Archieven

Koeienstront en Duitsland

21 januari 2016

Inzending boekenweek 2016

 

Ken je dat? Een bepaalde geur ruiken en dan komen bepaalde herinneringen naar boven. Toen ik dat in mijn vriendenclubje uitlegde, lagen ze in een deuk. Hoewel ik meer denk dat het lag aan de geur in combinatie met de herinnering. Als ik namelijk koeienstront ruik denk ik aan Duitsland. Dat is wat anders als de opmerking bij het zien van een Duitser “Wanneer krijg ik mijn fiets terug.” Hoe apart ook, het zijn geen nare en rare herinneringen.

Toen mijn vader nog militair was, is hij geplaatst geweest in Duitsland. Drie jaar lang zijn we parttime in Duitsland gaan wonen. Nee, we woonde er niet de hele tijd, maar een paar maanden daar en een paar maanden in Nederland. Wij woonde in Buren neben Haren vlakbij Düsseldorf. Die neben is nog een overblijfsel uit die tijd. Ik zeg nooit Buren bij Haren vlakbij Düsseldorf. “In Nederland heb je ook een Haren en een Buren en zo weet iedereen meteen dat ik Duitsland bedoel,” is dan mijn ‘logische’ uitleg.

Ook iets uit die tijd is, dat wij altijd kinderprogramma’s keken op de Duitse zenders. ‘Das programm mit der Maus’ herinner ik me nog erg goed. Jaren lang dacht ik dat mijn vader mij Mousje noemde vanwege dat programma, maar dat bleek niet zo te zijn. Het had echt te maken met de Disney muis. Tegenwoordig heb ik een hekel aan Duitse TV. Al dat nagesynchroniseerde bij een niet Duitse film of serie, daar word ik kriegel van. Op de één of andere manier kan ik die film dan niet meer serieus nemen. Nu kon je de films van Terrence Hill en Bud Spencer toch al niet serieus nemen, maar dat waren toch echt de eerste nagesynchroniseerde films die ik heb gezien. En ik toen maar denken dat Terrence Hill en Bud Spencer Duitsers waren.

Nee koeienstront ruiken, dan denk ik aan het platteland waar we zaten. De herberg van Onkel Fritz waar mijn zusje drinkglazen kapot beet. Ons appartementje boven Suzie, onze Turkse onderbuurvrouw die heel lief was en lekkere snoepjes had. Het winkelwagentje in een hele grote supermarkt dat omviel omdat mijn zusje er aan ging hangen. Het grote plein waar drie nationaliteiten aan militairen stonden voor een vaandel overdracht en de Belgische kleuterschool waar ik op zat.

Jaren lang ben ik er trots op geweest dat ik in Duitsland gewoond heb en dat ik heel goed Duits sprak. Tegenwoordig is het meer een onderdeel van Mous geworden. Ik spreek bijna nooit meer Duits en echt trots ben ik ook niet echt meer op het feit dat ik in Duitsland heb gewoond. Dat heeft weinig te maken met de geschiedenis, maar meer met ouder worden. In de loop der jaren was het niet meer uniek of gewoon niet belangrijk meer. Laat mij maar gewoon aan Duitsland denken als ik koeienstront ruik. Ook als ik in Frankrijk ben, want dat maakt voor de associatie van de geur met herinnering, niks uit.

Het jeukt al als je er aan denkt

13 september 2015

Het jeukt al als je er aan denkt. Hoofdluis. Vroeger dacht men altijd dat het gepaard ging met slechte hygiëne, maar dat is al heel lang achterhaald. Inmiddels weten we beter, maar toch is nog niet altijd iedereen overtuigd. Als er weer hoofdluis geconstateerd wordt bij mijn kinderen in de klas, krijg ik al jeuk. Ik begin te krabben op mijn hoofd en ben tegelijkertijd verdrietig.

Luizenbol! Vlooienbaal!

