Archieven

Een streep door faalangst

Faalangst

14 maart 2016

Ik wil het niet groter maken dan het is. Eigenlijk wil ik dit het liefst negeren. Maar al sinds heugenis beïnvloed faalangst in meer of mindere mate mijn leven. Zelfs in het dagelijks leven als ik er erg over na wil denken, maar het liefst wil ik dat niet. Het is veiliger om er niet te veel over na te denken. Zoals ik al zei, is negeren van een probleem, een heel veilig vluchtmiddel. Al een paar keer eerder was faalangst de oorzaak van een grote blokkade. Eén keer eerder heb ik daarom hulp gezocht. Deze hulp leverde mij de diagnose faalangst op, maar verder als dat ben ik niet gekomen. Toen mijn therapeute mij een slappe hand ter kennismaking gaf, was er totaal geen sprake van enige chemie. Na 6 sessies om de 6 weken heb ik er dan ook een eind aan gebreid. Want een “Jij staat hier en zij staat daar” kon ik zelf ook wel bedenken. Tja iets wat ik heel erg heb is een gevoel voor rechtvaardigheid. Soms denk ik iets te zwart/wit en duurt het even voor ik grijs zie, dus vandaar dat ik soms wel eens erg ver in denken van iemand af kan staan. Ja dat was mijn eerste ervaring met een ‘professional’ op het gebied van faalangst.

En dan op school. Je zou toch denken dat als een leraar weet dat een leerling faalangst heeft, dat ze daar toch rekening mee houden. Niet is minder waar. Nee echt! Je kunt ze treffen hoor, die dan gewoon over je heen walsen en dat beetje eigenwaarde of goed gevoel wat je nog had, zo crushen. Zelfs bij een assessment bleek het een groot obstakel.  Dicht klappen tijden een rollenspel en vervolgens melden dat je faalangst hebt was aan deze therapeut niet besteed. Ik denk dat in mijn carrière deze afwijzingen nog meer hebben bijgedragen aan het lage zelfbeeld wat ik al had. Hoewel ik op alle drie de vlakken faalangst heb, dus sociale, cognitieve en lichamelijke faalangst. Tja als je iets hebt kun je het maar beter goed hebben. Toch? In mijn opleiding van docent geschiedenis heb ik een les gemaakt over faalangst. Ik vond dat wij als aankomend docenten in ieder geval moesten weten wat de gevolgen voor iemand met faalangst konden zijn. Die van mij was dat ik daarom niet verder durfde met deze opleiding en dus gestopt ben met nog amper een jaar te gaan. Nee geen opleidingen meer voor mij, ook al zou ik het graag willen. En ik zou het toch graag willen.

Vaak krijg ik te horen “Jij onzeker? Je komt juist zo zeker over.” of “Maar jij bent zo’n sterke vrouw.” Dan haal ik mijn schouders op en plak een lach op mijn gezicht. Overcompenseren noemen ze dat. Slechts een handvol mensen begrijpt dat en ziet mij echt zoals ik ben. Maar nog steeds is elke afwijzing een dubbele afwijzing. Zoek of vraag ik nog altijd een paar keer om een bevestiging en komt een compliment vaak pas jaren later aan. Ook over mijn gevoelens praten vind ik zo verschrikkelijk moeilijk. ‘Face tot face’ dan hè 😉 , want van me af typen kan ik gelukkig nog wel. Toch voel ik me de laatste tijd lusteloos en verschrikkelijk alleen. Alle ellende van de afgelopen jaren komt ineens weer boven drijven. De blokkades in het dagelijks leven lijken grotere proporties aan te nemen. Als ik naar mijn toekomst kijk, en nog niet eens zo erg ver weg in de toekomst, zie ik enorme beren op de weg.

Ik wil van die beren af. Ik wil van die blokkades af. Ik wil lekker in mijn vel zitten. Ik wil me niet onzeker voelen binnen mijn gezin of in vriendschappen, werk, met collegae omgaan, op het schoolplein lopen. Ik wil niet mezelf constant hoeven afvragen of ze me wel mogen, of ik het waard ben om mee om te gaan, of ik het wel goed doe en of ik het wel kan of aankan. Ik wil een streep zetten door mijn tijdperk met faalangst. Naar mezelf kunnen kijken en zeggen, “Mous je bent een mooie vrouw en je bent het waard. Je doet het goed en ga zo door.” Terwijl ik deze zinnen hier zo neerzet, krijg ik een brok in mijn keel en vraag ik me af of me dat ooit gaat lukken. Ik wil er voor gaan, maar gaat het me lukken? Ik weet dat het heel diep zit bij me en ik heb het nooit als excuus gebruikt. Slechts als een verklaring waarom ik me verschrikkelijk afgewezen en klein voel. Waarom ik ineens begon te stotteren, rood werd of in mijn broek pieste van angst. Waarom ik een blokkade had of een black out. Gelukkig ben ik een doorzetter en heb ik mezelf aangeleerd om het toch te proberen. Maar achteraf kun je het moment van faalangst goed verklaren. Toch is het er op dat moment mee omgaan of zelfs afwimpelen is een ander verhaal. Binnenkort krijg ik een telefoontje en dan weet ik waar en wanneer ik ga starten. Of ik er klaar voor ben? Het is gewoon iets wat ik van mezelf moet. Wil ik een goede en fijne moeder, vrouw, vriendin, werkneemster en Mousje zijn, moet ik dit gewoon doen. Investeren in mezelf denk ik dan. We gaan er voor! We zetten er een streep door.

 

Vervloekte staatsloten

31 december 2015

20151231_120356[1]

Waarom koopt iemand in hemelsnaam staatsloten? Nou dat zal ik je vertellen. Ik heb twee hele lieve vriendinnen en dat wat ze de afgelopen twee jaar voor mijn gezin en mij gedaan hebben is gewoon onbetaalbaar. Al sinds mijn moeder de bedeltjes geloof, hoop en liefde om haar nek heeft hangen, vind ik die dingen magisch. En zo kocht ik voor mijn twee vriendinnen en mijzelf allemaal een half lot en voor mijn man en mij een heel lot. De mantra geloof, hoop en liefde in gedachten besloot ik het laatste cijfer te matchen met het laatste cijfer van hun huisnummer. Dik tevreden met die gedachten kocht ik ze en ging naar huis. De enveloppe met de vier loten op een stapeltje brieven naast mijn laptop op de tafel gelegd.

