Archieven

Duke van Stichting Poor Animal 2.

20160528_170338

Het is zaterdag 28 mei en ik rijd met Jilke naar Friesland om de twee Ierse Wolfshonden op te halen. Ze zijn voor mijn moeder en het zijn herplaatsers. Helaas kan de eigenaresse niet meer voor ze zorgen. Liefde, eten en opvoeding hebben ze goed gehad, maar medisch schort er wel wat aan. De eigenaar is in tranen als ik weg rijd en het raakt me enorm. Ik beloof plechtig goed voor deze twee Ieren te zorgen, net zoals ik foto’s en updates zal sturen. De weg naar huis voelt alsof we een zeer kostbare vracht bij hebben.

20160529_110037

Als ik na een dag terug kom thuis met de twee kalven en ik bekijk ze eens goed, schrik ik een beetje. Potverdorie, die staart is ontstoken en zij kan er niet vanaf blijven. De ander zijn de oren nog fors rood en heeft ze lelijke plekken op haar rug. Wat nu? Ik overleg even met mijn ouders en die melden dat ik dan naar twee dierenartsen moet en die zijn maandag pas open. En wat moet ik nu met Duke. Die gaan we morgen ophalen, maar deze twee nemen en veel ruimte in, haten mijn katten en zullen onder het mes moeten. Hoe ga ik dat doen? Ik besluit die avond dat ik mijn katten maar even in de kattenkamer houd zolang deze twee joekels er zijn.

20160531_203118

Zondag ochtend bel ik Jannie op van Stichting Poor Animal met de vraag of ik Duke toch niet later op kan halen. Als ik uitleg dat ik twee Ieren uit Friesland heb opgehaald die een tijdje bij mij logeren, maar nodig medische hulp nodig hebben vraagt ze wat er aan mankeert. Ik begin bij de staart van Kiki, dat ze niet geënt en gechipt is. Dark heeft een fikse dubbele oor ontsteking, smet plekken op de huid, moet gechipt en geënt worden. Als Jannie mij zo aanhoort zegt ze dat ze iets zal proberen te regelen want ze moet toch naar de dierenarts. Ze zal me later op de dag wel terugbellen. Ik sta perplex. Wat een warm hart heeft die vrouw voor deze trouwe viervoeters. Ze kent deze honden niet en ze heeft mij pas twee keer gezien. Die middag belt Jannie terug. Ik kan morgen gelijk terecht met de honden. Enten, chippen, oren, huid en operatie wordt dan allemaal gedaan en zij heeft geregeld dat ik het via haar, en dus goedkoper kan laten doen. Wauw! Dit vind ik wel zo lief. Want laten we eerlijk zijn! Ik zag de bui al hangen.

Als ik maandag aankom met de honden, wordt alles gedaan. Jannie doet zelf het gebit bij de ene hond en knipt diens nagels. Ze regelt voor mij medicijnen, een deken en noem maar op. Elke hond in de wachtkamer krijgt een aai over zijn bolletje en een vriendelijk woordje. Daarnaast regelt ze de boel. Wat een vrouw zeg! De ene hond wordt klaargemaakt voor de operatie en de andere neem ik mee naar huis. Daarna ga ik weer naar de Stichting Poor Animal, want ik moet nog wat spullen ophalen. Een zalfje hier, een pilletje voor dit en een spuitje voor dat. Samen wachten we op het telefoontje dat ik de Ier op kan halen. Om het wachten iets aangenamer te maken worden hapjes en drankjes op tafel gezet. Ik reken af met Jannie, geef Duke een aai over zijn bolletje en dan ga ik.

20160601_151956

Als ik later die week langs ga, vraag ik Jannie waarom ze dit voor mij heeft gedaan. Haar antwoord is helder; “Jij hebt kleinschalig gedaan wat wij grootschaliger doen. Honden helpen daar waar het kan.” Tranen schieten in mijn ogen. Wat ongelooflijk lief. “Wij halen niet alleen honden uit het buitenland, maar ook van andere kennels, stichtingen en marktplaats. Allemaal herplaatsers. Als we puppy’s hebben dan komt dat omdat de teef die we hebben opgehaald dan al zwanger blijkt of omdat er een nest is gevonden. Heel soms, als de teef nog niet gesteriliseerd is, kan er een ongelukje plaatsvinden. Bewust fokken we niet.”Ik had al begrepen dat Jannie niets verdient aan deze honden. De meeste komen immers uit het buitenland. Dus naast de reiskosten zijn er ook nog de chip, enting en sterilisatie of castratiekosten. Nog los van ruimte, voer en overige kosten. Nee voor Jannie en Martin is dit hobby met het motief ‘liefde voor de hond’.

Carla heeft een aantal jaren in Spanje gewoond en ook zij verteld me over hoe de situatie daar is. “Het ergste wat ik heb meegemaakt is, dat ik geen plaats had om een hond op te vangen en diens eigenaar het beest voor mijn ogen de keel door sneed en zo de container in gooide. Dat beeld heb ik nog steeds op mijn netvlies staan.” verteld ze. Ik ben onder de indruk van hun verhalen.

20160611_142257

Mijn man en ik wilde geen pup. Niet in ons drukke gezin met jonge kinderen. We wilde een herplaatser een tweede kans geven. Ik ben blij dat we Duke straks op kunnen halen bij deze Stichting. We hebben afgesproken dat Duke pas komt op het moment dat deze twee naar mijn ouders zijn.

Duke van Stichting Poor Animal 1.

20160526_115148

Angel is dood. Ons laatste maatje is van ons heen gegaan. Ik wil een nieuw maatje. Ik kan niet zonder een hond. Lex, mijn man, wil het over de vakantie tillen, maar ik niet. Ook Lex is een hondenmens. Binnenkort komen er twee Ieren logeren hier. Daarna hebben we plaats voor een nieuwe hond. Ik kan het niet nalaten om te gaan zoeken. En dan loop ik tegen een Cao da serra da Estrela aan die in Prinsenbeek zit bij Stichting Poor Animal. Ik zoek de eigenschappen van die hond erbij en het is precies wat wij zoeken in een maatje. Waakzaam, gezinsgericht en ook alles wat om het gezin heen hangt. Wat een mooie honden! We zijn verkocht.

Ik ga kijken op internet of ik meer kan vinden over de Stichting. Eigenlijk net zoveel positieve als negatieve referenties. Als ik kijk naar de negatieve, dan is het veel van mensen die lijken te klagen om te klagen. Een paar dingen vind ik wel serieus, maar dat wil ik graag zelf zien. Ik bel op naar de Stichting en hoor dat die hond al weg is, maar ze hebben nog wel een zelfde hond zitten. Die wil ik best komen bekijken. Ik maak een afspraak voor donderdag.