In de tweede klas lagere school kreeg ik voor de tweede keer hoofdluis. Zeker weten had ik het van een klasgenootje overgekregen, maar die speelde de moordende onschuld. Maar goed ook voor haar, want toen mijn moeder het meldde bij de leraar mocht ik voor in de klas komen. “Zij heeft hoofdluis, dus jullie krijgen daarom deze brief mee naar huis.” zei de leraar. Daarmee luidde hij voor mij het pesttijdperk in mijn leven in. Luizenbol! Vlooienbaal! Waren woorden die pijn deden. Later werden het zinnen, werd ik geduwd, geschopt en geslagen. De pijn is al ver weg, maar soms borrelt die nog wel eens op.

Tegenwoordig

Tegenwoordig zit men meer op het pesten en zal een leraar niet snel zo’n stunt uithalen. Met lood in mijn schoenen heb ik dus vanmiddag een mail opgesteld naar de juffen van de meisjes. Bij controle thuis bleek dat ze allebei hoofdluis hebben. Ze worden inmiddels behandeld. Morgenmiddag zal er wel een mail naar alle ouders uitgaan. Er is hoofdluis geconstateerd, dus controleer uw kind extra. Gelukkig heb ik hier een aantal kammen liggen, shampoo, lotion en omgevingsspray. Wij zijn dus meteen aan de gang gegaan.

Eerst lezen voor je begint.

Gisteren zijn de meisjes gekamd en met lotion behandeld. Daarna nog een keer kammen en toen naar bed gegaan. Vanmorgen heb ik ze eerst met crèmespoeling ingesmeerd en ben ze daarna gaan kammen. Ik vond nog wat levens in hun haren. Daarna heb ik ze gewassen met gewone shampoo en vervolgens nog een keer met lotion behandeld. Nu heeft Nieks heel dik haar en is dus extra moeilijk te behandelen. Maar goed daarna nog eens goed alles uitspoelen en nog een keer kammen. We hebben al het beddengoed afgehaald en knuffels en zijn alles gaan wassen. Inmiddels zit was vijf in de machine, vier in de droger en drie al gevouwen en opgeborgen. Het houd je bezig. Net dacht ik; “Joh laat ik een blog maken over deze irritante rotbeestjes. Even kijken of ik wat informatie kan gebruiken uit andere sites.” Dat doe ik altijd. Dingen controleren en kijken wat voor mij bruikbare en vooral juiste informatie is. en wat lees ik bij de RIVM:

Hoofdluizen zijn kleine beestjes die leven op warme en behaarde plekjes op het hoofd. Daar houden ze zich in leven door het zuigen van bloed. Ze kunnen zich vooral snel verspreiden onder kinderen. Daarom is het belangrijk vaak te controleren. Grijp meteen in als u hoofdluis ontdekt. Twee weken lang elke dag kammen met een fijntandige kam is de beste aanpak. Het wassen van spullen zoals beddengoed, kleding of knuffels is niet nodig. Luizen verspreiden zich via haar-haar-contact.

Potverdorie voor niks die kids gefrustreerd omdat hun knuffels nog niet droog zijn. Tja Mous, misschien is het handig als je eerst jezelf inleest voor je als een gek aan de gang gaat! Maar goed we lezen verder:

Hoofdluis kun je krijgen van iemand die hoofdluis heeft. De luizen lopen van het ene hoofd naar het andere. Ze verplaatsen zich niet via kleding, beddengoed of knuffels. Kinderen en jongeren (met lang haar) hebben vaker hoofdluis, omdat ze tijdens het spelen vaak letterlijk met hun hoofden bij elkaar zitten.

Hoofdluizen zijn niet schadelijk, maar vooral vervelend. Ze zorgen voor veel jeuk. Om te voorkomen dat hoofdluis een hardnekkig probleem wordt, is het belangrijk om regelmatig het haar te controleren. Als kinderen in een klas hoofdluis hebben, is het belangrijk dat de kinderen met hoofdluis tegelijkertijd worden behandeld. Zo kunnen de kinderen elkaar niet telkens besmetten.

Ja hoor daar gaat mijn verhaaltje wat ik net aan de kinderen verteld heb. Luizen kunnen ook via je jas overlopen. Ik ben ook bij de luizenweetjes gaan kijken van het RIVM. Verbazingwekkend eigenlijk. Mijn man heeft ook last van jeuk, maar aangezien die nagenoeg kaal is en ik niet zie, heeft hij ook niks. Nee hij heeft gewoon last van het woord hoofdluis. Dat woord zorgt bij het lezen of horen al voor een flinke dosis jeuk.