12110052

De volgende dag pakte ik er het lot van mijn lieve vriendin uit en schrok eigenlijk van het eindnummer. Voor de meeste namelijk een ongeluksgetal, maar al snel haalde ik mijn mantra erbij ‘Geloof, hoop en liefde’ en zo schreef ik een klein kaartje voor haar. Niet zo mooi als een brief die ik eerder van haar voor mijn verjaardag kreeg en altijd zal blijven bewaren, maar toch, ik was tevreden. Voor de koffie naar haar toe gegaan, samen met de kinderen en de enveloppe voor onder de kerstboom de volgende dag. Na een gezellige ochtend weer naar huis en snel opgeruimd, gestofzuigd, de vaatwasser in en uit geruimd en een laatste boodschappenlijstje voor de kerst gemaakt.

’s Avonds als Lex thuiskomt, spring ik meteen in de auto om die laatste boodschappen te doen. Als ik daarvan thuis kom en we zijn bezig de boodschappen op te ruimen, vertel ik Lex over de staatsloten en de brief die ik voor mijn vriendinnetje heb gemaakt. Ik vertel ook dat ik voor mijn vriendin de buurvrouw ook zo’n brief wil maken. Lex lacht want hij kent me ondertussen. Ik wil de enveloppe met de overige staatsloten pakken en hij is weg. Weg! Helemaal foetsie! Met zijn tweetjes gaan we op zoek naar de enveloppe, maar nergens kunnen we hem vinden. “Heb je hem niet weggegooid?” vraag ik aan Lex. Nee dat had ie niet, maar voor de zekerheid halen we de papiercontainer naar binnen. De bomvolle papiercontainer met heel veel inpakpapier en envelopjes en snippertjes wordt zo omgekiept in de woonkamer. Nee niet één keer maar wel twee keer. Voor het geval er iemand een papiertje.. of liever gezegd een enveloppe, over het hoofd ziet. Maar nergens is die enveloppe te vinden. Ik bel mijn vriendin en vraag haar of ze even in de enveloppe wil kijken. Misschien heb ik ze er allemaal wel ingedaan. Je weet maar nooit, toch?  Maar nee gelukkig was ik niet zó stom geweest.

De kinderen worden ongeduldig want ze mochten na het eten een cadeautje uitpakken. Gelukkig bami uit de magnetron dus die was snel klaar en op. Voor Jilke, Nienke en Femke een cadeautje gepakt en de rest is voor morgen. Blij was Nienke met haar nieuwe rugzak. Ik hoop dat ze met deze langer doet als vier maanden. Femke met haar badjas, die aanging en waar ze het liefst in wilde slapen. Jilke kreeg een doos lego, waar ze meteen mee gingen bouwen. Toen het tijd was om naar boven te gaan, waren die tenminste helemaal blij. Ik niet. Ik was nog steeds bezig onze gangen na te gaan waar we waren geweest en wat we hadden gedaan. ‘Misschien.. Nee dat zou toch niet?’ Ik moest toch een pan hebben voor de witlof die ik wilde gaan eten en ja hoor.. Daar lag het envelopje. Geplakt aan de onderkant van de pan die ik uit de vaatwasser had gehaald en even op de tafel had geparkeerd om opgeborgen te worden in de kast. Niet te geloven toch!

20151231_120321[1]

Snel maakte ik een enveloppe voor de buurvrouw. Misschien was ze nog thuis. Maar toen ik aan de deur stond keken er alleen twee paar hondenogen naar me. Allebei een kleine kwispel van herkenning. Nou dan moet ik maar wachten tot ze thuis is of anders morgen vroeg maar even. Ik gooi hem niet in de brievenbus, want je weet niet wanneer ze de enveloppe dan ziet en hij is immers voor onder de kerstboom. De keukentafel, die inmiddels een stuk leger was, leek mij toch een geschikte plek om de enveloppe op neer te leggen. Ik bedoel, iedereen ziet toch die witte enveloppe, dus daar blijven ze wel vanaf. Na mijn eten ga ik in bad, ik ben zo moe en heb flink last van mijn rug. Ik ga nog even naar beneden, maar de pijn lijkt niet minder te worden en besluit toch maar naar bed te gaan. Morgen geef ik die enveloppe wel. Ik stuur mijn vriendin een sms “enveloppe gevonden!” en tevreden ga ik slapen.

De volgende ochtend word ik wakker van de geur van croissants. Heerlijk! Lekker samen ontbijten met verse croissants op kerstochtend. Na het ontbijt zeg ik tegen Lex, “Ik ga me even snel aankleden want dan kan ik die enve… Waar is die enveloppe? Die lag hier op de hoek van de tafel?” Iedereen zit me schaapachtig aan te kijken. Niemand heeft die enveloppe gezien. Mijn man kreunt. Het hele gesodemieter begint weer opnieuw. “Die staatsloten zijn vervloekt!” Ik kan wel janken, maar hoewel ik altijd overstroom van tranen, weigeren ze te komen. De buurvrouw en ik komen tegelijk buiten en ik vraag haar of er toevallig een enveloppe met ‘aan de familie, aan haar en dan Merry Christmas’ op staat. Maar nee, wel een enveloppe voor ons, maar niet die enveloppe. Ik leg haar uit dat ik haar kleinigheidje kwijt ben. Ze troost me en zegt; “Dat komt wel goed” en “Dat had je toch niet hoeven doen.” Ik baal nog meer, want ik had haar het zo graag willen geven. Wat een stomkop ben ik toch door niet één keer, maar twee keer die enveloppen kwijt te raken.

Eerste kerstdag verloopt op een klein incidentje perfect, maar die enveloppe vinden we niet. De volgende dag moeten we ons huis klaar maken voor de visite bij ons en we blijven zoeken, maar nergens een enveloppe te vinden. Hoe is het mogelijk. Alsof de duvel er mee speelt. Hij zou in huis moeten liggen, maar ik heb al zo veel plekjes gehad, waar is dat ding toch? Zondag gaat Lex met Femke en Nienke klussen bij mijn zusje, Jilke en ik blijven thuis. Ik ruim de kasten op, de boeken, de spelletjes van de kinderen kijk ik na. Maar nergens een enveloppe te vinden. De pijn in mijn rug komt in alle hevigheid terug en ook deze dag sluiten we af zonder het vinden van die enveloppe. De moed zakt me aardig in de schoenen. Misschien moet ik maandag als ik hem dan nog niet gevonden heb, maar eens bellen of anders krijgt ze maar mijn lot. Ik weet het niet meer.

