd. Maar niemand had kunnen voorzien wat er het volgende jaar zou gebeuren. Ik had niet veel vriendinnetjes, maar soms speelde ik wel eens met een klasgenootje. Zo ook een dag in het voorjaar. en die avond had ik jeuk. Het was niet de eerste keer en ja hoor beestjes. Luizen! Shampoo, kammen en troep in mijn haar. De volgende dag ging mijn moeder met mij mee naar de leraar. Mijn dochter heeft hoofdluis, zo deelde ze hem mede. Een half uurtje waren we in de klas en de leraar kwam met brieven aan voor onze ouders. “Mousje kom jij maar even naar voren! Jullie krijgen deze brief mee naar huis omdat Mousje hoofdluis heeft.” Ik kon wel door de grond gaan. Met een rood hoofd ging ik weer zitten en sinds dien was ik luizebol, vlooiebaal en ik weet het niet wat nog meer.

Mijn moeder was des duivels. We werden van school afgehaald en naar een school in de volgende wijk ondergebracht. Maar ook daar was ik bekend als die luizebol. En het hield niet op. Bijna dagelijks werd ik in elkaar gemept, uitgescholden, gepest en achterna gezeten. Ik was toen de langzaamste van de klas en dat was ik nog steeds. In de derde en vijfde klas deed de leraar nog vrolijk mee ook. Tot in de vijfde klas mijn moeder er over hoorde. Want buiten dat ik zei dat ik gepest werd vertelde ik weinig. Ik voelde me niet alleen een buitenbeentje ik was het ook. Mijn onzekerheid sloeg om in faalangst. Maar dat is in heel mijn schoolcarrière nooit herkent. Ik mag me ook gelukkig prijzen met alle drie de vormen, wat mij vreselijk heeft (en soms nog) belemmert in mijn dagelijks functioneren. Ook al heb je hele goede cursussen en therapieën hiervoor, dat is niet wat mij helpt of geholpen heeft.

Gepest, onzeker en dieper gezonken

Uiteindelijk ondanks dat ik altijd de langzaamste was van de klas, ik kotsend over de wc pot hing bij de cito toets, ik zwaar faalangstig was ben ik toch naar de MAVO gegaan. Ook daar werd ik gepest, ook daar was ik een matige leerling (tenzij ik het leuk vond), maar ik had een super leuke hobby. Ik sportte graag en was er goed in. Tot ik over de as van mijn knie draaide net voor mijn eindexamen. Ik scheurde alles af en mocht nooit meer sporten. Weg droom (Nederlands Elftal), weg studie CIOS, weg alles wat je je maar voor ogen had. Nu is de wereld van een 16 jarige natuurlijk niet werelds en als je iets voor ogen hebt en daar op gefocust kun je je heel moeilijk dwingen andere dingen te zien. Ik was daar goed in en moest nu iets anders. Om je de jaren erna te besparen geef ik een korte samenvatting. Ik heb vier scholen gehad en dus ook vier opleidingen in zes jaar. Meestal werd ik vriendelijk verzocht iets anders te zoeken, maar een leraar was nog creatiever. Hij gaf me meer getelde onvoldoendes zodat ik van school af moest.

In de liefde ging het net zo. De ene relatie van een paar jaar na de andere. En iedere keer weer werd ik aan de kant geschoven omdat er toch al een tijdje een ander was. Zo langzaam aan raak je dan wel gewend aan het fenomeen ik ben een mens maar niet meer als dat. Weinig eigenwaarde, weinig erkenning, extreem onzeker. En toch ga je door, want het bijltje erbij neergooien komt niet voor in mijn woordenboek.

Ik kom te werken voor een P&O afdeling onder mijn vader en dit doe ik graag. Mensen zijn tevreden ik doe het goed. Ik bloei op een hele tijd. Ik begin aan de MBO en daarna de HBO. Ik heb mijn plekje in de maatschappij gevonden. Langzaam kleuter ik uit de goot dacht ik.
Prive krijgen we twee hele zware klappen te verduren. En uiteindelijk trek ik het niet meer. Ik kom bij het Riagg en diagnose faalangst word voor het eerst gesteld. Zoekende naar hoe er mee om te gaan wordt ik twee jaar lang op mijn werk gepest. Mijn relatie gaat kapot ik blijk gebruikt te zijn. Ik ben kapot.