 

Pesten op de werkvloer

8 maart 2015

“Jou maak ik kapot. Net zoals ik je vader kapot heb gemaakt.” Ik word bleek en vlucht de wc uit. Dat mens is gek. Waarom heeft ze zo’n hekel aan mij? Wat heb ik haar ooit aangedaan? Mijn vaders carrière heeft ze inderdaad kapot gemaakt. Zij en haar huidige man. Ze namen wraak voor iets waar mijn vader niet eens iets aan kon doen. Waar eigenlijk haar man debet aan was. En nu moest ik het ontgelden. Mijn vader hadden ze immers niet kapot gemaakt. Ja hij was zijn baan kwijt en dat net voor zijn FLO, maar had weer een nieuwe baan en die betaald nog meer ook. Zou ze daarom een hekel aan mij hebben?

Ik begon me ook af te vragen of zij achter die aangeplakte berichten zat. Toen ik in Dongen ging werken hingen er overal artikelen over mijn vader. Daarbij hadden ze de tekst gezet “Zo vader zo dochter. Niet te vertrouwen.” Je begint dan al met een achterstand. Als dan ook nog eens je baas een hekel aan je heeft vanwege je achternaam dan vecht je een verloren strijd. Mijn collega had het snel in de gaten en maakte er handig gebruik van. Ik heb het er nog ruim 2 jaar vol gehouden. Gek genoeg kon ik geweldig goed opschieten met mijn commandant en heb ik daar mijn man leren kennen. Het was alleen niet genoeg voor mij om te blijven.

Hoewel ik zelf les gaf in functioneringsgesprekken onderging ik het mijne. Er klopte geen hout van. Ik werd in een hoek gedreven en te verstaan gegeven dat ik niet deugde, niet in de groep paste. Gelukkig was op mijn werk niks aan te merken. Ik voelde me minder en minder op mijn gemak. Niet wetende dat het voorbedachte raden was. Mous wegpesten was wat ze wilde. Was ik maar naar mijn commandant gegaan toen. Waarschijnlijk had ik dan nog steeds een baan gehad. Maar toen dacht ik een juiste keuze te maken.

Twee jaar lang was ik getreiterd op mijn werk. Mijn schouders en nek zaten vast. Ik moest daar gewoon weg. Het heeft lang geduurd voor ik weer mensen vertrouwde en dan met name mijn direct leidinggevende. En ineens stond die feeks weer voor me. Zou zij er toen ook achter gezeten hebben. “Jou maak ik kapot. Net zoals ik je vader kapot heb gemaakt.” Die woorden blijven na galmen. Ik praat er met niemand over. Als ik later merk dat vooral collega’s van buitenaf een slecht beeld van me hebben weet ik eigenlijk genoeg. Het maakte eigenlijk mijn beslissing makkelijker. Weg te gaan daar waar ik bijna 12,5 jaar gewerkt heb.

Inmiddels weet ik dat ik goed ben in mijn werk. Ik heb als ZZP-er nu al veel klussen gedaan. Heel zelfstandig gewerkt op een veel hoger niveau. Daar kon ik heerlijk mezelf zijn, zonder dat ik tegengewerkt werd. Mensen die me waardeerde om mijn kwaliteiten en om de persoon die ze leerde kennen. Niet om wat ze via via hebben horen zeggen. Gek hè, dat je weggepest kan worden op je werk terwijl er zo veel anti pesten gedaan wordt op scholen. Schijnbaar zijn roddels toch belangrijker als de waarheid. Roddels, een middel voor pesters om iemand ten gronde te richten. Of liever pogen te richten.

Net zoals pesten op school is pesten op de werkvloer niet oké.

Heb jij wel eens te maken gehad met pesten op de werkvloer?

En langs het tuinpad van mijn vader

26 oktober 2013

 

“Zag ik de hoge bomen staan Ik was een kind en wist niet beter Dan
dat het nooit voorbij zou gaan.” Ken je dat, dat je opstaat met een
liedje in je hoofd ….