Maandag zeg ik tegen Lex “Ik heb overal gezocht, alles opgeruimd behalve de onderste la van de DVD’s. Als die daar niet in ligt dan trek ik handschoenen aan en pluis ik de vuilnisbak uit. Meer opties weet ik echt niet.” Lex drinkt zijn koffie op en gaat daarna op zijn knieën zitten voor de la met DVD’s. Eerst die van de kinderen. Twee tellen later heeft hij de beruchte enveloppe in zijn handen. Stomverbaasd kijk ik hem aan. “Hoe komt die daar terecht?” vraag ik. “Femke heeft toch DVD’s gehad met kerst en die heeft ze in de la opgeborgen.” Ik ben helemaal opgelucht en plant de enveloppe op mijn computer. De bel gaat en mijn vriendin komt voor een bakkie leut. Ook zij is opgelucht en kan hard lachen om het verhaal. Als een uur later mijn buurvrouw aanbelt, kan ik haar de enveloppe overhandigen. Dan ben ik helemaal opgelucht. Met enige vertraging, maar toch op de juiste plaats. “Ik ben er stil van!” zei ze toen ze de tekst las en wij lagen dubbel. Ontlading van de spanning rondom de verdwenen enveloppen. Wat voelt het toch goed als je iets goed kan doen, ook al is het maar klein.

20151231_120438[1]

Deze vervloekte staatsloten waren met liefde gegeven, voor een onbetaalbare vriendschap waar ik erg in geloof en ik hoop dat er voor ons alle drie een leuk prijsje uit komt. Voor mezelf niet de hoofdprijs want wat moet ik met zo’n groot bedrag? Maar genoeg om schulden af te betalen en zonder de dagelijkse kopzorgen te kunnen leven. Meer hoeft niet. Een baan kan ik er toch niet mee krijgen dus daar ga ik voor komend jaar mijn best voor doen die te krijgen. Een overkapping, mooie tuin en een haard kunnen nog gewoon op mijn wensenlijstje blijven. Je moet immers wat te wensen houden. Maar voor Lex en mij allebei een nieuwere (een nieuwe hoeft niet perse) auto zou ook erg welkom zijn, want deze staan op begeven.

Wat ik voor iedereen wens is een gelukkig en gezond 2016 en moge de mantra ‘Geloof, Hoop en liefde’ ook op jullie van toepassing zijn.

Mousje en Co.

Happy-New-Year-2016-Images-with-Love-2-1

Tranen in overvloed

10 december 2015

 

2032519_eb4c51aabc_m

Sinds een paar jaar huil ik om bijna alles. Ik vraag me af waar dat toch vandaan komt? Waarom moet ik zo vaak huilen? Het is nog niet eens van verdriet, maar ook blijdschap of om iets zieligs. Tja waar huil ik nou eigenlijk allemaal om?

Tijdens de eerste zwangerschap.

Bah! Ze hebben gelijk. De hormonen van zwangere vrouwen gieren. Het is net of je emotionele centrum door de hormonen worden geraakt. Je wisselt sneller van stemming en heviger als wanneer je niet zwanger bent. Toch heb je dat niet in de gaten als zwangere. “Je omgeving zeurt maar wat”, reageer je dan geprikkeld. Maar inmiddels heb ik al een jaar of vijf een forum met vrouwen, waarvan de eerste 2 jaar met zwangere vrouwen. Neem maar van mij aan, dat zwangere vrouwen heftiger reageren en sneller exploderen als niet zwangere vrouwen. Nog los van het feit dat men op internet net wat anders reageert als wanneer het ‘face to face’ is. Maar eigenlijk als je erover nadenkt is het best bijzonder. Mijn vader heeft een herseninfarct gehad en is toen geraakt in zijn emotionele centrum. Hij is daar Godzijdank van hersteld. Als je zijn reacties van toen bekijkt en dat van een zwangere vrouw is het toch wel vergelijkbaar. Je reageert gewoon heftiger als normaal alsof alle ratio tijdelijk is verdwenen. De hormonen hebben de overhand genomen.

Vanaf de bevalling

Kraamtranen! Ja zo noemen ze het de eerste weken na een bevalling. Ik vind dat zo’n onzin. “Kijk schat! Ze lacht.” En mijn man zegt dan nog net niet “En mousje huilt… weer…” Nee gelukkig, mijn man is een schatje en zou zulke dingen zelfs niet denken, laat staan zeggen. Feitelijk hoefde ik maar naar mijn baby Femke te kijken en daar liepen de tranen weer over mijn wangen. Ik kan niet zeggen dat ik nooit een jankert ben geweest, maar dan had ik daar toch wel een gegronde reden voor. “Ach kijk!.. snif .. Ze slaapt zo lief .. snif ..” Ik snotterde gewoon door. Als je ontzwangerd bent, zeggen ze, dan nemen die hormonen af en daar staan 9 maanden voor. Nou die 9 maanden ontzwangeren heb ik niet gehaald hoor. Een miskraam en daarna was ik weer zwanger. Zou ik daarom zoveel janken?

Opzoeken van informatie.

Zelf ben ik er eigenlijk van overtuigd dat het iets hormonaal is. Ik twijfel echter omdat ik na de laatste zwangerschap ben gesteriliseerd en vorig jaar mijn baarmoeder is verwijderd. Mijn eierstokken zijn overigens niet verwijderd dus ik krijg nog steeds een ovulatie (eisprong). De eerste regel die ik lees is “Er is nog niet zoveel onderzoek gedaan naar waarom sommige mensen veel huilen.” Er zijn wel een aantal beweringen, maar die zijn meer “Stapel-onderzoeken”. Voor mensen waarbij de naam Stapel u niks zegt google maar eens op Diederik Stapel.

Wat ze wel weten is dat vrouwen meer huilen als mannen. Maar ja vanuit vroeger is er altijd een mentaliteit “Boys don’t cry” en ik weet dus niet wat voor waarde oordeel ik daar aan moet hangen. “Vrouwen huilen 25 tot 50 keer per jaar en mannen 5 tot 20 keer behalve als ze baby zijn dan is er geen verschil”, staat er dan. Maar 50 keer per jaar haal ik echt niet. Schiet me ineens de begrafenis van mijn buurvrouw te binnen. Ze had kanker en overleed toen we hier 3 jaar woonde. We kwamen wel eens bij elkaar op bezoek, maar vaak beslist niet. En toe ze overleed en wij naar de dienst gingen was het niet de familie die het hardst huilde, maar ik. Eigenlijk best gênant en nog steeds als ik eraan terug denk. Alsof ik mijn allerbeste vriendinnetje verloren had.

Eerst dacht men dat het verschil in huilen bij mannen en vrouwen licht in macht, maar dat klopt dus niet helemaal want vrouwen op topfuncties huilen nog steeds meer als mannen. Ook de theorie dat vrouwen vaker emotionele situaties opzoeken en mannen ze vaker uit de weg gaan kloppen niet helemaal. Vrouwen zouden beter zijn in troosten, maar als ik troost nodig had ging ik echt naar mijn vader en minder vaak naar mijn moeder. Het stoere gedrag “Boys don’t cry” heeft wel degelijk een invloed op waarom mannen minder vaak huilen dan vrouwen. Voor veel mannen en jongens wordt huilen nog steeds gezien als een zwakte. Ze zullen hun emoties dan anders tonen in de vorm van schelden of slaan.