20160526_114801

Als ik aankom, word ik verwelkomt door Carla. Zij laat me Duke zien en verteld alles over hem. Hij is eigenlijk van Jannie en Martin, de eigenaren van de Stichting. Ik ben meteen verkocht. Wat een schat van een hond. Beetje dominant en super speels, maar zachtaardig. Ik maak wat foto’s en dan na een paar minuten laat Carla me de rest van de Stichting zien. Het oogt ruimer, ziet er schoner uit en ruikt beter als menig kennel. Als we één van de honden zien plassen tegen een mand, wordt er meteen schoon gemaakt. De dieren leven in een roedeltje, met een enkeling apart die of niet samen kan met andere, of aan het herstellen is. Ik krijg wat foto’s te zien van een paar van de viervoeters. Foto’s van toen ze gevonden werden en voor ze geopereerd waren. Sommige zijn wat angstig, maar over het algemeen zijn ze nieuwsgierig. Manden met honden dekens, speeltjes en genoeg ruimte buiten en binnen. Ik denk aan een paar van die klachten en kan die meteen wegstrepen. Nee wat ik gezien heb en wat ik gelezen heb is echt iets anders.

De eigenaresse komt binnen en ze is even stug. Als ze hoort dat ik kleine kinderen heb, waarschuwt ze me met Duke. Hij is onstuimig. Als ik hem echt wil, moet ik met mijn kinderen komen en pas dan besluiten. Na even met elkaar praten, komt ze los. Ze begint te vertellen over de honden en over opvoeden van honden. Waar ze vandaan komen en nog veel meer. Eigenlijk is ze wel aardig. Je moet er even mee praten. Zo ben ik ook, geworden nadat ik een paar keer mijn neus heb gestoten door bedrogen te zijn. Met een goed gevoel neem ik afscheid van Jannie en Carla en ga naar huis. Als ik die avond bel naar de Stichting, om door te geven dat ik de volgende dag met mijn kinderen kom, krijg ik Martin aan de lijn. Als die hoort dat ik met mijn kinderen kom voor Duke begint die op te sommen waarom ik daar niet aan moet beginnen.

“Martin ik krijg tamelijk de indruk dat je Duke niet kwijt wil,” zeg ik. “Nee, dat is het niet. Maar ik wil voorkomen dat je de hond na een paar weken of paar dagen komt terug brengen omdat hij de kinderen omgeduwd heeft, gegromd heeft of gebeten heeft om te spelen.” Ik leg Martin uit dat ik zijn bezorgdheid snap, maar dat ik mijn kinderen opvoed met het principe dat een hond een maatje is maar vooral een hond. Ze laten hem dus met rust. De afspraak staat voor morgen, maar ik heb het gevoel door een commissie te moeten voor een hond waar ik verliefd op ben. Ik baal daarvan en toch kan ik het begrijpen.

De volgende dag met de kinderen begrijp ik waarom al die waarschuwingen zijn. De meeste honden springen niet tegen jonge kinderen op. Duke doet dat wel. Hij zal dat echt goed moeten leren. Hij is ook naar de kinderen een beetje dominant. Ik ga een paar rondjes aan de riem lopen met Duke en de kinderen. Hij is nog steeds erg geïnteresseerd in de kinderen, maar loopt keurig mee. Met zacht, maar dwingende hand en positief belonen, krijg ik zowel de kinderen als de hond mijn kant op. Martin kom ik ergens tegen, hoewel ik geen idee heb, dat het Martin is. Als ik terug kom met Duke, hoor ik van Carla dat Martin mij vertrouwd met de hond. Ik ben een geschikt baasje. Wij zijn blij. Maar ik snap des te meer de voorzichtigheid die ze hadden. Ze hadden gelijk. Duke is niet voor iedereen geschikt.

Zaterdag 28 mei, ga ik de Ieren halen. Onze logeetjes. De honden voor mijn moeder. Zondag 29 mei, gaat Lex Duke ophalen. Het zal krap worden in huis, maar ik kijk er erg naar uit. Hoe dat verder verloopt kun je lezen in deel 2.

Angel in moeten laten slapen

 

 

PICT1154

11377263_939620866059907_5078291776774955857_n

Helaas hebben we 19 mei jongstleden Angel moeten laten inslapen. Ook zij had een baarmoederontsteking die te voorkomen was geweest als wij haar hadden laten steriliseren. Ze is bijna 10 jaar geworden en had al erge artrose, waardoor ze aan de pijnstillers en ontstekingsremmers zat. Na het overlijden van Luna nog net geen jaar eerder, was ze hard achteruit gegaan. We waren vroeg bij de ontsteking, wat ons goede hoop gaf. Het mocht echter niet zo zijn. De medicijnen, waar we op tijd mee gestart waren en de controle om de twee dagen bij de dierenarts, bleken niet te helpen.

Ineens was het moment daar dat ik moest zeggen “We gaan nu naar de dierenarts met Angel.” Mijn vriendin uit Frankrijk was die dag bij ons en zij had dit nog nooit eerder meegemaakt. Maar de blik in de ogen van de hond zei mij genoeg. “Nee, we wachten niet af totdat ze bellen, we gaan nu meteen.” ‘We’ betekent in ons geval dat mijn man, Lex, gaat. Femke en Nienke riepen echter in koor; “Ik ga mee.” Daar waar ik totaal niet tegen afscheid nemen kan, had ik nu de ondersteuning van pillen. Het ging me nu gemakkelijker af in emotionele zin, maar om dan te zeggen dat ik mijn kinderen mee wil laten gaan.

Lex en ik keken elkaar aan. Overleggen waar de kinderen bij zijn en tot de conclusie komen, dat het misschien voor hun wel erg goed is om dit te doen. Misschien gaat het afscheid van ons huisdier, ons maatje van de afgelopen 10 jaar voor hun wel makkelijker. “Oké, jullie mogen mee met papa. Daarna gaan jullie haar begraven in de tuin van opa. Dan is ze weer bij haar Luna.” Voor de kinderen bleek het inderdaad goed om erbij te zijn. Ook vanuit school kwam daar positieve feedback over. Ondanks dat onze kinderen vaak onze spiegel zijn, was dat in dit geval beslist voor mij niet zo. Maar ik ben trots op ze. Ik ben trots op ons, ondanks het verdriet wat erbij komt.

In de week voor Angels overlijden houd je er wel rekening mee dat het kan gebeuren. Ze is immers ziek en we hebben er al eentje af moeten geven met dezelfde kwaal. Maar zoeken naar een hond voor mezelf kon ik niet. Ik vond dat verraad tegenover Angel. Niet dat zij dat weet, maar toch zij was mijn maatje, samen met Luna en als er een nieuw maatje komt is dat geen vervanging, maar nieuw. Misschien is dat gek, maar het is een nieuwe band, een nieuw maatje, een nieuwe liefde. Het zal nooit hetzelfde kunnen zijn, vind ik.

Dus onrustig als ik was deed ik een zoektocht naar de Ierse Wolfshond. Mijn ouders, en met name mijn moeder, houd erg van dit hondenras. Ze zijn er bijna nooit en herplaatsers eigenlijk al helemaal niet. Maar prompt stuit ik op een advertentie dat er twee herplaatsers beschikbaar zijn. Ik heb meteen contact gelegd alvorens mijn ouders te informeren. Uiteindelijk heb ik dat toch maar gedaan en die waren meteen enthousiast. Na veel over en weer bellen tussen de eigenaresse en mijn ouders sprak ik af om ze 28 mei te gaan ophalen. Ze zouden dan even bij mij logeren tot mijn ouders terug waren van vakantie. “Als dat maar goed zou gaan met Angel,” dacht ik nog. Maar dat was niet nodig me daar druk over te maken.