Het Dorp

Van Wim Sonneveld. Zo’n mooie beschrijving van een veranderend dorp.
En wat gaat het snel achteraf. Als kind schaats je op de weilanden om de
hoek. Als tiener zijn er al twee rijen huizen gebouwd op die plek en
als jong volwassenen staan er twee hele nieuwe wijken. Nu heb ik Wim
Sonneveld met mijn 40 jaar amper gekend, maar zijn liedjes leven voort.
En vooral bij dit liedje stromen de herinneringen.

Kaatsheuvel was zo’n dorp. Een boerendorp met de Efteling al weer 61
jaar als themapark daar. De geschiedenis van het park gaat echter terug
tot de jaren dertig, toen op de plaats van het huidige park een sport-
en wandelpark werd geopend. Hoewel het park in de beginjaren nog
voornamelijk was bedoeld voor ouders met kinderen tot circa twaalf jaar,
is dat tegenwoordig een echt familiepark voor jong en oud.
Ja wij woonde daar vlak bij en toen ik 8 jaar was hadden we thuis
allemaal een seizoenskaart. Samen met klasgenootjes naar de Efteling.

Voor die tijd speelde we lekker op straat, tussen het mais en op
braak liggend land. Met de stapels keien die er lagen bouwde we onze
hutten, speelde soldaatje, indiaantje of wat ook. Pijltjes vouwen, in
bomen klimmen en kattenkwaad uithalen.
Ik weet nog goed, de boer haalde zijn prikkeldraad weg, de brandweer
kwam om de natuur een extra handje te helpen en twee tot drie dagen
later hadden wij onze schaatsbaan, bijna naast de deur.

Op het hockeyveld met elkaar spelen, door de bossen banjeren,
kastanjes plukken uit de bomen die naast het veld lagen. De jagers
opjagen want we vonden het zo zielig voor de fazanten en konijntjes.
Achteraf levensgevaarlijk, maar wij vonden dat goed.
De boer mee helpen koeien opjagen in communiejurk en nooit meer een
weiland met koeien in durven omdat de koe rechtsomkeer maakte en achter
ons aanging. Nu ja voornamelijk achter mijn zusje aan. Franse of
Nederlandse koeien, het maakte niet uit, ze waren dol op mijn
zusje.Vooral als je het positief wilt benaderen.

“Toen ik langs het tuinpad van m’n vader
de hoge bomen nog zag staan.
Ik was een kind, hoe kon ik weten
dat dat voorgoed voorbij zou gaan.”

Daar kwam een muisje aangelopen.

25 december 2014

Dat je op kerstdag aan muizen denkt. Ik hoorde vannacht wat en dacht brrrr een muis, maar in dit huis waar ik toch al weer ruim 7 jaar woon heb ik nog nooit een muis gezien. Hoe kan het ook anders met drie poezen. Hoewel de buren hebben ook een kat en wel muizen.

Ik heb een hekel gekregen aan muizen toen er eentje ontsnapte via mijn hoofd. Ik was toen een jaar of 10 en had een muis betrapt in de ton vogelvoer. Ik wilde hem eruit halen en had even niet in de gaten dat die mijn stok zou gebruiken als loopplank en mijn hoofd als springplank. Sindsdien vind ik muizen smerige beesten en goed genoeg achter glas of als voer voor andere beesten.

Snooker, inmiddels al in de kattenhemel, vond het leuk iedereen te betrekken in haar muizenvangspelletjes. Buiten de typische “Hier baasje een muis speciaal voor jouw gevangen.” had ze ook andere spelletjes. Mijn mooiste herinnering is dat ze samen met twee Duitse Doggen met een muis aan het spelen is. Zodra de muis ontsnapt jagen de twee Doggen de muis uit de bosjes zodat Snooker er weer een paar keer tegen aan kan tikken. De muis heeft het wel een half uur uit gehouden. Best knap toch?