Aan het eind van de tunnel brand een lichtje

Er gebeuren nog meer dingen, maar daar ga ik jullie niet mee belasten.
Ik kom mijn man tegen. Hij trekt mij uit het donker. Na een tijdje raken wij zwanger van onze eerste. We trouwen. Ik heb nu de liefdes van mijn leven. Mijn man en drie mooie dochters. Zij leren mij bijna dagelijks leven. Ik ben er sinds kort achter dat ik vermoedelijk ADD heb. Wat een heleboel verklaart. Ik heb een geweldige klus mogen doen via een vriend van me waardoor ik op werk gebied weer vele malen zekerder van mijn zaak ben. En ook al ben ik 40 ik ben nog lang niet uitgeleerd. Ik kan tegenwoordig lekker van me afschrijven. Krijg erkenning en herkenning. Stap voor stap brokkelt een muur af. Soms wordt je weer even terug gesmeten, door een persoon of gebeurtenis. Maar de meeste tijd gaan we vooruit. Ga ik vooruit.

Zin in nieuws

1 februari 2015

 

Toen we 7 jaar geleden hier kwamen wonen, hebben we heel veel nieuw gekocht. Natuurlijk niet alles, want en daar was het geld niet voor en het was niet nodig. Maar langzaam aan wordt ons huis helemaal aan onze wensen aangepast. Soms een mode gril of ingeving, soms noodzakelijk of zijn we het oude helemaal zat. Ja je kan maar een rede hebben.

Vier jaar geleden hebben we in de woonkamer een hele mooie kast weggezet. Een wandkast van Ikea, bruinzwart. Dat is ondanks dat je er veel op ziet, ons juweeltje. Natuurlijk samen met onze siergrind vloer wat door gelegd is op onze trap. Vrij uniek in een woonhuis, maar daardoor nog meer een geheel met de rest.

20150201_125908[1]     DSCN0750

We hadden alleen wat lelijke kindermeubeltjes en een lelijke salontafel. De salontafel had al diverse keren een nieuwe laklaag gehad. Daarbij kwam die uit de inboedel van het vorige huwelijk van mijn man. Daarnaast was de salontafel door de kinderen voorzien van permanente verf en nog meer troep wat er nog maar nauwelijks van af ging. Nee dat ding was al tijden een doorn in mijn oog.

IMG-20140429-WA0009   IMG-20140429-WA0001

En wat doe je dan als je schoonzus de kinderen een dagje meeneemt en je man weg is. Oooo zo veel wensen op dat moment, dus maar een prioriteitenlijstje gemaakt. Maar één blik op die salontafel wist ik mijn prioriteit nummero uno. Ikea voor een nieuwe salontafel. En dat helemaal relaxed in mijn eentje. Geen haast, geen gezeur en met mijn gedachten en creditcard. Eerst kijken met een briefje. De maten prijzen en een schets zet ik erop. Daarna naar het magazijn. Oooo die eetkamertafel is zo mooi, maar nee. Ik kom voor de salontafel. De eetkamertafel moet nog maar een rondje wachten.

Ik pak een kar. Daar moet alles wel in passen. Toch? Een beetje reorganiseren, niet te hard de bochten door en vooral geen hobbels, dan kan er zeker niks vallen. Verdorie! Die mandjes passen helemaal niet onder die tafel. Dan maar terug brengen. Nee ik hou er twee, want misschien passen ze onder die andere. Heey dat zijn leuke tafeltjes voor de kinderen. Bijzettafeltjes, maar goedkoper als kindertafeltjes en in de juiste kleur. Inladen die hap. De stoeltjes nog en dan heb ik alles.Naar de kassa, waar ik mijn Ikea FamilieCard laat zien en de creditcard.

IMG-20150128-WA0006[1]

Het is half 2 als ik opschiet kan ik alles in elkaar hebben staan voor de meute weer thuis is. Wat een verassing zal dat zijn. Snel rij ik naar huis, laad alles uit en zoek mijn gereedschap bij elkaar. Ik kan naar de schuur en de zolder grommmm! Mannen! Niet één plek, maar meerdere om gereedschap op te bergen. Maar goed, dan kan ie eindelijk. Vol goede moed ga ik aan de slag. In het begin gaat het best snel. Maar na een paar stoeltjes voel ik mijn kracht afnemen. Mijn duim doet zeer en moet even een pauze nemen.