Het vooruitzicht dat er twee logees binnenkort kwamen, maakte ook een verschil in het verwerken van het verdriet voor de kinderen. Ze hadden afscheid genomen en er kwamen, weliswaar tijdelijk, twee nieuwe honden voor terug. Ook mijn ouders waren verheugd over het feit dat ik de honden op kon gaan halen. Nu maar afwachten hoe het gaat klikken tussen hun Duitse Dog Bella en de twee Ieren.

Een streep door faalangst

Faalangst

14 maart 2016

Ik wil het niet groter maken dan het is. Eigenlijk wil ik dit het liefst negeren. Maar al sinds heugenis beïnvloed faalangst in meer of mindere mate mijn leven. Zelfs in het dagelijks leven als ik er erg over na wil denken, maar het liefst wil ik dat niet. Het is veiliger om er niet te veel over na te denken. Zoals ik al zei, is negeren van een probleem, een heel veilig vluchtmiddel. Al een paar keer eerder was faalangst de oorzaak van een grote blokkade. Eén keer eerder heb ik daarom hulp gezocht. Deze hulp leverde mij de diagnose faalangst op, maar verder als dat ben ik niet gekomen. Toen mijn therapeute mij een slappe hand ter kennismaking gaf, was er totaal geen sprake van enige chemie. Na 6 sessies om de 6 weken heb ik er dan ook een eind aan gebreid. Want een “Jij staat hier en zij staat daar” kon ik zelf ook wel bedenken. Tja iets wat ik heel erg heb is een gevoel voor rechtvaardigheid. Soms denk ik iets te zwart/wit en duurt het even voor ik grijs zie, dus vandaar dat ik soms wel eens erg ver in denken van iemand af kan staan. Ja dat was mijn eerste ervaring met een ‘professional’ op het gebied van faalangst.

En dan op school. Je zou toch denken dat als een leraar weet dat een leerling faalangst heeft, dat ze daar toch rekening mee houden. Niet is minder waar. Nee echt! Je kunt ze treffen hoor, die dan gewoon over je heen walsen en dat beetje eigenwaarde of goed gevoel wat je nog had, zo crushen. Zelfs bij een assessment bleek het een groot obstakel.  Dicht klappen tijden een rollenspel en vervolgens melden dat je faalangst hebt was aan deze therapeut niet besteed. Ik denk dat in mijn carrière deze afwijzingen nog meer hebben bijgedragen aan het lage zelfbeeld wat ik al had. Hoewel ik op alle drie de vlakken faalangst heb, dus sociale, cognitieve en lichamelijke faalangst. Tja als je iets hebt kun je het maar beter goed hebben. Toch? In mijn opleiding van docent geschiedenis heb ik een les gemaakt over faalangst. Ik vond dat wij als aankomend docenten in ieder geval moesten weten wat de gevolgen voor iemand met faalangst konden zijn. Die van mij was dat ik daarom niet verder durfde met deze opleiding en dus gestopt ben met nog amper een jaar te gaan. Nee geen opleidingen meer voor mij, ook al zou ik het graag willen. En ik zou het toch graag willen.

Vaak krijg ik te horen “Jij onzeker? Je komt juist zo zeker over.” of “Maar jij bent zo’n sterke vrouw.” Dan haal ik mijn schouders op en plak een lach op mijn gezicht. Overcompenseren noemen ze dat. Slechts een handvol mensen begrijpt dat en ziet mij echt zoals ik ben. Maar nog steeds is elke afwijzing een dubbele afwijzing. Zoek of vraag ik nog altijd een paar keer om een bevestiging en komt een compliment vaak pas jaren later aan. Ook over mijn gevoelens praten vind ik zo verschrikkelijk moeilijk. ‘Face tot face’ dan hè 😉 , want van me af typen kan ik gelukkig nog wel. Toch voel ik me de laatste tijd lusteloos en verschrikkelijk alleen. Alle ellende van de afgelopen jaren komt ineens weer boven drijven. De blokkades in het dagelijks leven lijken grotere proporties aan te nemen. Als ik naar mijn toekomst kijk, en nog niet eens zo erg ver weg in de toekomst, zie ik enorme beren op de weg.

Ik wil van die beren af. Ik wil van die blokkades af. Ik wil lekker in mijn vel zitten. Ik wil me niet onzeker voelen binnen mijn gezin of in vriendschappen, werk, met collegae omgaan, op het schoolplein lopen. Ik wil niet mezelf constant hoeven afvragen of ze me wel mogen, of ik het waard ben om mee om te gaan, of ik het wel goed doe en of ik het wel kan of aankan. Ik wil een streep zetten door mijn tijdperk met faalangst. Naar mezelf kunnen kijken en zeggen, “Mous je bent een mooie vrouw en je bent het waard. Je doet het goed en ga zo door.” Terwijl ik deze zinnen hier zo neerzet, krijg ik een brok in mijn keel en vraag ik me af of me dat ooit gaat lukken. Ik wil er voor gaan, maar gaat het me lukken? Ik weet dat het heel diep zit bij me en ik heb het nooit als excuus gebruikt. Slechts als een verklaring waarom ik me verschrikkelijk afgewezen en klein voel. Waarom ik ineens begon te stotteren, rood werd of in mijn broek pieste van angst. Waarom ik een blokkade had of een black out. Gelukkig ben ik een doorzetter en heb ik mezelf aangeleerd om het toch te proberen. Maar achteraf kun je het moment van faalangst goed verklaren. Toch is het er op dat moment mee omgaan of zelfs afwimpelen is een ander verhaal. Binnenkort krijg ik een telefoontje en dan weet ik waar en wanneer ik ga starten. Of ik er klaar voor ben? Het is gewoon iets wat ik van mezelf moet. Wil ik een goede en fijne moeder, vrouw, vriendin, werkneemster en Mousje zijn, moet ik dit gewoon doen. Investeren in mezelf denk ik dan. We gaan er voor! We zetten er een streep door.

 

Koude rilling

6 maart 2016

 

Ik zit in de hoek van de bank en er komt een zuchtje wind langs mij. Er gaat een koude rilling over mij heen. Ik voel me onrustig. Er is veel gebeurd de afgelopen weken. Eigenlijk heel veel de afgelopen jaren, maar dat geeft niet de onrust die ik voel. Ik loop naar het raam en zie de vorige eigenaresse van ons huis lopen. Ze gaat op bezoek bij de overbuurvrouw, haar zus. Ik loop weer terug naar de bank en pak mijn boek. Ik kan echter mijn hoofd er niet bij houden. Zou het hier … Ik blijf maar malen en denken.

Het is alsof iemand een spelletje met mij speelt. Kleine pesterijtjes. Ineens het licht aan doet, zodat ik mijn bed uit moet en het licht weer uit moet maken. Ach het zal wel aan de contacten liggen. Moet Lex binnenkort maar naar kijken. Het gebeurd niet vaak, maar zo nu en dan eens. Mijn gedachten gaan weer terug naar mijn kinderen die op school zijn. Straks moet ik ze weer op gaan halen. Dan is het een drukke bedoening in huis. Nog even genieten van de rust. Een zen momentje. Buiten zie ik een autodeur dicht gaan en de motor wordt gestart. Het zusje van de overbuurvrouw gaat weg.