Toen ik het huis uitging en in Tilburg ging wonen, woonde ik vlak bij het reptielenhuis de Oliemeulen. Voor wie er nog nooit is geweest, een echte aanrader. Buiten reptielen hebben ze ook vogels, roofvogels (inclusief show). Aapjes en andere dieren. Erg leuk en leerzaam voor kinderen. Mijn ouders echter, dachten dat ze van vissen over moesten gaan naar reptielen. Eerst het kleine werk en daarna de slangen. Je mag drie maal raden wat Mous mocht doen. Jawel de muizen halen bij de Oliemeulen en meenemen als ik toch die kant op kwam. En anders toch wel.

Nee muizen vind ik al niks maar van slangen gruwel ik helemaal. En toen maakte mijn vader de fout om te vragen er even bij te blijven als de slangen hun muis kregen. Gatverdamme! Ik zou ze dan uit elkaar moeten halen als de een probeert de muis van de ander op te eten. Want ander eten ze elkaar op. “Nou ik let op, maar jij zorgt dat je hard kunt rennen als ik je roep.” Was dan ook mijn antwoord. En reken er maar op dat mijn vader hard kwam aanlopen toen ik m riep.

Ondanks mijn twee poezenbeesten die ik in Tilburg al had, dacht toch een muis dat ie veilig bij ons kon wonen. Mijn poezen hadden heel veel stoffen muisjes. Allerlei kleuren van roze, rood, blauw, zwart, wit, grijs etc. Elke dag speelde ze daar mee en deze bediende zorgde dat haar poezenbeesten er elke dag mee konden spelen. Ik mocht ze met de bezem onder de banken en kasten vandaan halen en op een hoop in de woonkamer leggen.

Op een dag kwam ik thuis en er lagen een hoop muizen in de gang. En in het voorbijgaan zag ik een beetje rood bij een muis. Ik loop terug en kijk nog een keer. Verrek die heeft wel een hele lange staart vergeleken bij de rest. Goh en geen kopje meer. En rood daar waar het kopje heeft gezeten. Gatverdamme dat was een echte. Ja eigenlijk nog steeds maar hij deed t niet meer. Met een tissue pakte ik de staart en mikte m zo in de kliko.

Muizen kunnen ook best plat zijn. Nog bij mijn ouders had ik een tweepersoons matras op de grond. Daaronder zo’n Frans matras die bestaat uit twee delen, niet te tillen zo zwaar en niet op te liggen zo stug. Om de 3 á 4 maanden verbouwde ik mijn kamer. Dan ruimde ik ook grondig op en daar lag ie. Zo plat als een dubbeltje onder het onderste matras. Een platte muis.

Maar een twilight muis moet je ook niet tegenkomen. Dat is een muis met gevoel voor drama. Mijn kamer lag bezaaid met papieren en in een hoekje bij de verwarming stond een schoteltje met van die roze korreltjes. Nog net geen bordje erbij met “heerlijk voor muizen” erop. Het proefwerk leren wilde niet lukken en opruimen ging ik niet meer doen, dus ik knipte het licht uit.

Ineens hoor ik eerst snel en steeds langzamer trippel trippel trippel over mijn papieren. Mee dat ik het licht aanknip hoor ik een plof en zie een muis zo omvallen. Wat een horror gevoel had dat ding. Brrrrr Mijn hart in mijn keel. Ik heb toen mijn vader en moeder erbij geroepen. Zij kwamen niet meer bij. Ik heb die nacht met licht aan geslapen. Evil dead was er niks bij.

Er kwam een muisje aangelopen, maar dat waren toch mijn meest memorabele muis ervaringen. En dat als kerstgedachte 😉

Hele fijne dagen toegewenst en dat hij mag beginnen met een lach.

Wat je beslist niet moet doen

5 september 2013

In het was donker op straat sluit ik af met: “Slapen gaat me nog steeds slecht af. En zeker na een onaangekondigd bezoek. Maar daar …. Vertel ik een andere keer wel over 😉 ” Hier het vervolg.

Wat je wel moet doe en zij niet

Ik woonde in het centrum van Tilburg in een studentenhuis en dartte al jaren. Die keer moest ik net aan de andere kant van centrum zijn. Een wandeling van niks, dus mijn fiets bleef op stal. Na een gezellig avondje darten met het team waar we alleen de bierronde hadden gewonnen ging ik weer op huis aan. Niet te laat want de volgende dag moest ik werken. Zeker niet veel gedronken ook met diezelfde rede.