Bij vrouwen is er inderdaad sprake van een hormoon. Een geslachtshormoon, dat zijn de hormonen die afgegeven worden door de gonaden of geslachtsklieren. De bijnieren produceren als bijproduct ook vrouwelijke en mannelijke geslachtshormonen.

  • Bij een vrouw produceren de eierstokken (ovaria) vooral oestrogenen en progestagenen waarvan respectievelijk oestradiol en progesteron de belangrijkste zijn.
  • Bij een man produceren de zaadballen (testes) meer androgenen met als belangrijkste hormoon testosteron.

De verschillende mate waarin deze hormonen geproduceerd worden, leidt ertoe dat de meeste vrouwen menstrueren en borsten hebben en de meeste mannen een lagere stem en meer lichaamsbeharing hebben.

Kijk en nu komen we ergens! Prolactine is de veroorzaker van mijn jankgedrag. Niet alleen zwangerschap kan dit hormoon verhogen, maar ook medicijnen. Laat het nu net medicijnen zijn die ik gebruik, die in deze categorie vallen.

Ahhhh mama! Kom maar!

Ik heb gelukkig schatten van dochters en een erg lieve man. Soms als ik weer last van mijn ‘huilhormonen’ heb trek ik me terug, maar meestal laat ik het gewoon komen. Dan komen mijn dochters mij knuffelen. “Ahhhh mama! Moet je weer huilen? Kom maar hier, dan geef ik je wel een knuffel.” Tja dat geluk heb ik dan weer. Ik heb mijn dochters ook uitgelegd dat ik niet altijd verdrietig ben, maar dat die tranen dan gewoon komen. Het maakt voor hun niet uit en voor mij thuis eigenlijk ook niet meer zo. We zijn er zo’n beetje aan gewend.

Hier word ik zo blij van

30 oktober 2015

De kinderen liggen op bed. Terwijl Lex ze op bed heeft gelegd, heb ik beneden opgeruimd. De drie wervelwinden, die vanaf vanmorgen tot laat in de middag in huis hebben huisgehouden, hebben een broertje dood aan opruimen. Eerst irriteerde ik me daar rot aan, want ik kan niet tegen rotzooi van een ander. Gek hè? Mijn eigen werkplek mag best een rotzooi zijn, maar als iemand er iets bij durft te leggen hier in huis, daar kan ik beslist niet tegen. Nu begreep ik van de ADHD verpleegkundige dat dit typische ADD en ADHD dingen zijn. Kinderen met ADHD zien rotzooi niet en mensen met ADD weten niet waar ze moeten beginnen met opruimen, maar kunnen niet tegen rotzooi. Als ik het rustig in mijn hoofd wil hebben moet ik dus zelf opruimen. Daar was ik dus al een tijd geleden mee begonnen. Ik had geen zin meer in ruzie maken met de kinderen over opruimen.

20150129_085330[1]

Toen alles opgeruimd was en ik nog even snel de stofzuiger door het huis heb begeleid was het rustig. Op tafel heb ik dienbladen opgemaakt met onder andere kaarsen. Het liefst geurkaarsen. Ik vind het leuk om dingen te maken en kunststukjes te maken om het huis te versieren. Soms samen met mijn kinderen, soms lekker alleen. Dan kan ik me beter ontspannen, even geen zorgen, even rust aan mijn hoofd. Ideaal dan ook dat we een Action redelijk dicht in de buurt hebben. Daar kun je veel halen voor weinig geld. Dan doet het ook niet veel pijn als de kinderen weer iets kapot hebben gemaakt.

20151030_124920[1]

Per ongeluk natuurlijk, want expres zouden ze nooit doen 😉 “Ineens had ik een vleugel in mijn handen.” of “Mocht ik niet tekenen op dat dienblad?” “Ik wist niet dat de tafel daarvan kapot ging.” zijn uitspraken geproduceerd met de meest onschuldige blikken. Soms kunnen ze er echt niks aan doen en als er een keer een permanente stift naar boven is gesmokkeld en op de muur is gekomen, vloek je een paar keer grondig. Sinds ik kinderen heb, ontdek ik steeds meer mogelijkheden om bepaalde vlekken ergens vanaf te halen. Of juist te laten zitten onder het mom leermomentje en niet eens zo storend. Terwijl ik aan die stunten van de kinders denk moet ik lachen. Ik steek de geurkaarsen aan en doe het schilderij aan. Ik heb het drinken al klaar staan. Mijn imitatie bonten woondeken kruip ik in en zet de tv aan.

20151030_124935[1] 20151030_124947[1]20151029_192254[1]

Ik zit al weer te denken aan volgende projecten die ik wil gaan maken. Oase, mos, wol, lichtjes en kaarsen zat in huis. En eventueel maak ik zelf wat leuke kaarsjes, dat is niet zo moeilijk. Ik heb nog heel veel waxinelichtjes over. Die kan ik smelten, de lontjes eruit halen en nieuwe lonten maken van stevig katoen (om rollades mee op te draaien). Smelten doe ik in een chocolade smelt pan die ik in een pan met water hang. Dat water kook ik. De mallen leg ik al klaar. Een geurtje voeg je toe als de was gesmolten is evenals de kleur. Nog een paar glitters erbij en dan is het klaar om in de mal te worden gegoten. Een potlood met het lont in het midden vastgemaakt leg ik boven de mal en dan gieten maar. Een kind kan de was… Nee dit is te gevaarlijk voor een kind. Maar simpel is het beslist. Mijn volgende project dus…

20151030_132311[1]

Als Lex dan ook beneden komt en in zijn hoek plaatsneemt, met zijn lappie op schoot is onze avond begonnen. Gewoon lekker tv kijken. De kaarsen aan. Een heerlijke geur in huis. Rust. Genietend van de avond. Verheugen op een volgend project. Dat zijn dingen waar ik zo blij van word.

20151030_125035[1]

Ogen dicht

28 oktober 2015

Met een warme kop koffie loop ik naar buiten. Ik ga zitten aan de tuintafel in één van de twee tuinstoelen die we nog hebben. De rest staat in Frankrijk en hebben achter gelaten in de caravan. Voor de tijd van het jaar is het niet eens zo koud. Ik ben moe, want vannacht was Nienke weer aan het spoken. Het hele huishouden had ze wakker gemaakt. Uiteindelijk is ze beneden met Lex rustig geworden en hebben ze samen beneden gekampeerd. Boos worden heeft geen zin, ze doet het niet eens met opzet. Maar leuk is echt wel wat anders.