Wat zij heeft meegemaakt wil je echt niet. Een kindje afstaan en daarna haar huwelijk kapot zien gaan. Nee, ik moet er niet aan denken. Ik lijk weer rustiger te worden. Ik ben moe. Leeggezogen. Ik besluit nog een uurtje te gaan liggen voor ik naar school moet. Potverdorie, heeft Femke haar kamerdeur open laten staan. Ik loop naar binnen om te kijken of Muis (Balou één van de poezen) het bed van Femke heeft ingepikt, maar dit is gek genoeg niet het geval. Ik sluit haar deur en ga naar mijn kamer. Ik doe de rolluiken niet helemaal dicht, want dan ga ik niet diep slapen.

Ik krijg het niet warm, ook al is het 21 graden op de slaapkamer. De zon heeft de kamer goed opgewarmd. Mijn gedachten gaan weer naar het zusje van de overbuurvrouw. Haar kindje was 3 jaar toen het overleed aan een ziekte. Ze woonde toen nog hier en het lag een tijdje opgebaard in huis hier. Volgens mij de kamer waar Femke nu slaapt. Er loopt weer een koude rilling over mij heen. Zou zijn zieltje misschien hier nog in huis zijn? Ik vraag het me af. Ik doe mijn kleren maar weer aan en ga naar beneden. Een kop koffie zal me goed doen. Als ik die opgedronken heb, ben ik weer warmer. Ik kijk op de klok en zie dat het al weer tijd is om mijn kinderen van school te halen. Ik pak mijn jas en mijn sleutels en stap de deur uit. Ik kijk naar boven en zie niets. Niet dat ik iets verwacht had, maar gewoon om te kijken. Trots op ons huis. Trots op mijn gezin. Dat is waar wij aan werken. Dat is waar wij voor vechten.

Koeienstront en Duitsland

21 januari 2016

Inzending boekenweek 2016

 

Ken je dat? Een bepaalde geur ruiken en dan komen bepaalde herinneringen naar boven. Toen ik dat in mijn vriendenclubje uitlegde, lagen ze in een deuk. Hoewel ik meer denk dat het lag aan de geur in combinatie met de herinnering. Als ik namelijk koeienstront ruik denk ik aan Duitsland. Dat is wat anders als de opmerking bij het zien van een Duitser “Wanneer krijg ik mijn fiets terug.” Hoe apart ook, het zijn geen nare en rare herinneringen.

Toen mijn vader nog militair was, is hij geplaatst geweest in Duitsland. Drie jaar lang zijn we parttime in Duitsland gaan wonen. Nee, we woonde er niet de hele tijd, maar een paar maanden daar en een paar maanden in Nederland. Wij woonde in Buren neben Haren vlakbij Düsseldorf. Die neben is nog een overblijfsel uit die tijd. Ik zeg nooit Buren bij Haren vlakbij Düsseldorf. “In Nederland heb je ook een Haren en een Buren en zo weet iedereen meteen dat ik Duitsland bedoel,” is dan mijn ‘logische’ uitleg.

Ook iets uit die tijd is, dat wij altijd kinderprogramma’s keken op de Duitse zenders. ‘Das programm mit der Maus’ herinner ik me nog erg goed. Jaren lang dacht ik dat mijn vader mij Mousje noemde vanwege dat programma, maar dat bleek niet zo te zijn. Het had echt te maken met de Disney muis. Tegenwoordig heb ik een hekel aan Duitse TV. Al dat nagesynchroniseerde bij een niet Duitse film of serie, daar word ik kriegel van. Op de één of andere manier kan ik die film dan niet meer serieus nemen. Nu kon je de films van Terrence Hill en Bud Spencer toch al niet serieus nemen, maar dat waren toch echt de eerste nagesynchroniseerde films die ik heb gezien. En ik toen maar denken dat Terrence Hill en Bud Spencer Duitsers waren.

Nee koeienstront ruiken, dan denk ik aan het platteland waar we zaten. De herberg van Onkel Fritz waar mijn zusje drinkglazen kapot beet. Ons appartementje boven Suzie, onze Turkse onderbuurvrouw die heel lief was en lekkere snoepjes had. Het winkelwagentje in een hele grote supermarkt dat omviel omdat mijn zusje er aan ging hangen. Het grote plein waar drie nationaliteiten aan militairen stonden voor een vaandel overdracht en de Belgische kleuterschool waar ik op zat.

Jaren lang ben ik er trots op geweest dat ik in Duitsland gewoond heb en dat ik heel goed Duits sprak. Tegenwoordig is het meer een onderdeel van Mous geworden. Ik spreek bijna nooit meer Duits en echt trots ben ik ook niet echt meer op het feit dat ik in Duitsland heb gewoond. Dat heeft weinig te maken met de geschiedenis, maar meer met ouder worden. In de loop der jaren was het niet meer uniek of gewoon niet belangrijk meer. Laat mij maar gewoon aan Duitsland denken als ik koeienstront ruik. Ook als ik in Frankrijk ben, want dat maakt voor de associatie van de geur met herinnering, niks uit.

Vervloekte staatsloten

31 december 2015

20151231_120356[1]

Waarom koopt iemand in hemelsnaam staatsloten? Nou dat zal ik je vertellen. Ik heb twee hele lieve vriendinnen en dat wat ze de afgelopen twee jaar voor mijn gezin en mij gedaan hebben is gewoon onbetaalbaar. Al sinds mijn moeder de bedeltjes geloof, hoop en liefde om haar nek heeft hangen, vind ik die dingen magisch. En zo kocht ik voor mijn twee vriendinnen en mijzelf allemaal een half lot en voor mijn man en mij een heel lot. De mantra geloof, hoop en liefde in gedachten besloot ik het laatste cijfer te matchen met het laatste cijfer van hun huisnummer. Dik tevreden met die gedachten kocht ik ze en ging naar huis. De enveloppe met de vier loten op een stapeltje brieven naast mijn laptop op de tafel gelegd.

12110052

De volgende dag pakte ik er het lot van mijn lieve vriendin uit en schrok eigenlijk van het eindnummer. Voor de meeste namelijk een ongeluksgetal, maar al snel haalde ik mijn mantra erbij ‘Geloof, hoop en liefde’ en zo schreef ik een klein kaartje voor haar. Niet zo mooi als een brief die ik eerder van haar voor mijn verjaardag kreeg en altijd zal blijven bewaren, maar toch, ik was tevreden. Voor de koffie naar haar toe gegaan, samen met de kinderen en de enveloppe voor onder de kerstboom de volgende dag. Na een gezellige ochtend weer naar huis en snel opgeruimd, gestofzuigd, de vaatwasser in en uit geruimd en een laatste boodschappenlijstje voor de kerst gemaakt.