Ik liep naar huis en daar kwam ik hem tegen. “Hé schatje!” En ik dacht gewoon doorlopen en negeren die hap. “Hé schatje! ik vind jou wel lief.” En ondertussen pakte hij mij bij mijn schouder vast. De bierlucht kwam me tegemoet en ik werd misselijk. “Laat me los en ga weg!” Zei ik boos, maar kon niet voorkomen dat mijn stem trilde. Ondertussen pakte ik mijn dartpijlen in de ene hand en mijn huissleutels in mijn andere hand en deed ze tussen mijn vingers. Nog twee keer hield hij me staande tot ik een jong stelletje zag en ze heel amicaal aansprak. Ze begrepen me meteen en brachten me naar huis. Daar bleven ze tot de politie arriveerde. Jammer dat ik nooit heb gevraagd hoe ze heette, maar ik ben ze eeuwig dankbaar.

De politie (een man en vrouw) waren er vrij vlot. Ze namen heel mijn verklaring op en ik kreeg me toch een uitbrander. Ik zou het uit hebben gelokt door alleen over straat te lopen op dat tijdstip. Te verbouwereerd om iets terug te zeggen en eigenlijk nog meer gestraft.

Een op de tien

Een op de tien vrouwen is ooit verkracht geweest. Helaas ik ben er ook één van. En gelukkig werd het geen tweede keer. Maar ik sliep tijden lang erg slecht. Mijn toenmalige vriend besloot dat we toch maar beter konden samenwonen en ik trok bij hem in. Een jaar later kochten we ons huis. Ik heb nog een line-up gehad. En ik keek naar een serieverkrachter/aanrander in Tilburg. Of hij bij mij ook die poging had gedaan. Ik keek naar hem en dacht; “Nee dit menen ze niet serieus?” Voor mij achter het glas stond een gastje. Blank, 1.65 m groot en misschien 70 kilo. Ik was 85 kilo en 1,70 m. En ik was echt verbaasd. Ik vroeg aan de agent die bij mij stond “Meneer wat denkt u dat ik met hem had gedaan?” Nu werd ik verbaasd aangekeken. Die van mij was tenminste 1.85m en had krullen. Op deze ga ik zitten en hijs plat!” We schoten in de lach. Een lach van de zenuwen. Maar ik schrok toen ik hoorde dat hij verdacht werd van 8 verkrachtingen en even zoveel pogingen tot.

Pas jaren later hoorde ik van een rechercheur dat die agente dat nooit had mogen zeggen en zelfs niet denken. Dat het zeker niet mijn eigen schuld was. Dat ze normaal gesproken iemand sturen van zedenzaken. En dat ik zeker heel goed gehandeld had. Maar niet voordat…

Wat was dat!

We woonde samen in ons nieuwe huis. Ik lekker vertrouwd tegen de muur. Heerlijk die kou tegen mijn gezicht. Maar plots hoorde ik een doffe knal. “Wat was dat!” En mijn toenmalige vriend werd wakker. Hij stapte het bed uit en keek uit het raam. “Er staat iemand aan de achterdeur” en hij doet het raam open. “Wat ben je aan het doen?” Hoor ik hem zeggen. “Mous ga de politie bellen!” Maar wat doet Mous. Die vliegt naar beneden en met moeite en een paar keer trekken krijg ik de deur open en rent achter de inbreker aan. Halverwege de brandgang kom ik erachter dat ik niks aanheb behalve een t-shirt. Mijn vriend had me bijgehaald en zei “Naar binnen jij! Aankleden en de politie bellen.” Er gaat een knop om. En ik loop terug, kleed me aan en bel de politie.