20151028_102706[1]

Even op Facebook kijken. Vogeltjes zijn nog aan het fluiten en een zwerm trekvogels vliegt over. Mooi die wolken boven me. Like, deel en win voor een sfeerhaard. Like, deel en win voor een jaarplaats in de jachthaven. Ondanks dat ik moe ben is het weer druk in mijn hoofd. Ik moet nog lachen om Femke gisteren. In Kaatsheuvel hebben we wat kleren gekocht voor haar verjaardag. Ze heeft haar ritalin niet ingenomen en is erg druk. In praten en bewegen. Ik moet er maar om lachen. “Ze vind alle kleren zo leuk!” roept ze verrukt uit. “Ach meis, misschien mag je hier wel komen werken. Dan mag je elke dag naar al deze mooie kleren kijken.” antwoord ik. Stomverbaasd kijk ik haar aan als ze net zo scherp antwoord “Nee mama! Jij zoekt nog een baan, dus misschien mag jij hier wel werken.” Maar ik moet toch wel lachen. “Helaas willen ze mij hier niet hebben schatje. Ik ben veel te duur.” Ja hoe leg je een meisje van bijna 8 uit dat een HRM adviseur van 42 jaar niet zal worden aangenomen in een kledingzaak. Maar het is toch wel lief dat ze er zo aan denkt en voor haar moeder opkomt.

20151028_102540[1]

Like, deel en win voor kunstgras. Like deel en win voor een tuinkamer. Een tuinkamer… zucht… Lex en ik willen zo graag een uitbouw, maar daar hebben we simpelweg het geld niet voor. We zouden dan de hele benedenverdieping aanpakken. Ach vier jaar geleden is hij begonnen aan de zolder en we hopen dat we samen met een zwager het nog binnen twee jaar kunnen stuken. Dan is in ieder geval weer iets afgewerkt in het huis. We mogen niet klagen hoor. Maar een nieuwe schutting en nieuwe keuken zijn eigenlijk wel een must. Onze dromen uitbouw en een hout of pelletkachel zijn nog ver weg. Als je dan een mooie tuinkamer tegenkomt die je kunt winnen, komt zo’n droom dichterbij.

Ja ik weet het “met logica kom je van A naar B, met fantasie kom je overal”. Laat ik nu net van de fantasie zijn. Ik sluit mijn ogen en waan mezelf in een tuinkamer met kachel. Op een loungebank met de hond vlak bij mij. De poezen hebben ook hun plekje gevonden. (Immers in mijn fantasie kunnen de hond en poezen ineens wel met elkaar overweg). De kinderen zijn een film aan het kijken en Lex zit in een hoek van de bank met zijn laptop. De vogels hoor ik zingen. Mennn dit is pas genieten van je huis en tuin. De warmte en rust maken me nog meer moe. In mijn hoofd wordt het wat rustiger.

20151028_102652[1]

Ik schrik op uit mijn gedachten als ik geschreeuw hoor. Bam! Hard terug in de realiteit. Femke en Nienke hebben weer eens ruzie. Tja meiden dicht op elkaar. Beste vriendinnen het ene moment en grootste vijanden het volgende moment. “Mama, Nienke heeft mijn tekening kapot gescheurd.” komt Femke aan. Nienke is al aan het huilen. “En waarom huil jij. “Femke heeft me gekrast.” Ik denk dat ik maar moet stoppen met dromen en me bezig moet gaan houden met een serieuze taak. Moeder zijn. In de nachten proberen om niet meer te piekeren, maar meer moet gaan dromen. Dat is misschien wat beter voor de gemoedsrust.

Ik sta op uit mijn stoel en kijk om me heen. Een nieuwe schutting daar. Een overkapping met schuifdeuren daar. Een klein moestuintje daar. Kunstgras daar en een nieuw speeltoestel voor de kinderen daar. En aan mijn huis een mooie tuinkamer met houtkachel. Dromen! Dromen! Dromen! Wie heeft ze niet?

20151028_102613[1]

 

Dan denk ik aan

19 oktober 2015

Weer even achter mijn toetsenbord gekropen. De kinderen zijn aan het knutselen. Dadelijk krijgen ze hun eerste naailes. In een opwelling riep ik dat ik ze zou leren naaien gisteren en ik ben nog steeds aan het bedenken hoe ik dat ga aanpakken. Zoveel gedachten, zulke drukke en kleine kinderen. Zullen we het maar klein houden en eerst kralen rijgen? Laten we dat zo maar gaan proberen. Een gedachtenzakje komt morgen wel. Die kunnen ze dan versieren met de geregen kraaltjes. Weer een dag later mogen ze er knoopjes aan zetten. Nu ik zo schrijf ben ik er eindelijk uit. Een gedachtenzakje daar bedoel ik mee een soort knikkerzakje maar zonder de knikkers. Daar kunnen ze hun papiertjes met hun gedachten of angsten in doen. Vooral voor onze middelste lijkt me dat een ideale oplossing.

Net was ik even op Facebook bezig. Even die ene spreuk lezen. Nog even voor ik met de kinderen ga eten en naaien (rijgen dus). Ha ha die is grappig ” Op één of andere manier is alles grappiger, als je juist niet mag lachen.” Meteen flitsen bij mij een paar herinneringen omhoog en ik heb een glimlach op mijn gezicht. Ik denk meteen aan mijn vriendin en ik die de slappe lach krijgen tijdens de opnames van Professor Nicolai & Dr. Beckand, dat zelfs Ruben Nicolai vroeg of ze niet te veel last van ons hadden. Toen had ik het helemaal niet meer. En je kunt er dan echt niks aan doen…

Het tweede gevalletje van verboden te lachen, maar o zo leuk was op de MAVO. In de derde klas bij geschiedenis een grapje werd letterlijk blauw liggen van het lachen. Ik lag in een deuk, maar wel heel stil tot HIIIIIIIIIIIIIIIIIIII Een schelle piep uit mijn mond. Nu lag de hele klas dubbel en ik schaamrood op mijn wangen, tranen erover heen en happend naar lucht want ik kon niet meer. Het grapje weet ik niet eens meer. Ik denk niemand meer. Ja twee verschillende momenten waaraan ik moest denken bij die ene spreuk.

Dat heb ik best vaak, dat ik een spreuk lees of een zinnetje en dan haal ik een herinnering op of zie het zo gebeuren. Zo kwam er een leuke herinnering op toen ik deze spreuk las: “Dochters, tot hun 16e zeuren ze over een paard en na hun 17e komen ze thuis met een ezel.” Jilke houd erg van het verzamelen van takken, stenen en eikeltjes. We lopen van school naar huis en ze heeft weer een eikeltje gevonden. pardoes valt hij uit haar handen en rolt weg. Ze roept “Mam ik ben mijn eikel kwijt.” Waarop ik zeg “Ach schat eikels krijg je nog genoeg in je leven.”