’s Avonds als Lex thuiskomt, spring ik meteen in de auto om die laatste boodschappen te doen. Als ik daarvan thuis kom en we zijn bezig de boodschappen op te ruimen, vertel ik Lex over de staatsloten en de brief die ik voor mijn vriendinnetje heb gemaakt. Ik vertel ook dat ik voor mijn vriendin de buurvrouw ook zo’n brief wil maken. Lex lacht want hij kent me ondertussen. Ik wil de enveloppe met de overige staatsloten pakken en hij is weg. Weg! Helemaal foetsie! Met zijn tweetjes gaan we op zoek naar de enveloppe, maar nergens kunnen we hem vinden. “Heb je hem niet weggegooid?” vraag ik aan Lex. Nee dat had ie niet, maar voor de zekerheid halen we de papiercontainer naar binnen. De bomvolle papiercontainer met heel veel inpakpapier en envelopjes en snippertjes wordt zo omgekiept in de woonkamer. Nee niet één keer maar wel twee keer. Voor het geval er iemand een papiertje.. of liever gezegd een enveloppe, over het hoofd ziet. Maar nergens is die enveloppe te vinden. Ik bel mijn vriendin en vraag haar of ze even in de enveloppe wil kijken. Misschien heb ik ze er allemaal wel ingedaan. Je weet maar nooit, toch?  Maar nee gelukkig was ik niet zó stom geweest.

De kinderen worden ongeduldig want ze mochten na het eten een cadeautje uitpakken. Gelukkig bami uit de magnetron dus die was snel klaar en op. Voor Jilke, Nienke en Femke een cadeautje gepakt en de rest is voor morgen. Blij was Nienke met haar nieuwe rugzak. Ik hoop dat ze met deze langer doet als vier maanden. Femke met haar badjas, die aanging en waar ze het liefst in wilde slapen. Jilke kreeg een doos lego, waar ze meteen mee gingen bouwen. Toen het tijd was om naar boven te gaan, waren die tenminste helemaal blij. Ik niet. Ik was nog steeds bezig onze gangen na te gaan waar we waren geweest en wat we hadden gedaan. ‘Misschien.. Nee dat zou toch niet?’ Ik moest toch een pan hebben voor de witlof die ik wilde gaan eten en ja hoor.. Daar lag het envelopje. Geplakt aan de onderkant van de pan die ik uit de vaatwasser had gehaald en even op de tafel had geparkeerd om opgeborgen te worden in de kast. Niet te geloven toch!

20151231_120321[1]

Snel maakte ik een enveloppe voor de buurvrouw. Misschien was ze nog thuis. Maar toen ik aan de deur stond keken er alleen twee paar hondenogen naar me. Allebei een kleine kwispel van herkenning. Nou dan moet ik maar wachten tot ze thuis is of anders morgen vroeg maar even. Ik gooi hem niet in de brievenbus, want je weet niet wanneer ze de enveloppe dan ziet en hij is immers voor onder de kerstboom. De keukentafel, die inmiddels een stuk leger was, leek mij toch een geschikte plek om de enveloppe op neer te leggen. Ik bedoel, iedereen ziet toch die witte enveloppe, dus daar blijven ze wel vanaf. Na mijn eten ga ik in bad, ik ben zo moe en heb flink last van mijn rug. Ik ga nog even naar beneden, maar de pijn lijkt niet minder te worden en besluit toch maar naar bed te gaan. Morgen geef ik die enveloppe wel. Ik stuur mijn vriendin een sms “enveloppe gevonden!” en tevreden ga ik slapen.

De volgende ochtend word ik wakker van de geur van croissants. Heerlijk! Lekker samen ontbijten met verse croissants op kerstochtend. Na het ontbijt zeg ik tegen Lex, “Ik ga me even snel aankleden want dan kan ik die enve… Waar is die enveloppe? Die lag hier op de hoek van de tafel?” Iedereen zit me schaapachtig aan te kijken. Niemand heeft die enveloppe gezien. Mijn man kreunt. Het hele gesodemieter begint weer opnieuw. “Die staatsloten zijn vervloekt!” Ik kan wel janken, maar hoewel ik altijd overstroom van tranen, weigeren ze te komen. De buurvrouw en ik komen tegelijk buiten en ik vraag haar of er toevallig een enveloppe met ‘aan de familie, aan haar en dan Merry Christmas’ op staat. Maar nee, wel een enveloppe voor ons, maar niet die enveloppe. Ik leg haar uit dat ik haar kleinigheidje kwijt ben. Ze troost me en zegt; “Dat komt wel goed” en “Dat had je toch niet hoeven doen.” Ik baal nog meer, want ik had haar het zo graag willen geven. Wat een stomkop ben ik toch door niet één keer, maar twee keer die enveloppen kwijt te raken.

Eerste kerstdag verloopt op een klein incidentje perfect, maar die enveloppe vinden we niet. De volgende dag moeten we ons huis klaar maken voor de visite bij ons en we blijven zoeken, maar nergens een enveloppe te vinden. Hoe is het mogelijk. Alsof de duvel er mee speelt. Hij zou in huis moeten liggen, maar ik heb al zo veel plekjes gehad, waar is dat ding toch? Zondag gaat Lex met Femke en Nienke klussen bij mijn zusje, Jilke en ik blijven thuis. Ik ruim de kasten op, de boeken, de spelletjes van de kinderen kijk ik na. Maar nergens een enveloppe te vinden. De pijn in mijn rug komt in alle hevigheid terug en ook deze dag sluiten we af zonder het vinden van die enveloppe. De moed zakt me aardig in de schoenen. Misschien moet ik maandag als ik hem dan nog niet gevonden heb, maar eens bellen of anders krijgt ze maar mijn lot. Ik weet het niet meer.

Maandag zeg ik tegen Lex “Ik heb overal gezocht, alles opgeruimd behalve de onderste la van de DVD’s. Als die daar niet in ligt dan trek ik handschoenen aan en pluis ik de vuilnisbak uit. Meer opties weet ik echt niet.” Lex drinkt zijn koffie op en gaat daarna op zijn knieën zitten voor de la met DVD’s. Eerst die van de kinderen. Twee tellen later heeft hij de beruchte enveloppe in zijn handen. Stomverbaasd kijk ik hem aan. “Hoe komt die daar terecht?” vraag ik. “Femke heeft toch DVD’s gehad met kerst en die heeft ze in de la opgeborgen.” Ik ben helemaal opgelucht en plant de enveloppe op mijn computer. De bel gaat en mijn vriendin komt voor een bakkie leut. Ook zij is opgelucht en kan hard lachen om het verhaal. Als een uur later mijn buurvrouw aanbelt, kan ik haar de enveloppe overhandigen. Dan ben ik helemaal opgelucht. Met enige vertraging, maar toch op de juiste plaats. “Ik ben er stil van!” zei ze toen ze de tekst las en wij lagen dubbel. Ontlading van de spanning rondom de verdwenen enveloppen. Wat voelt het toch goed als je iets goed kan doen, ook al is het maar klein.

20151231_120438[1]

Deze vervloekte staatsloten waren met liefde gegeven, voor een onbetaalbare vriendschap waar ik erg in geloof en ik hoop dat er voor ons alle drie een leuk prijsje uit komt. Voor mezelf niet de hoofdprijs want wat moet ik met zo’n groot bedrag? Maar genoeg om schulden af te betalen en zonder de dagelijkse kopzorgen te kunnen leven. Meer hoeft niet. Een baan kan ik er toch niet mee krijgen dus daar ga ik voor komend jaar mijn best voor doen die te krijgen. Een overkapping, mooie tuin en een haard kunnen nog gewoon op mijn wensenlijstje blijven. Je moet immers wat te wensen houden. Maar voor Lex en mij allebei een nieuwere (een nieuwe hoeft niet perse) auto zou ook erg welkom zijn, want deze staan op begeven.