De inbreker had de poort intrapt, daarna de schuurdeur om gereedschap te pakken om vervolgens te proberen bij ons binnen te komen. Maar bij ons stak de sleutel schuin in het slot. Daardoor kreeg ik heel moeilijk de deur open. Vermoedelijk een junk.
Ik kreeg goed op mijn kop toen de politie er was. Maar ze waren zo lief even een kop thee te zetten voor me. Ik begon zo hevig te trillen toen ik realiseerde wat er gebeurd was. Ik kan niet garanderen dat ik er niet weer achteraan vlieg. Maar man man man wat slaap je slecht de weken erna.

Nu heb ik twee grote honden die erg waaks zijn. Maar ook als zij aanslaan zit ik rechtop in bed en ga kijken. Het is inmiddels al twee keer voorgekomen dat er in de straat werd ingebroken en dat mijn beestjes zijn aangeslagen. Ik heb helaas niks gezien, want zomaar de straat op doe ik maar even niet. 😉

Het was donker op straat

4 september 2013

Ik ben altijd al een lichte slaper geweest. Soms is dat handig, maar meestal erg vermoeiend. Het is voor mij dan ook zeldzaam dat ik niet wakker word als een van de kinderen zachtjes de slaapkamerdeur open maakt en onverstoord tussen ons of naast haar vader gaat liggen. Ook ben ik heel angstig..

Evil dead

Mijn psycholoog legde me uit dat ADD ook samen gaat met angsten. Ik neem dat graag van hem aan. Als ik ziek was had ik altijd dezelfde nachtmerries. Een bal die stuiterde en groter en groter werd was het toen ik nog jong was. Tegenwoordig is het leeuwen die me in een boom jagen en wachten tot ik val. Ik kroop altijd in een hoekje van mijn bed tussen de koele muur en de rand van mijn bed. Het liefst met mijn licht aan. Ik was altijd bang. Checkte mijn bed, onder mijn bed in de hoeken. Ik kon niet naar de hulk kijken want dan sliep ik nachten slecht. Horror films waren helemaal uit den boze.

Op een keer bleef ik logeren bij mijn nichtje in België. Zij hadden een paar films gehuurd. Kom het regent we gaan film kijken. En toen ik de cover zag wilde ik eigenlijk al niet meer. Ik was 11 jaar, maar nee een horror film is niets voor mij. Ik kreeg een kussen in mijn hand geduwd en de film werd aangezet. Wat een gruwelijke film. Ik heb nachten bijna niks geslapen. Van ellende mijn ouders opgebeld om me te komen halen. Ik kon er niet meer tegen. Mijn ouders kregen een neuroot terug. Ik heb jaren met licht aan geslapen totdat mijn buren mijn ouders vroegen waarom er toch altijd licht op de zolder brandde. Toen moest het licht uit.
We woonde in een vrijstaand huis en hadden vogels, konijn, kat, honden en vissen. En daarmee kwamen er ook wel eens muizen. Mijn kamer was altijd een puinhoop. Overal lagen papieren en boeken op de grond. Nee geen kleding en etenswaren, maar veel papierwerk. Ik begon overal aan en maakte niks af. Niet wetende … juist ja ADD.

Op een nacht hoorde ik heel snel trippel trippel trippel over mijn papieren. Het getrippel werd steeds langzamer en mee dat ik het licht aan doe zie ik m omvallen. Jakkie bah een muis viel zo dood neer. Goed spul hè die… Nee niet fishersmansfriend, maar rattengif. Maar voor mij weer een reden om slecht te slapen.

April 1992

Ik weet zeker dat als ik daarbij zet 13e om 3.20 uur s’ nachts dat er bij een aantal al een lichtje gaat branden. Wij woonde in Kaatsheuvel. Toch best ver er vandaan, maar ik zat recht op in mijn bed. In mijn t-shirt en onderbroek rende ik twee trappen naar beneden en deed de voordeur open. Mijn ouders waren wakker geworden van mij. “Mous wat ben jij aan het doen?” Met een wit gezicht en ogen groot en stotterend omdat ik veel wilde zeggen maar de woorden niet wilde komen; “Hettt hhhhuis stort in!” “Schat er is niks aan de hand ga naar bed!” Na een kopje warme melk ging ik naar boven.