Zonder humor kan ik eigenlijk niet leven. Ook in donkere tijden zoek ik vaak weer iets leuk, al is het maar zwarte humor. Immers wie een dag niet heeft gelachen, heeft een dag niet gelachen. En met een glimlach in slaap vallen is lekkerder als met knallende koppijn.

Ik ga wat met de meiden doen. Kijken hoe ze mij weer gaan vermaken. Morgen meer over 😉

G-29d7eb99d158966241f23d5673c7dbfb

Een deeltje van mij

15 april 2015

“We zijn zwanger!” ik gilde het onderhand door de telefoon. Ondertussen een rondedansje doen met de oudste. Een jaar geleden hadden we besloten om toch nog voor een derde kindje te gaan. Dat alles wel na een paar gesprekken met de gynaecoloog, omdat ik complexe zwangerschappen en bevallingen heb gehad. Echt blij was hij geloof ik niet met ons besluit, maar dat legde we naast ons neer. Met een goede begeleiding moest het wel lukken. Daar hadden we alle vertrouwen in.

Destijds had ik een hele regelmatige cyclus en dus bij één dag overtijd had ik de test gedaan. Vanwege de complexe zwangerschappen mocht ik bij 6 weken al komen voor de eerste echo. Er was nog geen kloppend hartje te zien. Een week later mochten we daarom weer. “Ja daar zie ik het.” De gynaecoloog lachte. “Ja daar is het kloppende hartje.” “Nu kunnen we met een gerust gevoel op vakantie.” zei ik nog. Ondanks alle ongemakken, was ik weer in de zevende hemel. “Zou het dit keer een jongetje zijn of toch weer een meisje.”

We kwamen terug van vakantie. Eerder als geplant, maar een week later zou ik de tien weken echo krijgen. Ik had er zin in. Weer ons kleintje te zien. Ik was ondertussen al elf weken, maar dat maakte me niet uit. Mijn man was aan het werk, hij had dit al een paar keer meegemaakt. De kinderen waren bij een zusje van me. “Mevrouw de Vogel?” klonk het en ik stond op en ging naar binnen. Een grote glimlach op mijn gezicht. Na wat over en weer gepraat met de co assistent gingen we eindelijk kijken. “Ik probeer het uitwendig en als dat niet lukt inwendig.”

Ik ging liggen op het bed. Uitwendig zagen we de vrucht, maar we werden stil. We zagen geen hartje kloppen. “Ik probeer nog even inwendig.” zei de co assistent maar ook met de inwendige echo was er geen kloppend hartje te zien. Tranen verschenen in mijn ogen. “Ik haal er even de gynaecoloog bij.” zei de co. En weg was ie. Hij kwam terug met mijn eigen gynaecoloog. “Tja één op de drie zwangerschappen gaat mis he?” zei ik met een waterige glimlach. “Ja” zei de gynaecoloog “maar je hoopt het nooit. Ik vind dit zo balen voor je.”

Snel deed hij de echo en begon uit te leggen. “Als je de vrucht voor vrijdag niet verloren bent moeten we curetteren. Tenzij je zegt dat je het nu wilt. Dit noemen we een missed abortion.” zei de gynaecoloog. “Nee ik wacht wel af.” Dit was de tweede keer dat ik een miskraam had. De eerste keer was 15 jaar daarvoor, maar toen wist ik niet eens dat ik zwanger was, tot de miskraam. In de auto belde ik mijn man. “We krijgen geen kindje Lex, het hartje klopt niet meer.” Na een kleine huilbui herpakte ik mezelf. “Het heeft zo moeten zijn Lex, want als het gezond was geweest had het nu nog geleefd.” En daar had ik op dat moment berusting in.

Ik voelde me heel ongemakkelijk. Je bent zwanger maar eigenlijk niet. De zwangerschapshormonen gieren nog door je lichaam terwijl je weet dat je kindje niet meer leeft. Eigenlijk kun je het niet eens je kindje noemen, want dit wordt nog gezien als een vroege miskraam, maar toch het was een deeltje van mijn man en mij. Een kindje waar we naar uit keken. Een kindje wat er nooit zou zijn.

Drie dagen later krijg ik buikpijn. Dan ben je toch al twee keer eerder zwanger geweest, maar weeën had ik nog nooit gehad. Dit was nieuw voor me en onzeker belde ik de verloskamers. “Ga maar douchen misschien ontspant dat.” Raadde de verpleegkundige me aan. Dus ging ik onder de douche. Nou niks ontspannen hoor en ik kleedde me aan en ging naar beneden. Nog mokkend naar de wc. Even plassen en toen ving ik het op. Met de vrucht in mijn handen riep ik Lex. We keken er allebei naar en op dat moment gaat de telefoon. Nee ik nam niet op, ik liet hem overgaan. “Ik spoel hem door de wc hoor Lex. Als ik mijn handen heb gewassen bel ik naar de verloskamers.”

Ik moest meteen komen en de vrucht meenemen, maar ja dat kon niet meer. Gelukkig bleek uit de echo dat alles weg was. Ik hoefde dus niet gecuretteerd te worden. Daarna belde ik mijn zusje terug. “Ik wil dat je het van mij hoort, maar ik ben zwanger. Niet geplant, maar toch gebeurd.” zei ze. Auw dat deed pijn. “Gefeliciteerd zusje.” en ik vertelde dat we bij het ziekenhuis waren omdat ik net de complete miskraam heb gehad. Daarna hang ik op. Even voelde ik een steek van jaloezie. Om me daarna te verwonderen over de timing.

De dagen en weken erna hield ik me voor dat het zo heeft moeten zijn. Beter dat als een zwaar gehandicapt kind of een dood geboren kind. Dat leek me veel erger. Ik moest me dus niet zo aanstellen. Ik had al een zwangerschapsagenda gekocht en daar plakte ik de eerste drie echo’s in. Het knuffeldoekje heb ik samen met de agenda bewaart. Dat was voor ons derde kindje in wording. Mocht ik ooit weer zwanger raken dan kocht ik nieuwe spullen voor dat kindje. Ze liggen in mijn nachtkastje. Soms kijk ik erna, want het is een deeltje van mij wat ik verloren ben.

Op Facebook zette ik dat ik een miskraam had en tegelijk mijn zusje zwanger is. Mensen gingen spontaan een ander zusje feliciteren. Eentje die al jaren bezig was zwanger te worden en niet zwanger was. Slechts nog verdrietiger hierdoor. Toen voelde ik me nog ellendiger. Ik had dat veroorzaakt en ik wilde alleen maar even van me af schrijven. Gelukkig was ze niet veel later wel zwanger. En wij waren 3 maanden na haar ook weer zwanger. Dat was wel apart, drie zusjes tegelijk zwanger met elk drie maanden ertussen.