Wat ik voor iedereen wens is een gelukkig en gezond 2016 en moge de mantra ‘Geloof, Hoop en liefde’ ook op jullie van toepassing zijn.

Mousje en Co.

Happy-New-Year-2016-Images-with-Love-2-1

Zoals kerst bedoeld is

30 december 2015

20151230_122903[1]

“Wij zijn dit jaar niet thuis met kerst en oud en nieuw!” zeiden mijn ouders tijdens één van de verjaardagen in november. Die had ik niet zien aankomen. Al sinds wij niet meer in Sinterklaas geloven vieren wij kerst in plaats van Sinterklaas. Niet zo raar als je bedenkt dat mijn ouders, mijn zusjes en ik allemaal in november jarig zijn. Ook Femke is in november jarig en Jilke zelfs op 5 december, dus ook wij gaan die traditie straks voortzetten. Maar dan is het best even raar en slikken als die traditie ineens verbroken wordt. Niet dat ik mijn ouders ongelijk geef, immers met vier dochters en 12 kleinkinderen is het huis gewoon te vol en is het te druk. De kinderen zijn nog in een leeftijd dat ze zoveel lawaai produceren tijdens het spelen, dat je elkaar amper verstaat. Ik geloof ook best dat als je ouder wordt, je daar minder goed tegen kan. Maar toch, ik zou ze wel gaan missen en wat moet je dan als ze er niet zijn.

Mijn zusjes opperde gelijk om toch samen kerst te vieren. “Mogen we dan wel jullie huis gebruiken pa en ma?” En dat was gelukkig geen probleem. Er werd een groepsapp aangemaakt en de basis van een andere kerst was er. Die week sprak ik de peettante van Jilke en we spraken af tweede kerstdag bij ons te gourmetten. Zo fijn, want we zien elkaar te weinig. Het was voor mij al een dag om naar uit te kijken. Ik vertelde de andere dat ik tweede kerstdag bezet was en dus met de zusjes werd het eerste kerstdag. Iedereen zorgt voor een gang en één van de zusjes zorgt ook voor de drank. Alle bedragen doorgeven en dat delen door 4. Ik zou voor het hoofdgerecht zorgen. Dat betekend in de praktijk dat ik tenminste me dagelijks twee keer bedenk over wat het gaat worden, maar ach ik had ook daar veel zin in.

Op Facebook was ik aan het praten met een beheerster van een groep en dat was erg gezellig. Aan het eind van de avond waren we Facebookvriendjes geworden. Dan kun je dus ook elkaars deel en like acties zien en zo zaten we samen te azen op een gourmetschotel voor 10 personen. “Wie wil jij aan tafel hebben met de kerst,” was de vraag. Ik wist het wel! Onze lieve vrienden natuurlijk. En zij antwoordde “Brad Pitt!”  We zaten daar een beetje over te geiten toen ze liet vallen alleen te zijn met kerst. “Dat kan toch niet! Alleen zijn met kerst. Waarom schuif je niet bij ons aan?” zei ik spontaan. En ze vroeg of ik serieus was. Ik hoefde er eigenlijk niet zo over na te denken want niemand hoort alleen te zijn met kerst.” Toen ik later met mijn man overlegde zei hij eigenlijk precies wat ik dacht “Liever iemand aan tafel die het graag wil, dan iemand die het als een verplicht nummer ziet en niet wil. Daarbij niemand zou alleen moeten zitten met kerst.” Ik hoef je niet te vertellen waarom ik zo veel van deze gozer hou hè? Echt een man van mijn hart.

De eerste kerstdag was aangebroken en ik legde de laatste hand aan de voorbereidingen alvorens ik naar Kaatsheuvel ging. Daar aangekomen ging ik natuurlijk vrolijk verder. De rest kwam aan en het werd al snel ouderwets gezellig. Één van mijn zusjes had pech aan de auto dus de ANWB werd ingeschakeld. Die was nog bezig terwijl wij aan het voorgerecht begonnen. Hij was klaar toen de soep werd geserveerd en werd bijna gedwongen om mee te eten 🙂 Wat hij maar al te graag deed. Ondanks dat mijn ouders er niet waren en we ze mistte, was het beren gezellig. Mijn hoofdgerecht bestond uit tomaat farcie, aardappeltjes uit de oven, groene asperges in een spek jasje, varkenshaas met champignon roomsaus en kangoeroebiefstuk met een wildsaus. Voor de kinderen tomaat farcie, sperziebonen met een spek jasje, aardappeltjes uit de oven en mini hamburgertjes. Het was heerlijk! Eerste kerstdag was dan ook absoluut geslaagd.

10590397_1038030572885602_1068822269159061452_n

De tweede kerstdag was toch wel een beetje spannend, want ondanks dat je ondertussen met iemand Facebookvriendjes bent geworden, dat wil niet zeggen dat het in real life ook gaat klikken. Onze vrienden kwamen wat eerder zodat we even lekker konden bijkletsen en toen ging de bel. “Daar is ze” riep Femke. Ze had een leuk presentje meegenomen en al snel kletste we er vrolijk op los. Het ene onderwerp na het andere kwam voorbij. Het was gewoon een kerstdag zoals kerst bedoeld is. Gezelligheid voor iedereen. De meiden gedroegen zich geweldig, de sfeer was goed. Wat kun je je nog meer wensen op zo’n dag? Een zoek geraakte enveloppe vinden… Maar dat is weer een ander verhaal. Nee ik zou het zo weer doen, een vreemde uitnodigen aan tafel met kerst.

20151217_165819[1]

Tranen in overvloed

10 december 2015

 

2032519_eb4c51aabc_m

Sinds een paar jaar huil ik om bijna alles. Ik vraag me af waar dat toch vandaan komt? Waarom moet ik zo vaak huilen? Het is nog niet eens van verdriet, maar ook blijdschap of om iets zieligs. Tja waar huil ik nou eigenlijk allemaal om?

Tijdens de eerste zwangerschap.

Bah! Ze hebben gelijk. De hormonen van zwangere vrouwen gieren. Het is net of je emotionele centrum door de hormonen worden geraakt. Je wisselt sneller van stemming en heviger als wanneer je niet zwanger bent. Toch heb je dat niet in de gaten als zwangere. “Je omgeving zeurt maar wat”, reageer je dan geprikkeld. Maar inmiddels heb ik al een jaar of vijf een forum met vrouwen, waarvan de eerste 2 jaar met zwangere vrouwen. Neem maar van mij aan, dat zwangere vrouwen heftiger reageren en sneller exploderen als niet zwangere vrouwen. Nog los van het feit dat men op internet net wat anders reageert als wanneer het ‘face to face’ is. Maar eigenlijk als je erover nadenkt is het best bijzonder. Mijn vader heeft een herseninfarct gehad en is toen geraakt in zijn emotionele centrum. Hij is daar Godzijdank van hersteld. Als je zijn reacties van toen bekijkt en dat van een zwangere vrouw is het toch wel vergelijkbaar. Je reageert gewoon heftiger als normaal alsof alle ratio tijdelijk is verdwenen. De hormonen hebben de overhand genomen.