IMG-20150128-WA0018[1]

Even een paar foto’s van waar ik mee bezig ben voor de vriendinnen. Nee niet voor mijn man. Hem bestook ik alleen met tekst dat het vooral een verassing is. Gniffel gniffel T zal m leren, gereedschap te verstoppen. En tegen de tijd dat iedereen thuis is hoef ik nog maar twee planken vast te zetten. Die zijn mooi voor … Juist Lex. Toch ben ik super tevreden. En de geluiden die de meiden en Lex laten horen zijn bevredigend. Eindelijk is ook het laatste tafeltje in elkaar. Wauw wat een metamorfose!

20150129_085320[1]   20150129_085330[1]  20150129_085610[1]

Ik ben bijna tevreden. Er ontbreekt nog iets. Ja ik weet het! Een toverboom, kleedjes en een paar plantjes. Ik ga naar de HEMA, Avri en de emté. En het uiteindelijke resultaat is helemaal toppie. Ja nu is er eenheid, nu is het van ons. Geen ratjetoe meer en dus meer rust. Want rust in mijn hoofd is uitgerust zijn. Heerlijk ik heb weer meer energie daardoor gekregen.

20150130_155520[1]   20150201_141535[1]

 

Ik loop voor schut

12 maart 2015

Dinsdag sta ik voor mijn kledingkast. Wat ga ik aandoen? De kinderen zijn inmiddels al aangekleed. Ik pak een spijkerbroek en doe hem aan. Jeetje deze past niet meer. Hij is veel te groot. Laatst had ik mijn coated zwarte al aan en die was ook veel en veel te groot. Mijn rode skinny jeans en mijn zwarte slim fit zitten in de was. Ik heb alleen maat 52 in mijn kast liggen. Die maat heb ik immers al sinds de tweede zwangerschap 2009. Ik pak mijn groene broek dat is nog de meest nette broek. Ik doe m aan en hij zakt nog net niet meteen van mijn kont.

Snel een riem aan. Mijn nieuwste riem kan ik ook al niet meer aan. Daar moeten eerst gaatjes bij gemaakt worden. Ik pak mijn blauw/groene trui en die valt tegenwoordig zo wijd dat dat ook geen gezicht meer is. Snel ga ik naar boven en mik de twee broeken die nog een beetje passen, in de wasmachine. Vanmiddag maar drogen dan kan ik ze morgen aan. Ik heb de hele dag het gevoel dat ik goed voor schut loop. In een tent van een boek en trui terwijl die nog geen 4 maanden geleden nog redelijk goed paste en 6 maanden geleden perfect paste. Ik ben sinds de zomervakantie 16,5 kilo kwijt en sinds eind september 14,5 kilo.

Ik zet mijn computer aan en kijk op wehkamp. Ik heb daar een bon van 25 euro liggen. Een goedmakertje die nu toch wel van pas komt. Twee dagen ben ik aan het zoeken, maar welke maat moet ik hebben. 50 lijkt mij ook te groot. Zou het dan 48 zijn. Donderdag wil ik knopen door hakken. Met twee broeken die eigenlijk ook al een beetje te groot zijn moet je wat. Mijn riem geeft aan dat mijn taillemaat 113 cm is. Huh dat is maat 46. Nee dat kan niet. Ik bel mijn buuf op. “Mag ik even een stomme vraag stellen. Klopt mijn berekening wel.” En mijn buuf komt snel met een broek 46 aanzetten die ik mag passen. “Hij past!” Ik ben helemaal verrukt. Van maat 52 naar 46 in nog geen half jaar.

Pas nu begin ik echt trots op mezelf te zijn. Ik kan weer in een confectie maat. Ik ben er nog niet hoor, maar daarom dus nog niet minder trots. Ik heb bij wehkamp een paar broeken besteld. Ze hoeven maar een jaar mee te gaan. Rustig aan wil ik nog een kilo of 15 kwijt raken. Mijn oude kleren gaan naar bag to school. De school van de meiden zijn aan het inzamelen voor hun schoolreisje. Toevallig is dat aanstaande maandag. Heb ik het hele weekend om mijn kasten uit te mesten. Ook van het zomer goed wat niet meer past, kan meteen weg. Heerlijk toch zo’n opruimactie.

Hoe mijn kinderen het vinden dat ik ben afgevallen. “Mama ik wil ook nieuwe kleren.” Zegt Femke. “Jaha maar mama is afgevallen.” zegt Nienke. “Ja dat weet ik. Dan ben je toch gekrompen hè mama?” zegt Femke. “Nou dat hoop ik niet hoor Femke” antwoord ik maar.