Ineens viel alles op zijn plaats

11 December 2012 en bijgewerkt 3 april 2015

Op de school van mijn dochtertje hebben we twee weken geleden het 10 minuten gesprek gehad. Jullie dochter kan zich erg moeilijk concentreren. Ze is heel vrolijk, speelt met iedereen. Is voor haar leeftijd (net 5) toch in doen en laten de jongste van de klas. Ze komt wat onzeker over. Haar motoriek is niet goed en daardoor krijgt ze nu extra gym. En het eerste wat ik zeg is; Het is net of jullie het over mij hebben toen ik zo jong was als haar. Maar mag ik nog een bommetje droppen hier. Wij, mijn man en ik denken dat onze dochter ADD heeft. De Juffen kijken elkaar aan en zeggen tegelijk: Dat zou zo maar eens kunnen.

Thuis aangekomen

Thuis aangekomen ben ik onrustig. Ik kan het niet verklaren. In mijn hoofd spelen zich zoals gewoonlijk tientallen scenario’s af. Wat moet ik doen, hoe ga ik het aanpakken, waar haal ik mijn info vandaan. De volgende dag is het niet rustiger maar juist erger geworden. pfff ik wil rust. Ik ben moe. Ik moet nog zoveel doen, ik wil zoveel doen, maar weet niet waar ik moet beginnen. Toch zet ik mijn computer aan en ga op zoek naar informatie. Wat is ADD, hoe wordt je getest, bij welke leeftijd.

En dan kom ik op een site met een zelftest. Ha ha! Die kan ik nu niet voor mijn dochtertje invullen, maar ik zal eens kijken wat ie bij mij aangeeft. Er staan twee testen 1 met over de honderd vragen en 1 met in de 80 vragen. Die laatste pak ik want als het niet nodig is waarom doen. En dan op het einde van de test staat er iets in de trend van: U heeft zeer veel overeenkomsten met ADD.

Huh? Ik? Ik heb een officiële diagnose dat ik zwaar faalangstig ben. Alle drie de vormen ook nog en volgens de therapeute lag dat aan mijn zeer dominante vader. Iets wat ik zelf eigenlijk nooit geloofd heb. Ik dacht meer dat het lag aan het feit dat ik van mijn 7e jaar tot mijn 18e altijd gepest, getreiterd en in elkaar geslagen ben door klas of schoolgenoten.

Wat betekend ADD

“Bij ADD is er sprake van een dopamine tekort en een verlaagde hersenactiviteit in de prefrontal cortex. Dit zorgt ervoor dat je moeilijk tot activiteit kunt komen.

Dopamine verhogende activiteiten (alles dat leuk is) verhogen de concentratie. Om deze reden kan een ADDer zich vaak wel goed concentreren wanneer hij/zij bezig is met zijn of haar talenten en hier erg langdurig, tot bijna obsessief mee bezig zijn. Deze perioden noemen we hyperfocus.

Door de behoefte aan het analyseren, ontladen en ontspannen, valt de ADDer meestal pas laat in slaap. Het kost meer tijd om het grote aantal opgedane indrukken, belevingen en gedachten, op te ruimen en opnieuw te overzien. Ook zijn er in de avonduren minder externe prikkels aanwezig, die er wel overdag zijn. Problemen bij het slapen gaan -en wakker worden bemoeilijken het hoofdstuk planning en organisatie enorm.

Door het erfelijke aspect leven er vaak meerdere ADDers, en soms een combinatie van ADDers en ADHDers. in één huishouden met ieder een eigen gebruiksaanwijzing, persoonlijke wensen en behoeften. Deze zijn soms lastig op elkaar aan te passen.”

Kenmerken zijn:
Andere mogelijke oorzaken van concentratieproblemen:
Hersenbeschadiging door een ernstig ongeluk, een sport ongeval, zuurstof gebrek bij de geboorte.
– De kenmerken van ADD speelde ook een belangrijke rol in de vroege jeugd.
– Er moet rekening worden gehouden met andere oorzaken van de concentratieproblemen als bijvoorbeeld depressie, een zware studie periode, een prestatiemoment, tijdelijke overbelasting, onderbelasting etc.
– Bij diepe interesse bestaan er geen grote concentratieproblemen.
– Grote problemen om tot activiteit te komen bij terugkerende taken.
– Chaotisch / vergeetachtig
– Trekt zich graag terug
– Kan ergens volledig in opgaan
– Grote passie bij interesse / Creatief
– Een groot voostellingsvermogen
– Gevoelig / betrokken
– Assertief maar onzeker over zich zelf
– Heeft humor / vaak creatief
– Blijft op de achtergrond
– Laat alles wachten tot het laatste moment
– Altijd ver vooruit aan het denken
– Staren / kijkt voor zich uit / lijkt afwezig
– Probleem oplossend
– Snel afgeleid / TV of radio staat altijd aan
– Concentratieproblemen
– Heeft moeite met het opbrengen van motivatie
– Te veel gedachten
– Perfectionistisch
– Veel dagdromen
– Kan moeilijk aanwijzingen opvolgen
– Snel overbelast
– Moeilijkheden bij het afwerken van details
– Gaat opruim klusjes uit de weg
– Emotionele wisselingen
– Gevoelig voor verslaving
Bron stichting ADD Nederland site

En toen viel alles op zijn plek

Na het lezen van die informatie viel voor mij alles op zijn plek.
Ik was niet lui, ik was niet dom (hoewel dat laatste wist ik wel omdat ik inmiddels mijn HBO paprieren heb), ik heb geen faalangst dankzij mijn dominantie vader, mijn ongelukjes overdag en snachts, ik was en voelde me buitenbeentje, kan nooit to de point komen, ben houterig en zei altijd ik heb nooit geleerd om te leren…
Alles viel nu op zijn plek. De rollercoaster waar je dan in terecht komt is onbeschrijflijk.

Ik was opgelucht omdat alles nu te verklaren was. Ik was erg verdrietig dat ik op mijn 40ste verjaardag dit moest ontdekken, terwijl met de juiste begeleiding ik veel verder gekomen zou zijn. Ik was boos omdat het niet 11 jaar geleden bij de diagnose faalangst eruit was gekomen. Ik schaamde bij het terugdenken aan sommige jeugdherinneringen die je het liefst vergeet (zoals broek plassen op latere leeftijd).