De volgende morgen rende mijn vader de trap op. Eerst naar mijn moeder daarna naar mij. Er was een aardbeving geweest vannacht. Op het tijdstip dat Mous beneden stond. En dat was in Kaatsheuvel terwijl het epicentrum bij Roermond lag. Het was de krachtigste beving ooit in Nederland gemeten. 5.8 op de schaal van Richter. Slapen gaat me nog steeds slecht af. En zeker na een onaangekondigd bezoek. Maar daar ….

Vertel ik een andere keer wel over 😉

Een foto’s in woorden

16 maart 2015

ICM107B ICM107B

“Jilke weet jij wie dat is op de foto?” “Jaahaaa mama dat is tante Chantal. Wanneer mag ik weer naar de school van tante Chantal.” Tante Chantal is mijn zusje, drie jaar jonger en de slankste uit de familie. Ze heeft haar eigen kinderdagopvang die de Toverdroom http://www.detoverdroom.nl/  heet. Jilke mocht, toen ik ziek was, bij tante Chantal logeren en een paar daagjes op het kinderdagverblijf spelen. Dat is haar heel goed bevallen. Want buiten met andere kindjes spelen, kon ze ook met haar 6 maanden oudere nichtje spelen. Zo leuk om die twee bezig te zien. Maar voor wat de foto betreft zat ze er helemaal naast.

“Nee schat. Dit is mama op die foto.” “Maar jou haar is anders en je bent niet dik.” Slik. Kinderen kunnen ook altijd zo direct en eerlijk zijn. “Nee schatje mama is nadat jullie geboren zijn donkerder en grijzer geworden. En ik was toen 75 kilo. Dus een stuk lichter als nu.” De foto is van 2003. In 2001 ben ik van mijn ex afgegaan. Ik ging toen werken in Dongen en daar verkocht iemand Herbalife. Met behulp van Herbalife ben ik toen van de 90 kilo naar de 75 kilo gegaan. Ik heb tot april 2006 dat gewicht gehad en toen ben ik gestopt met roken. De kilo’s vlogen eraan. Ook de zwangerschappen hebben hier en daar voor minder lijn gezorgd. Inmiddels ben ik weer aan het afvallen en zit ik weer in een maat 46. Ik kwam van 52 af.

Ik kijk nog eens goed naar de foto. Ja eigenlijk lijken we wel op elkaar, mijn zusjes en ik. Ik lach op die foto, maar eigenlijk weet ik niet eens meer waarom. Ik was trots op mijn uiterlijk toen. In mijn maatje 42 voelde ik me goed. Hoewel het op mijn werk een rot periode was. Ik weet wel dat ik met mijn moeder en een ander zusje Juliette aan het praten was. Juliette heeft altijd zo’n aanstekelijke lach. Als die iets aan het vertellen is moet je gewoon mee lachen. Zo vertelde ze een keer dat haar buik zo aan het schudden was van het lachen. Omdat ze begon te lachen schudde haar buik en bij iedereen rolde de tranen over de wangen van het lachen.

PICT0456 PICT0462

Ik vind het af en toe heerlijk om foto’s te bekijken. Ik heb er niet veel van mezelf omdat ik meestal de foto’s neem. “Ik blijf niet plakken” zeg ik als er toevallig wel iemand een foto van mij wil nemen. Ik blader in de map verder en zie een foto van drie puppie Duitse Doggen. Wat een verdriet hebben mijn ouders al gehad met honden. Deze drie waren zulke schatjes, maar Belle de zwarte moesten ze wegdoen omdat Bo en Belle niet samen konden. Stitch de gevlekte moesten ze in laten slapen omdat die Bo had aangevallen en bijna kapot gebeten had. En Bo overleed in Frankrijk aan de gevolgen van een hartstilstand. Ze was nog geen 4 jaar oud. Belle zien we af en toe, maar die is nu best oud.

Soms roepen oude foto’s hele leuke gebeurtenissen op of geven je een fijn gevoel. Soms juist niet en wordt je verdrietig. Voor een buitenstaander is een foto een kiekje van dat moment. Maar als je zelf naar een foto kijkt dan blijft het niet bij dat moment van knippen. Je wordt weer meegenomen terug in de tijd. Een tijd vol herinneringen en in gedachten veel woorden die bij de foto horen.