Vanaf de bevalling

Kraamtranen! Ja zo noemen ze het de eerste weken na een bevalling. Ik vind dat zo’n onzin. “Kijk schat! Ze lacht.” En mijn man zegt dan nog net niet “En mousje huilt… weer…” Nee gelukkig, mijn man is een schatje en zou zulke dingen zelfs niet denken, laat staan zeggen. Feitelijk hoefde ik maar naar mijn baby Femke te kijken en daar liepen de tranen weer over mijn wangen. Ik kan niet zeggen dat ik nooit een jankert ben geweest, maar dan had ik daar toch wel een gegronde reden voor. “Ach kijk!.. snif .. Ze slaapt zo lief .. snif ..” Ik snotterde gewoon door. Als je ontzwangerd bent, zeggen ze, dan nemen die hormonen af en daar staan 9 maanden voor. Nou die 9 maanden ontzwangeren heb ik niet gehaald hoor. Een miskraam en daarna was ik weer zwanger. Zou ik daarom zoveel janken?

Opzoeken van informatie.

Zelf ben ik er eigenlijk van overtuigd dat het iets hormonaal is. Ik twijfel echter omdat ik na de laatste zwangerschap ben gesteriliseerd en vorig jaar mijn baarmoeder is verwijderd. Mijn eierstokken zijn overigens niet verwijderd dus ik krijg nog steeds een ovulatie (eisprong). De eerste regel die ik lees is “Er is nog niet zoveel onderzoek gedaan naar waarom sommige mensen veel huilen.” Er zijn wel een aantal beweringen, maar die zijn meer “Stapel-onderzoeken”. Voor mensen waarbij de naam Stapel u niks zegt google maar eens op Diederik Stapel.

Wat ze wel weten is dat vrouwen meer huilen als mannen. Maar ja vanuit vroeger is er altijd een mentaliteit “Boys don’t cry” en ik weet dus niet wat voor waarde oordeel ik daar aan moet hangen. “Vrouwen huilen 25 tot 50 keer per jaar en mannen 5 tot 20 keer behalve als ze baby zijn dan is er geen verschil”, staat er dan. Maar 50 keer per jaar haal ik echt niet. Schiet me ineens de begrafenis van mijn buurvrouw te binnen. Ze had kanker en overleed toen we hier 3 jaar woonde. We kwamen wel eens bij elkaar op bezoek, maar vaak beslist niet. En toe ze overleed en wij naar de dienst gingen was het niet de familie die het hardst huilde, maar ik. Eigenlijk best gênant en nog steeds als ik eraan terug denk. Alsof ik mijn allerbeste vriendinnetje verloren had.

Eerst dacht men dat het verschil in huilen bij mannen en vrouwen licht in macht, maar dat klopt dus niet helemaal want vrouwen op topfuncties huilen nog steeds meer als mannen. Ook de theorie dat vrouwen vaker emotionele situaties opzoeken en mannen ze vaker uit de weg gaan kloppen niet helemaal. Vrouwen zouden beter zijn in troosten, maar als ik troost nodig had ging ik echt naar mijn vader en minder vaak naar mijn moeder. Het stoere gedrag “Boys don’t cry” heeft wel degelijk een invloed op waarom mannen minder vaak huilen dan vrouwen. Voor veel mannen en jongens wordt huilen nog steeds gezien als een zwakte. Ze zullen hun emoties dan anders tonen in de vorm van schelden of slaan.

Bij vrouwen is er inderdaad sprake van een hormoon. Een geslachtshormoon, dat zijn de hormonen die afgegeven worden door de gonaden of geslachtsklieren. De bijnieren produceren als bijproduct ook vrouwelijke en mannelijke geslachtshormonen.

  • Bij een vrouw produceren de eierstokken (ovaria) vooral oestrogenen en progestagenen waarvan respectievelijk oestradiol en progesteron de belangrijkste zijn.
  • Bij een man produceren de zaadballen (testes) meer androgenen met als belangrijkste hormoon testosteron.

De verschillende mate waarin deze hormonen geproduceerd worden, leidt ertoe dat de meeste vrouwen menstrueren en borsten hebben en de meeste mannen een lagere stem en meer lichaamsbeharing hebben.

Kijk en nu komen we ergens! Prolactine is de veroorzaker van mijn jankgedrag. Niet alleen zwangerschap kan dit hormoon verhogen, maar ook medicijnen. Laat het nu net medicijnen zijn die ik gebruik, die in deze categorie vallen.

Ahhhh mama! Kom maar!

Ik heb gelukkig schatten van dochters en een erg lieve man. Soms als ik weer last van mijn ‘huilhormonen’ heb trek ik me terug, maar meestal laat ik het gewoon komen. Dan komen mijn dochters mij knuffelen. “Ahhhh mama! Moet je weer huilen? Kom maar hier, dan geef ik je wel een knuffel.” Tja dat geluk heb ik dan weer. Ik heb mijn dochters ook uitgelegd dat ik niet altijd verdrietig ben, maar dat die tranen dan gewoon komen. Het maakt voor hun niet uit en voor mij thuis eigenlijk ook niet meer zo. We zijn er zo’n beetje aan gewend.

Als ze willen, maar niet mogen.

1 december 2015

20151021_092849[1]

Jilke is mijn derde. In tegenstelling tot een eerste, ziet zij dus haar zusjes al naar school gaan. Iets wat haar heel erg leuk lijkt. Nu is Jilke slechts een paar weken naar een kinderdagverblijf geweest en zijn haar zussen een paar jaar naar een kinderdagverblijf gegaan. De omstandigheden waren gewoon anders. Nienke was al erg toe aan school, maar Jilke nog veel meer. Ze wil uitgedaagd worden, spelen met kinderen en zingen, kleien, tekenen en schilderen. Iets wat ze thuis wel doet, maar in haar eentje. En laten we wel wezen, het is leuker om dingen samen te doen als alleen. Als je Jilke hoort dan is ze heel goed in woorden en zinnen. Ook qua motoriek is ze sterk. Als je haar ziet is het een klein lief ding met rood lang haar. Een schattig ding, hoewel…. Ik denk dat ze daar in groep 6 inmiddels anders over denken.

Jilke gaat altijd mee om haar zusjes weg te brengen. Ze vangt de aandacht van bijna elk kindje. Ondeugend daagt ze de grotere kinderen uit. Doet mee aan tikkertje en laat zich dragen en meesjouwen. Maar berg je als ze er genoeg van heeft. Dat heeft een vriendinnetje van Nienke nog recentelijk mogen ontdekken. Nee Jilke kan goed van zich afbijten en als ze iets niet wil, wil ze dat ook echt niet. Daar komt een beetje mijn probleem. Als ouder ken ik mijn kinderen best goed. En ik had al vrij snel in de gaten dat Jilke aan school toe was.

Peuterspeelzaal is leuk en daar was ze ingeschreven. We hebben echter nooit iets van ze gehoord. Er zal wel iets fout zijn gegaan. De ene periode was ik werkzoekend en als ik dat niet was, was ik ziek. Even plastisch gezegd, maar zo lag het eigenlijk wel. In de periode dat ik ziek was, is ze even naar het kinderdagverblijf gegaan. Geweldig vond ze het daar. Het feit dat ze zelf ook niet echt mobiel was (beentje gebroken) mocht de pret niet drukken. Het was haar schooltje, zo zei ze. Ze heeft daar wat af geknutseld en paste zich geweldig aan. Spelen deed ze zowel met de jonkies als met de oudere. Oudere hadden wel licht de voorkeur bij haar.