Wat nu

Met mijn dochtertje ben ik inmiddels bij de huisarts geweest. Ze kreeg al logopedie en sinds afgelopen week ook fysiotherapie. We gaan eerst haar een paar testen laten doen op motoriek. Ondertussen laat ik mij testen. De intake zal begin februari plaatsvinden. Zo hoop ik voor mezelf en voor haar handreikingen te krijgen, hoe om te gaan met ADD. En tot slot zullen we haar laten testen. De school weet in ieder geval nu waar we mee bezig zijn. Hoewel ze nu beslist nog geen officiële diagnose heeft, kunnen ze al wel rekening houden met het feit dat het zeer goed mogelijk is.

En mijn grootste hoop en wens is, dat zij het nooit zo moeilijk zal krijgen als ik het heb gehad.
En daar zullen mijn man en ik voor zorgen.

April 2015.

Inmiddels zijn we al een stuk verder. Ik heb de officiële diagnose ADD en Femke ADHD. Femke heeft er een hyperactiviteit bij vandaar de H. Omdat ze motorisch een fikse achterstand had was er eerst de verdenking van DCD. De kinderarts dacht dat het toch kwam door de onoplettendheid van Femke en met ritalin moest dat goed komen. Ik was totaal geen voorstander van pilletjes bij een kind, maar wilde het met een proefperiode wel proberen. En ja hoor. Met fysiotherapie en de ritalin ging het beter en beter.

Van een kind met veel achterstand, nog net niet dom te noemen hebben kan Femke nu laten zien wat wij als ouder altijd al hebben gezien. Ze is een goede gemiddelde. Ze zit nu in groep 3 en heeft al twee keer een rapport gehad. Haar eerste was al goed met veel ruim voldoende en goed. Haar tweede rapport is zelfs iets beter. Ze vind het leuk op school en ze kan goed mee. Haar tempo ligt niet hoog, maar hoog genoeg. De fysio is bijna op het einde omdat ze het goed doet. En omdat ze zo goed in haar vel zit zijn wij ook gelukkig.

De volledige diagnose van Femke is ADHD overwegend onoplettend type. Zonder medicatie merk je dat ook echt. Dan kan ze goed in een poging op de bank te springen ernaast springen. Gewoon slecht de afstand inschattend. Ze merkt het zelf ook dat ze eigenlijk niet zonder medicijnen kan. Hoewel we als ze niet hoeft te presteren we haar een lagere dosis geven. We hebben nu 1 kind goed op de rit, nog twee te gaan 😉

Help ik ben er ook zo één.

9 februari 2012 schreef ik:

Toen ik nog geen kinderen had vervloekte ik ze. Die vrouwen die achter een buggy of kinderwagen lopen en dan telkens tegen je hielen rijden. Het liefst op een markt, een kermis, de winkelstraat of een bazar.
Help ik ben er ook zo één.

Een jaar of 10 geleden;

Je loopt over de Tilburgse kermis. Jawel daar waar je naar toe gaat om hutje mutje te lopen en als je ergens in wil je beurs mag trekken. En dan schuifel je weer naar een volgende attractie, kijkt een keer over het terras. Helemaal vol! O nee, daar is nog een plekje! en voor je ook maar een voet hebt kunnen bewegen auw! Verdorie struikel ik zo over een buggy. Want heb je ze niet achter tegen je hielen aan dan struikel je dr gewoon over. Bah ik vervloek die dingen. Wat doen die mensen in hemelsnaam met kinderen zo klein op een kermis. Ze kunnen nergens in, of ja bijna nergens. Ik zou zelf nooit die drukte opzoeken met een kind in een buggy. Trouwens hoe oud is dat kind. 4/5 jaar die kan toch gewoon lopen.

Ja hoe je denkt als je geen kinderen hebt. Je oordeel is kei hard. En je ziet dan inderdaad de noodzaak van een buggy, wandelwagen of kinderwagen niet in. Sterker nog je bent echt in de veronderstelling dat als je zelf ooit kinderen hebt je dit soort dingen NOOIT gaat doen.

Op dit moment:

Heb ik een kind van 4 jaar, een van 2,5 jaar en een van 2 maanden. De oudste wil niet zelfstandig lopen, de middelste wil te graag weglopen en de jongste ach ja die is nog zo lekker meegaand .
Naar school, het dorp of de Beekse Bergen gaan we als volgt in een dubbele kinderwagen: De oudste op de duwstang, de middelste voorop en de jongste licht achterin. Help ik ben er ook zo één. Juist in drukke menigte neem ik mijn grote kinderwagen mee. Zet de kinderen erin en roep een aantal keren sorry of kijk uit! Maar dat liever als zou ik mijn kroost uit het oog verliezen. En die blikken van de toekomstige moeders die het zelf nooit zo aan zouden pakken hahaha daar lach ik maar een keer om. Want over een paar jaar zullen de rollen vast weer omgedraaid zijn 😉

Drie jaar later:

Zijn de rollen inderdaad weer omgedraaid. Ik heb er geen meer in een buggy. Ik begrijp nu meer dat het kan gebeuren, maar zou toch zelf niet voor een buggy kiezen in de drukte. Zeker niet omdat er handige alternatieven zijn zoals draagzakken 🙂

Grappig vind ik het wel dat je gaande weg je mening telkens weer kunt herzien omdat de situatie nu eenmaal anders is. Je vergeet snel dat je eerst een andere mening had.

Ik zoek een baan

3 maart 2015

Ooo Hobby’s heb ik zat. Ik ben zelfs ZZP-er, maar verdien er geen cent mee. Waarom niet? Nou gewoon omdat ik het leuk vind om te doen en buiten dat vind ik het zo moeilijk om geld te vragen voor iets wat ik graag gedaan heb. Maar nu ik weer kan werken, ben ik weer op zoek naar een baan.

Een leuke baan. Een uitdagende baan. Een baan waarin ik tot mijn recht kom. Ik ben het wel zat om naast al mijn hobby’s verplicht thuisblijfmoeder te zijn. Daar waar het voor vele een keuze is, is dat het voor mij beslist niet. Nee mijn hersenen zijn toe aan uitdaging. Ik ben beschikbaar voor 32 -36 uur.

Ik ben op zoek naar een baan in de HRM. Daar ligt nog altijd mijn hart. Dat ik kan adviseren, gevraagd en ongevraagd. Vraagstukken krijg waar ik mijn tanden in kan zetten. Kan werken in teamverband of als solist. Binnen een organisatie waar ze gecharmeerd zijn van een no nonsense mentaliteit. Waar meedenken een pre is en inbreng gewaardeerd wordt. Integriteit een waardevol goed is. En de balans tussen Organisatie en Personeel gewogen wordt.

Ben jij op zoek naar een P&O-er met veel ervaring en spreekt de tekst hierboven je aan, neem dan gerust contact met mij op. Je krijgt dan mijn CV toegestuurd en voor een gesprek houd ik een plekje vrij in mijn agenda. Je zult er geen spijt van krijgen. vermeulenm@home.nl