Met dat in mijn achterhoofd ben ik op het www gaan surfen. Is het mogelijk dat een kind eerder naar school gaat. Dus mag mijn Jilke voor haar 4e naar school. Toevallig dat net Samson daar iets over riep. Helaas blijft het alleen maar bij één keer roepen, tenminste dat is mijn indruk. Heel jammer want er zijn natuurlijk veel meer Jilkes. In eerste instantie kwam ik niet verder als “Als het kind 3 jaar en 10 maanden is mag het vijf dagdelen naar school.” Dat is heel leuk, maar wat zijn 5 dagdelen. Immers de middag is van half 2 tot half 4 en de ochtend is van half 9 tot kwart over 12. Is een klein verschilletje. En vijf dagdelen in 2 maanden oftewel 9 weken is natuurlijk niet extra uitdagend voor een kind.

Deze informatie strookt eigenlijk niet met verhalen die ik heb gehoord over kinderen die eerder op school beginnen, omdat ze er aan toe zijn. Dus ik zoek verder op het www en zie dat grens scholen er een ander beleid op loslaten. Zeker scholen op de grens met België, waar kinderen veel eerder naar school gaan, laten Nederlandse kinderen ook veel eerder toe. Waarom kan het daar wel en elders in ons land niet. Dus maar weer verder zoeken en dan kom ik tegen dat inderdaad kan maar vrij zeldzaam is. Dat de school daarin mee moet gaan en het dus niet verplicht is. Waarom de school daarin vaak niet meegaat is me dan ook duidelijk. “De inspectie meent dat vervroegde toelating in sommige gevallen een uitkomst is voor kinderen met een grote ontwikkelingsvoorsprong en wijst vervroegde toelating dan ook niet per definitie af. Voorop staat de vrijwillige medewerking van de school. Anders gezegd: de school moet akkoord zijn met vervroegde toelating. Is de school niet akkoord, dan is vervroegde toelating niet mogelijk. Er is dus heel nadrukkelijk geen sprake van een recht op vervroegde toelating. De wettelijke toelatingsleeftijd voor het basisonderwijs is 4 jaar, maar het bestuur van een school heeft in uitzonderingsgevallen – zoals de hierboven vermelde grote ontwikkelingsvoorsprong – de mogelijkheid aan kinderen onder de 4 jaar toegang te verlenen. Het bestuur zou bij het inwilligen van een dergelijke wens er wel om moeten denken dat:

  1. De peuter niet als leerling kan worden toegelaten, c.q. ingeschreven;
  2. Voor de 3-jarige geen rijksbekostiging wordt gegeven;
  3. Ouders van tot de school toegelaten leerlingen bedenkingen kunnen hebben tegen het door de 3-jarige gebruik maken van het onderwijsaanbod, voor zover dat ten koste zou gaan van  de eigenlijke leerlingen van de school;
  4. De bestaande aansprakelijkheidsverzekeringen van de school mogelijk niet op de peuter van toepassing zijn;
  5. Wellicht een aanvullende verzekering moet worden afgesloten die erin voorziet dat zaken geregeld zijn als de peuter iets overkomt of deze zelf iets aanricht dat schade oplevert (door de ouders af te sluiten).

Criteria voor vervroegde toelating:

  • kinderen vanaf 3 jaar en 6 maanden
  • het kind is zelfredzaam; het is zindelijk en kan zichzelf aan- en uitkleden
  • het kind kan omgaan met uitgestelde aandacht”

Hier kon ik wat mee! Ik heb toen een gesprek aangevraagd bij de school en ze zouden er over vergaderen. Ik was eigenlijk pas de eerste die met deze vraag kwam. Iets wat ik best jammer vind, omdat ik weet dat er veel meer kinderen zijn die er aan toe zijn eerder naar school te gaan. Helaas kwam na een aantal weken het antwoord terug. Het was niet mogelijk. Althans voorlopig wil de school het niet, misschien wel in de toekomst, maar nu nog niet. En hoewel ik het antwoord verwacht had, baalde ik best wel. Niet dat ik graag van mijn kwebbelkous al wil, maar omdat ik zeker wist dat ze er aan toe was. Je zag gewoon dat ze het ook niet leuk vond dat inmiddels haar nichtje en neefje al wel naar school gingen. Die schelen telkens maar 3 maanden en trekken best wel veel met elkaar op.

Naar mate de tijd verstreek begon Jilke zich steeds vervelender op te stellen. Ze zocht meer uitdaging en eiste meer aandacht. En dan eindelijk is de dag daar dat ze voor het eerst mag wennen. Ze is ook nog eens op een rot dag jarig en de weken voor haar verjaardag zijn niet bepaald een lekkere periode om in te beginnen. Later beginnen was dus al helemaal geen optie, want ze was nu al onhoudbaar aan het worden. Ik mocht nog net van Jilke mee naar binnen. Het was dat de juf het aardig voorstelde want van Jilke zelf hoefde het niet. Toen ik haar twee uur later ging ophalen kreeg ik in het voorbijgaan twee dikke duimen. Ze had het super naar haar zin.

De maandag erna was ik jarig, maar Jilke had haar zinnen op school gezet. Een hele week te vroeg, maar leg haar dat maar eens uit. Ze wilde gewoon naar school. En ik kon zeggen wat ik wilde, ze ging niet naar huis. Daar sta je dan met je goede fatsoen. Dus Jilke eerst maar aan de hand meegetrokken naar het kleinere plein. Daar heeft ze 20 minuten staan gillen en stampen dat ze naar school wilde. En ze kwam NIET mee naar huis! Uiteindelijk was ik het zo zat en heb haar over mijn schouder gegooid. Jilke nog altijd krijsen, huilen, gillen en trappelen, maar ik bereikte mijn voordeur zonder al te veel schade. Onderweg gaf een vrouw mij nog een afkeurende blik. ik geloof dat ze mijn antwoord in blikvorm wel begrepen heeft “Kom maar! Jou lust ik ook rauw.”

De buurvrouw wilde me feliciteren, maar begreep heel snel wat er aan de hand was. Toen ik Jilke op de grond zette, ving zij Jilke weer op voordat het verhaal wee van voren af aan had kunnen beginnen. Snel zette ze Jilke in de gang en deed ik de deur op een knip. Hoog, waar Jilke niet bij kan. Daar heb ik haar nog even laten razen. Na 10 minuten heb ik haar opgepakt en haar fop en beertje gegeven en ben haar gaan wiegen. Het duurde even voor ze weer aanspreekbaar was. “Ik wil zo graag naar school.”Jammerde ze nog een tijdje door. Als mama, gaat dat door merg en been. Immers ik wist dit al een tijdje. En ook al hebben ze je serieus genomen, je staat toch als het ware in de kou.

Vanmiddag mocht ze weer wennen. Ze vind het steeds leuker. Nog een paar daagjes en dan mag ze echt. Ik ben benieuwd of ze een terugval krijgt of dat ze het leuk blijft vinden. Ik denk eigenlijk het laatste. Het is een kleine, grote en stoere meid.

Woezel-en-Pip -hoera!-naar-school-Jodokus-design-Muller wenskaarten.nl-30